zaterdag 7 mei 2011

De vergeten slachtoffers van WO2

Afgelopen woensdag 4 Mei was er wederom een dodenherdenking. In de krant, op TV en in de media kwam weer een gehele stroom aan eenzijdige en misleidende oorlogsverhalen op gang. Hoe heden ten dage aangekeken wordt tegen de tweede wereldoorlog is een beeld dat bepaald is door diegene die de oorlog gewonnen hebben. Ieder geschiedenisboek dat je openslaat staat vol met vermeende gruwelijkheden die de Duitsers begaan zouden hebben. Over de brute geallieerde oorlogsmisdaden hoor je echter weinig of niks.

  
Het Nederlandse perspectief op de oorlog is er een van benauwdheid en kortzichtigheid. Het beeld dat de meeste Nederlanders hebben is een soort van Holocaust obsessie: het ultieme schrikbeeld. Hiernaar wordt direct verwezen zodra men de woorden Nationalisme hoort. Linkse politici en Joodse lobbyisten hebben van de oorlog een “moreel ijkpunt” gemaakt. Het denken van de naoorlogse generaties is compleet gevormd door een ingestelde doctrine van goed en kwaad, recht en onrecht vanuit het oogpunt van de overwinnaar.


Nu staat het buiten kijf dat in oorlogstijd gruwelijke dingen gebeuren die in vredestijd waarschijnlijk nooit voor zouden komen. De verschrikkingen van het slagveld, battle stress, neurose, de emoties na verlies of verminking van kameraden, een gevecht op leven of dood, zelfs adrenaline kan van vrijwel ieder mens een meedogenloze moordenaar maken. Oorlogsmisdaden worden dan ook door alle partijen gepleegd. De “overwinnaar” schrijft de geschiedenis en hierin zal ten alle tijde de rol van de verliezer worden aangedikt en de rol van de overwinnaar geromantiseerd en vergoelijkt. Dat er meer Nederlandse burgerslachtoffers zijn gevallen tijdens geallieerde bombardementen dan tijdens Duitse bombardementen is daardoor ook niet bekend bij de meeste mensen. Dit is een blinde vlek in de geschiedenis omtrent de Tweede Wereldoorlog.


Terreur bombardementen


In 1941 pleitte Charles Portal van de Britse luchtmacht voor het compleet weg bombarderen van hele steden en dorpen. Deze pleit tot genocide werd in 1942 nog een keer herhaald door F. Lindemann, de persoonlijk adviseur van Churchill, die in een rapport had vastgesteld dat, dat de snelste manier zou zijn om het Duitse rijk te doen vallen. Men was van mening dat door het compleet van de kaart vagen van Duitse dorpen en steden het moraal van de Duitse bevolking zou instorten. Door het specifiek treffen van burgers in arbeiderswijken dachten zij dat de ruggengraat van de Duitse oorlogsindustrie zou worden gebroken. Of een stad een frontstad was of in enigerlei wijze een militair doelwit was, is nooit een factor van enig belang geweest.


Toen Air Marshall Arthur ‘bomber’ Harris in februari 1942 hoofd van de RAF Bomber Command werd introduceerde hij de tapijtbombardementen, waarbij in korte tijd enorme hoeveelheden brandbommen gevuld met zeer brandbare stoffen zoals magnesium, fosfor of napalm in clusters werden afgeworpen. Een ieder die niet direct door de bominslag gestorven was overleed vrij kort daarna wel door de allesverzengende vuurzee die overbleef na het vertrek van de geallieerde bommenwerpers. Verschillende steden zijn hier het slachtoffer van geworden waaronder Nuerenberg, Hamburg, Keulen en het bekendste voorbeeld Dresden. Maar ook neutrale steden als Malmedy en Houffalize ,in Belgie, werden platgebombardeerd terwijl daar op dat moment geen Duitse soldaten of Duitse voorraden meer te vinden waren.


In 1945 besloot Arthur Harris om een vuurstorm neer te laten op de middeleeuwse stad Dresden. Hij achtte dit een geschikt doelwit omdat deze stad tot op zekere hoogte gespaard was gebleven tijdens de oorlog, het geen militair bolwerk was en er dus weinig tot geen luchtafweergeschut aanwezig zou zijn. De bevolking van Dresden was op dat moment veel groter dan de “normale” 650.000 inwoners vanwege het grote aantal vluchtelingen dat aan de verschrikkingen van het oprukkende Rode leger probeerden te ontkomen.Op 13 februari 1945 bombardeerden maar liefst 773 Avro Lancasters Dresden plat, gedurende de daaropvolgende dagen werd de aanval van de Britse RAF nog eens dunnetjes overgedaan door de Amerikaanse luchtmacht met 527 zware bommenwerpers. In totaal zijn er meer dan 650.000 brandbommen op Dresden afgeworpen.


De stad was bijna volledig verwoest,  door de vuurzee was het niet meer mogelijk om het totaal aantal slachtoffers te kunnen tellen, maar naar schatting loopt het aantal burgerslachtoffers op naar de 400.000. Het totale aantal slachtoffers is een onderwerp van speculatie en iets wat door de “geallieerde overwinnaars” altijd onnoemelijk ver naar beneden “afgerond” wordt.  Het bombardement op Dresden en op soortgelijke doelwitten was gewoonweg een flagrante schending van het oorlogsrecht. Toch wordt Arthur Harris in Groot Brittannië nog steeds als een grote held beschouwt.



Geallieerd geweld tegen onschuldige burgers


Het geweld begaan door de geallieerde troepen tegen gewone burgers, niet alleen in Duitsland maar overal waar zij kwamen, gaat verder dan het platbombarderen van hun huizen en leven alleen.


Zo waren er de etnische zuiveringen in Oost Europa, waarbij 240 duizend Sudetenduitsers werden “verjaagd” en velen de dood vonden door de Tsjechen. Het stadje Freudenstadt in het Schwarzwald dat compleet werd uitgeroeid zonder enige aanwijsbare reden door de Franse troepen. In het plaatsje Friesoythe werden huizen willekeurig in brand gestoken met de bewoners erin door Canadese troepen. Het bloedbad in Canicatti waarbij Italiaanse burgers die wat voedsel probeerden te stelen zonder pardon werden doodgeschoten door de geallieerde troepen, waaronder een elfjarig kind.


Het zwaarst getroffen werd de Duitse bevolking door de geallieerde oorlogsmisdaden. Talloze Duitse vrouwen werden door de geallieerde troepen verkracht. Honderdduizenden Duitse en Duits sprekenden zijn gestorven tijdens de deportatie uit Oost Europa, sprak je Duits was je verdacht. In het jaar na de oorlog stierven velen een hongerdood vaak mede omdat geallieerde troepen hulptransporten tegenhielden en terug stuurden. Meer dan een miljoen krijgsgevangen Duitse burgers zijn gestorven in gevangenschap als gevolg van martelingen, ondervoeding of ziektes veroorzaakt door de gebrekkige hygiëne in de concentratiekampen. Alles bij elkaar zijn er meer dan 2 miljoen Duitse burgers omgekomen in de jaren na de “bevrijding”.
Minder bekend is dat geallieerde soldaten in Nederland, met name in het alreeds bevrijdde zuiden, het oosten en noorden, zich schuldig hebben gemaakt aan diverse oorlogsmisdaden. Duizenden huizen werden geplunderd en/ of vernield door “onze bevrijders”. 


Vele klachten werden er geschreven naar het Militaire Gezag of andere geallieerde instanties. Burgemeester Gerards van Ubbergen schreef bijvoorbeeld in een van de vele brieven die hij stuurde: “De aangetroffen toestanden tarten iedere beschrijving. Hier is geen sprake meer van plundering of diefstal, maar van op de meest brute en grove wijze aangerichte verwoestingen en vernielingen.”


De Rode terreur


De rol van de Russische troepen bij de “bevrijding” van Europa is al vaak uitvoerig besproken. De vele verkrachtingen, moorden en plunderingen die zij op hun conto hebben staan is overweldigend. De reden dat de oorlogsmisdaden van de Russische troepen zo breed uitgemeten is, is voornamelijk vanwege het conflict na de tweede wereldoorlog tussen de geallieerde troepen en Rusland, de koude oorlog.


Vrouwen werden meermaals verkracht op de meest gruwelijke wijze met de meest absurde attributen. Zij werden vervolgens aan de deuren van hun huizen vastgespijkerd om als afschrikwekkend voorbeeld te dienen. De verkrachtingen vonden plaats door meerdere mannen tegelijk, het rode leger was dan ook een groot “voorstander” van dergelijke groepsverkrachtingen.


In totaal werden er aan het oostfront ruim 2.2 MILJOEN Duitse vrouwen, kinderen en bejaarden verkracht door de Russische troepen.



Andere voorbeelden van de Rode agressie zijn de aanvallen op vluchtelingencolonnes.
Duitse vrouwen en rode kruis medewerksters werden als menselijk schild op de tanks van de Russische troepen vastgebonden.

Duitse soldaten, die zich overgegeven hadden, werden vastgebonden en urenlang gefolterd. Hierbij werden ogen uitgestoken, hun oren afgesneden en hun tong uitgesneden, waarna zij met een bajonet bewerkt werden. Al hun identiteitsbewijzen werden hen afgenomen, de soldaten konden enkel nog maar geïdentificeerd worden doordat de meesten hun achternaam in hun jas hadden staan.


De Noord-Afrikaanse "bevrijders"

  
Momenteel wordt er door Nederlandse politici aangeven dat er meer aandacht besteedt moet gaan worden aan de rol die allochtonen in Nederland speelden bij “de bevrijding van de nazi’s.” Er wordt zelfs een speciaal lespakket samengesteld voor pabo studenten, zodat zij later hierover les kunnen gaan geven op school. Weer zo’n integratie project dat als enige grondslag heeft het proberen allochtonen in een positief daglicht te stellen. Geschiedvervalsing is voor onze overheid dan ook geen probleem. Na een beetje onderzoek leert de geschiedenis ons juist dat de allochtone “bevrijders” van toen niet veel verschillen van de allochtone “bezetters” van nu.


De Marokkaanse, Algerijnse, Tunesische en Senegalese troepen die meegevochten hebben aan geallieerde zijde in de tweede wereldoorlog waren geen zelfstandig leger, zij waren onderdeel van de Frans geallieerde troepen daar deze landen toentertijd nog kolonies van Frankrijk waren. Verder in deze zullen zij dan ook de koloniale troepen worden genoemd. De koloniale troepen werden vooral ingezet in Zuid-Europa, met name in Italië, maar ook in landen zoals Duitsland en Nederland werd op enig moment gebruik gemaakt van deze troepenmacht.


Deze koloniale troepen lieten overal waar zij kwamen een spoor van vernieling achter. Allerwegen waar zij kwamen werden de lokale vrouwen (alsook mannen) verkracht, mishandeld, vermoord, huizen geplunderd en dorpen verwoest. Geen enkele vrouw was veilig voor deze barbaarse praktijken, iedere! vrouw tussen de 7 en 85 werd slachtoffer van deze “bevrijders”. Tienduizenden onschuldige burgers hebben door deze wreedheden hun leven verloren. Dit was de “oorlogsbuit” die de koloniale troepen zich gemachtigd toe voelden. De Franse bevelhebbers knepen vergoelijkend een oogje dicht en gunden de koloniale troepen hun “overwinningsfeesten”.


De eerste ontvoeringen, verkrachtingen en moorden op jonge vrouwen door de koloniale troepen werden gemeld op het Italiaanse eiland Sicilië. Maar het was tijdens de opmars naar de Gustav linie dat de koloniale troepen pas echt “losgingen”. Ze verkrachten duizenden meisjes, oude vrouwen, zwangere vrouwen en niet te vergeten mannen. Nadat de troepen bij de abdij van Monte Cassino 50 uur de vrije hand kregen in de omgeving van de Franse bevelhebber, generaal Juin, bleken naderhand ruim 3500 onschuldige burgers het leven gelaten te hebben. Degenen die de gruwelijkheden overleefd hadden maakten vaak zelf een einde aan hun leven omdat ze niet met een dergelijk immens trauma konden leven. Zo trokken de koloniale troepen langs Rome naar de Provence en verder Duitsland in. Waar in april 1945 in Freudenstad 500 vrouwen verzameld werden om daarna massaal verkracht te worden door de koloniale troepen in de metrostations van de stad. Dit werd enkele dagen later herhaald in Stuttgart waar meer dan 2000 vrouwen het slachtoffer werden. Zo is er een hele lijst aan dorpen en steden die de (seksuele) agressie van de koloniale troepen hebben moeten ondergaan.



Na-oorlogse misdaden


Er is door de geallieerde troepen op grote schaal gebruik gemaakt van concentratiekampen voor de Duitse krijgsgevangenen. Zo waren er bijvoorbeeld in Amerika alleen al 666 interneringskampen! Op een enorme schaal is hier misbruik gemaakt van het fenomeen dwangarbeid. Miljoenen Duitse krijgsgevangenen zijn verscheept naar en verhandeld als economische slaven onder de landen Verenigde Staten, Groot Brittannië en Frankrijk om daar gedwongen arbeid te verrichten als “aflossing van hun schuld aan de oorlog”. De gemiddelde waarde per persoon van deze Duitse dwangarbeiders werd berekend op circa 10.000 werkuren per 3 jaar. Waarmee de totale economische waarde van deze Duitse dwangarbeiders op een torenhoog bedrag uit komt. Deze Duitse economische slaven werden ingezet op breed terrein, in Amerika vooral in de arbeidsintensieve sectoren, zoals de landbouw en de katoenpluk.


Er bestond een levendige handel tussen de geallieerde landen in deze levende “handelswaar”, een moderne slavernij. Na enkele jaren gebruik te hebben gemaakt van de diensten van de dwangarbeiders werden zij verscheept naar een ander geallieerd land om daar eenzelfde termijn ook “hun schuld af te gaan lossen”.


De Amerikaanse, Britse en Franse economie hebben zich door deze dwangarbeid voor vele miljarden dollars verrijkt. Terwijl het in Duitsland steeds slechter ging, omdat men te weinig geschikte krachten had om het land weer op te bouwen na de bombardementen en andere terreur van de geallieerde troepen. En dat was dan ook precies wat er met het Amerikaanse Morgenthau plan bedoelt was. Een volkomen versplintert Duitsland, volledig agrarisch zonder enige industrie, behalve misschien een nutsbedrijf onder controle van de geallieerden, totaal afhankelijk van de geallieerde landen.

In de interneringskampen was het vaak een hel om te overleven. Vele Duitse krijgsgevangenen stierven door honger, uitputting en besmettelijke ziektes als gevolg van slechte hygiëne in de kampen. Overal in Europa waren van deze krijgsgevangenen kampen te vinden. Als er geen geschikte ruimte was om de vele krijgsgevangenen in onder te brengen werden ze op een veld gedumpt afgezet met prikkeldraad. Het merendeel van de tijd werd er geschoten op alles wat en eenieder die er bewoog “ter voorkoming van ontsnapping”. De krijgsgevangenen lagen hier dag en nacht in de kou, velen kregen last van onderkoelingsverschijnselen. Om bescherming voor de ijskoude wind te zoeken werden er kuilen gegraven, maar als het regende had dit geen nut.

Ook Nederlandse soldaten maakten zich schuldig aan de mishandeling van Duitse krijgsgevangenen. Circa 4000 man van de SS Brigade Landstorm Nederland zaten geïnterneerd in kamp Harskamp. Eerst werden zij bewaakt door Canadese troepen, maar later namen de Nederlandse stoottroepen van het eerste bataljon regiment infanterie de bewaking over. Er vormden zich al snel moeilijkheden en menig SS krijgsgevangen werd mishandelt, neergeschoten of doodgeslagen. De gevangen soldaten hadden ondertussen wel barakken als huisvesting gekregen in plaats van holletjes in de grond en geïmproviseerde tenten, maar velen hebben daar niet (lang) van kunnen profiteren.



Het is dan ook onze taak om ervoor te zorgen dat deze slachtoffers en de deze kant van WO 2 nooit vergeten word! Het wordt tijd dat ook deze kant van de oorlog en de grote misstanden van deze zgn. "bevrijders" aan het licht komt. Gelukkig zien we een langzame ontwikkeling waarin dit soort feiten boven water komen en niet langer in de doofpot gestopt worden. Het is dan ook belangrijk dat wij er alles aan doen om deze trend door te zetten en de systematische geschiedsvervalsing ontmaskeren.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen