woensdag 6 juni 2018

Het Nationale Vraagstuk in Oekraïne


Toen de Oekraïense president Janoekovitsj eind november 2013 weigerde een handelsverdrag met de EU te ondertekenen*, braken er op verscheidene plaatsen in het westen van het land protesten uit. Op het Maidanplein in Kiev kwamen tienduizenden mensen bijeen om de aftreding van Janoekovitsj te eisen, die had gekozen voor de financiële steun van Rusland in plaats van de Europese Unie. Daarbij kwam het al snel tot confrontaties met de Oekraïense ordetroepen, waarbij honderden demonstranten om het leven kwamen. Politici zoals de toenmalige EU vertegenwoordiger van Buitenlandse Zaken, Catherine Ashton (Labour), en de Amerikaanse senator John McCain wisten niet hoe snel ze naar Kiev moesten overvliegen om zich te solidariseren met de protestbewegingen. Eind februari werd er een akkoord bereikt. Janoekovitsj probeerde nog nieuwe verkiezingen uit te schrijven maar de betogers namen daar geen genoegen mee en bezetten het Oekraïense parlement in Kiev. Op 22 februari 2014 namen de tegenstanders van Janoekovitsj definitief de macht in Kiev over en de president werd gedwongen om te vluchten naar Rusland.


Hevige confrontatie tussen betogers - met Bandera-nationalisten voorop - en de oproerpolitie voor het Oekraïense parlement in Kiev, 14 okt. 2014


De Oekraïne is een verdeeld land. In een oostelijk en in een westelijk deel wel te verstaan. West-Oekraïne wordt gekenmerkt door een katholiek nationalisme, terwijl Oost-Oekraïne overwegend Russische orthodox is. Na de verbanning van Janoekovitsj, kreeg de extreem-rechtse Svoboda (Vrijheid)-partij een flink deel van de macht binnen het parlement. Ze schrapten direct een wet uit 2012 die het toeliet om het Russisch (evenals het Roemeens, Hongaars en het Moldavisch) als tweede taal te mogen spreken. Dit was feitelijk een directe “oorlogsverklaring” aan de overwegende Russische (en Russisch sprekende) bevolking in Oost-Oekraïne. (Eveneens aan alles dat pro-Russisch is; zoals ook de heksenjacht die op de Communistische Partij van Oekraïne werd ontketend. Deze ondersteunde initieel Janoekovitsj en werd indirect als een verlengstuk van Rusland in Oekraïne  gezien). Ook in het oosten van het land begonnen protesten te ontstaan, aldaar tégen de nieuwe regering in Kiev. De dodelijke brandbomaanslag op Russische-Oekraïners die gevlucht waren in een vakbondsgebouw in Odessa, door Oekraïense nationalisten op 2 mei 2014, zette de spanningen tussen de Oekraïense en de Russische bevolking op een nog hoger niveau. Daarna volgde een 'rollercoaster ride' aan gebeurtenissen: op 11 mei werden er in het oosten referendums gehouden om de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk uit te roepen - zelfstandige (overwegend Russische) staten, los van Kiev of Oekraïne. Een grote meerderheid stemde hier vóór te zijn. Gelijk bracht de CIA-baas John Brennan een bezoek aan Kiev, een week later volgde vice-president Joe Biden. De Bild am Sontag meldde op 11 mei al dat er ongeveer 400 Amerikaanse huurlingen van Academi (het voormalige Blackwater) in Oost-Oekraïne militaire operaties tegen betogers uitvoerden. De Amerikaanse en Europese inmenging in Oekraïne was weer als vanouds. (Hierover later meer). 


De Pro-Russische separatisten van de Volksrepublieken raakten in een gewapend conflict met de strijdmachten van het Oekraïense leger, welke een extra dimensie kreeg toen aan beide kanten van de frontlinies zich vele vrijwilligers begonnen te melden om enerzijds tegen de Russen in het oosten van Oekraïne te vechten, en anderzijds tegen de fascisten in het westen. Oekraïne was hard op weg naar een etnische burgeroorlog. Fascistische milities in het westen werden onder controle van Kiev en de EU gezet om tegen de toenemende Russische invloed in het oostelijke Donbass gebied te vechten (hun “droom" van 'Joodse oligarchen' verbannen van Oekraïens grondgebied maakte daarmee plaats voor anti-Russische haat), terwijl de idealisten van de onafhankelijke Volksrepublieken op mysterieuze wijze geliquideerd werden ver van de frontlinies vandaan, om zo plaats te kunnen maken voor uit Rusland zelf afkomstige loyale functionarissen.


Mijnwerkers betogen tegen het nieuwe Kiev-regime buiten bezette overheidsgebouwen in Donetsk (Oost-Oekraïne) op 7 mei 2014


De echte grote schok voor Amerika en de EU kwam op 18 maart, wat een historisch moment was voor de Krim**. Dit Oekraïense schiereiland met een Russische meerderheid van 97%, stemde met tevens circa. 97% van de bevolking vóór de aansluiting van de Krim bij Rusland (de Krim-Tataren onthielden grotendeels hun stem). I.t.t. de leugens van politici in het westen, waren de Russische militairen (de zogenaamde “groene mannetjes") hier al vóór het referendum aanwezig. Dit omdat de Russische vloot al via eerdere gesloten contracten met de Oekraïense regering gestationeerd was op de Krim en zo slechts de uitslag waarborgden tegen repressie door het Kiev-regime.



Oude conflicten ​


De huidige situatie die de Oekraïne verscheurt en teistert kan niet los gezien worden van haar historische continuïteit. Als een soevereine natiestaat bestaat de Oekraïne relatief kort. Naast een paar maanden na de Eerste Wereldoorlog (nadat het Brest-Litovsk vredesverdrag werd gesloten tussen het Duitse keizerrijk en het nieuwe Rusland onder leiding van de bolsjewisten in dec. 1917, volgde op 12 jan. 1918 een onafhankelijke Oekraïense staat. Deze werd echter door Oekraïense bolsjewisten afgekeurd en zij namen de macht dan ook over. Op 1 mei namen de Duitsers dán weer op hun beurt het bestuur van Oekraïne over), bestond de Oekraïense natie slechts als een onafhankelijke staat als gevolg van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991. Toch claimen sommigen dat de historie van het Oekraïense nationalisme al meer dan duizend jaar geleden begon. ​


Er bestond in de 9e eeuw natuurlijk nog geen Oekraïense natie, maar het klopt wel dat in Kiev zowel de Oekraïense, de Wit-Russische en Russische nationale geschiedenis geboren werd. Het wordt echter problematisch, aangezien alle drie deze volkeren claimen de eigenlijke rechtmatige erfgenaam van dat nalatenschap te zijn. De Russen wijzen op het centrum van Oleg zijn rijk Novgorod - en de wit-Russen naar de stad Pskov. Deze dichten de Oekraïners slechts een bijrol toe bij de totstandkoming van het Grootvorstendom Moskou, dat aan de basis ligt van het hedendaagse Rusland. ​


De geschiedenis van zowel Rusland als Oekraïne begint opmerkelijk genoeg met de Vikingen uit Scandinavië. Via de rivieren Don, de Dnjepr en de Zwarte Zee plunderden zij en dreven ze handel met lokale Slavische stammen, om uiteindelijk de lading van hun schepen in de rijke stad Constantinopel (het huidige Istanbul) te verkopen. De oorsprong van het woord "Rus" is eigenlijk Scandinavisch en betekend letterlijk "de mannen die roeien". In de negende eeuw kwam een Vikingstam naar wat nu Oekraïne is en vestigde daar een nederzetting, die uiteindelijk onder het leiderschap van ene Rurik kwam te staan. Rond 882 verplaatste een zekere Oleg, een telg van de mythische Viking-dynastie van Rurik, het zwaartepunt van de handelsroutes naar het gebied rond Kiev, waarmee de Kiev-Rus geboren werd. Oleg was hiermee de stichter van het Kievse Rijk, in oude Slavische bronnen ook wel het "land van Rus" genoemd. Vanuit Kiev regeerden Oleg en zijn nakomelingen in een groot gebied over de min of meer door hen verenigde Slavische stammen.

Minder eenduidig wordt het wanneer exact het moment was dat de Russen en Oekraïners zich van elkaar zijn gaan onderscheiden. Vanaf de 16de eeuw kwamen de Oekraïners onder de heerschappij van het Tsaardom Rusland in de verdrukking: hun dialect werd verboden en hun land werd met het beledigende "Klein-Rusland" omschreven. (Zo werd in de eerste, en tevens laatste, volkstelling in het Tsaristische rijk 60% als Rus geïndexeerd. Hiertoe werden naast Russen, zowel Oekraïners als wel Wit-Russen gerekend). Hetzelfde gold voor de Oekraïners die sinds de 14de eeuw onder Poolse overheersing vielen, toen de Polen lange tijd grote delen van het land beheersten. Dit veranderde pas onder de heerschappij van Frans Jozef I van Oostenrijk wiens rijk tot Galicië in West-Oekraïne reikte. Binnen het relatief tolerante en multi-etnische Oostenrijks-Hongaarse Rijk werden de Oekraïners gezien als de "Tiroler van het Oosten". Als gevolg daarvan waren veel Oekraïners loyaal aan de keizer, omdat deze in tegenstelling tot de Tsaar of de Poolse feodale aristocratie wel tot op zekere hoogte hun rechten respecteerde. In 1914-18 kwamen de Oostenrijks-Hongaarse en Russische legers tegenover elkaar te staan bij de rivier de Djepr.



Interbellum ​


Met het uiteenvallen van Oostenrijk-Hongarije en het Tsaristische rijk na de Eerste Wereldoorlog kon er, zoals boven al vermeld, voor een korte periode een onafhankelijke Oekraïense volksrepubliek gevestigd worden. Dit was echter een staat zonder het huidige Donbass-gebied (met gebieden zoals Donetsk en Loegansk). Dit Russische mijnbekken werd door Lenin toegevoegd aan de Oekraïne om zo het proletariaat in het feodale Oekraïne (waar 90% van de bevolking Oekraïens sprak, op het platteland leefde en grotendeels analfabeet was) omhoog te krikken. (80% van de partijleden waren tevens niet-Oekraïens en dus Russisch. Tevens was dit gebied eerder in 1918-19 de Russisch sprekende Donetsk-Krivog Rog sovjet-republiek, een traditie waar de huidige pro-Russische separatisten op terug vallen). Echter is niet alleen het oosten van de Oekraïne een kunstmatig onderdeel van deze staat. Ook het westen bevat een toegevoegd stuk: een groot gebied, tot waar de stad Lviv/Lemberg o.a. toebehoord, was tot 1918 onderdeel van Polen. Na de Eerste Wereldoorlog werd zij kortstondig West-Oekraïens, toen wéér Pools tot 1939. In sept. '39 werd Polen echter bezet door de Sovjet-Unie en voegde zij dit gedeelte in nov. toe aan de Sovjet-Unie resp. de Oekraïne.


In het Russisch sprekende, multi-etnische Donbass werd een eigen identiteit ontwikkeld: mijnwerksters in 1930 bij Horlivka, vlakbij Donetsk


Hoewel de Oekraïne zowel tussen oost als west valt, kozen Oekraïne nationalisten toch altijd één specifieke kant: die van het westen. In het bijzonder de kant van Duitsland. Toen de Duitsers in 1918 de Oekraïne binnen marcheerden, werd onder Duitse leiding een regering gevormd met de Hetmannen. Dit waren kozakkenleiders, grootgrondbezitters. Hun leider: Pavlo Skoropadsky. Echter, een opstand van ontevreden kleine boeren maakte al snel een einde aan zijn bewind. Hierna volgde het harde nationalistische regime van Symon Petljura, deze voerde antisemitische pogroms uit. Tot het Rode Leger zíjn bewind eindigde (Ironisch werd Petljura in 1926 in Parijs vermoord door een Joodse man die wraak wilde nemen omdat zijn familie vermoord was door Petljura zijn troepen). Kiev werd de hoofdstad van de Oekraïense sovjet-republiek, die in 1922 met de Russische sovjet-republiek samenging. Hiervoor had, nogmaals gezegd hebbende, Moskou West-Oekraïne rondom Lviv/Lemberg verloren aan Polen tijdens een slag in 1920. De Oekraïne nationalisten werkten in die tijd tevens nauw samen met het Franse imperialisme en Russische Wit-Gardisten tegen de bolsjewisten. 


Het Duitse keizerrijk poogde in de Oekraïne een loyale staat te installeren: Keizer Wilhelm II. In gesprek met Hetman-leider Skoropadsky


Eén Duitser in het bijzonder maakte zich sterk voor de Oekraïnse onafhankelijkheid: Paul Rohrbach. Deze Baltische Duitser, geboren in Rusland, ontwikkelde zich in het Duitse keizerrijk en de Weimarrepubliek tot een invloedrijk pleitbezorger voor anti-Russische lees: (anti-Tsaar) agressie. >>Rusland verslaan om hem te overwinnen!<<, >>Wie Kiev heeft, kan Rusland bedwingen!<< waren enkele van zijn leuzen. ,,Zonder de Oekraïne is Rusland géén Rusland. Zo heeft het géén ijzer, géén kolen, géén graan, géén havens!” schreef hij in zijn anti-Russische boek 'Weltpolitisches Wanderbuch 1897-1915'. Parallellen naar 2014, waar de EU, met Duitsland voorop, zich tevens sterk maakte voor een onafhankelijk Kiev tegen het Rusland van Poetin. Duitse geopolitiek über alles. 


EU vertegenwoordiger van Buitenlandse Zaken, Catherine Ashton, in gesprek met Oleg Tyagnibok, leider van de extreem-rechtse Svobada-partij (links) en voormalig bokser Vitali Klitschko, politiek kandidaat van het Duits imperialisme


Vanwege hun historische connectie met het Oostenrijks-Hongaarse Rijk sloten veel West-Oekraïense nationalisten (Bandera-aanhangers) zich vanaf 1941 aan bij nazi-Duitsland tegen de Sovjet-Unie. De brute bezetting op het Oostfront door de Duitsers kostte, net als Stalin zijn collectivisering in het Oosten, veel Oekraïners het leven. Ook hier weer vermoordden Oekraïners, andere Oekraïners omwille van een ideologisch geschil en de belangen van buitenlandse grootmachten. Oekraïense nationalisten die tegen de Poolse overheersing vochten en zich daarbij tot Hitler wendden voor hulp, hadden*** een groot aandeel in de massamoorden die in het land gepleegd werden. Tegelijkertijd waren er de Oekraïense nationalisten die in het Oosten samen met het Rode Leger tegen Duitsland vochten, die massamoorden pleegden uit naam van de "Grote Patriottische Oorlog”. 


Beiden beriepen zich daarbij op een Oekraïens nationalisme als rechtvaardiging voor hun acties, echter vanuit compleet verschillende politieke perspectieven. Deze politieke tegenstellingen hebben de “nationale eenheid” van Oekraïne dus altijd al in de weg gestaan. Het dilemma van het Oekraïense nationalisme was destijds, dat het werd verscheurd door de strijd in de meedogenloze Tweede Wereldoorlog vanuit zowel fascistische als bolsjewistische agressie. Dit leidde tot een burgeroorlog tussen Oekraïners, waarbij ze elkaar afslachtten ten gunste van andere grootmachten. Het resultaat daarvan is dat vandaag de dag de ene helft van het 'Oekraïense volk' zichzelf nog steeds ziet als het slachtoffer van Stalin en de andere helft als het slachtoffer van Hitler.


De andere nationalisten: pro-Russische separatisten, die een warrige mix van Oekraïense onafhankelijk, Sovjet-nostalgie (hamer en sikkel-vlaggen rechts) en Groot-Russische (tsaristische) idealen omvatten.


Oude Wonden


Als deze geschiedenis ons één ding leert, is het dat oude wonden moeilijk te overkomen zijn. Het Oekraïens is geen op zichzelf staande taal, maar een mix van zowel Pools als Russisch. Hoewel er een Russisch sprekende minderheid is, spreekt de meerderheid van het land Oekraïens. Buiten een grote Russische minderheid in het Oosten en Zuiden, bevinden zich er ook nog allerhande andere minderheden in het land: Roemenen, Hongaren, Baltische en Turkse minderheden. Daarnaast bevond Oekraïne zich ooit ook nog op de scheidslijn van de strijd tussen de Byzantijnse oosterse kerk en het katholicisme (zie boven). Nee, de verklaring op 24 aug. in 1991 door de hoogste raad van de Oekraïense socialistische sovjet-republiek vóór een onafhankelijke Oekraïense staat (Rohrbach had dat moment vast graag mee willen maken) heeft niets opgelost. De industriële werkgelegenheid was in 2001 in de 10 jaar na 1991 met 50% gedaald. De lonen waren eveneens met 50% afgenomen in 2002 ten opzichte van 1991. Oude demografische samenstelling bleven, evenals oude politieke ideeën. Oekraïens nationalisme dook tijdens perestrojka van Gorbatsjov (markthervormingen) weer op. Anti-Stalinisme ging weer heersen. Echter, kwam er toen tevens een nieuwe speler op het toneel: het Amerikaans imperialisme. In 2004 was er een zogeheten “Oranje revolutie” in Oekraïne. Het Amerikaans imperialisme ondersteunde samen met andere imperialistische gesponsorde organisaties betogingen, welke de verkiezing afdwongen van de pro-westerse en anti-Russische president Viktor Joesjtsjenko. Deze was van 1993 tot 1999 president van de Oekraïense centrale bank en had daarmee veel westerse contacten opgebouwd. Voor de imperialisten was zijn overwinning belangrijk omdat de Oekraïense industriële bases de Russische markt voorzag van grondstoffen. Eveneens waren de aan de Oekraïne grenzende Zwarte Zee en de Krim militair-strategisch van groot belang. 


Doch in 2006 hadden de westerse imperialisten minder geluk. Op de Krim braken protesten uit tegen de >>Sea Breeze 2006<<, een poging van Joesjtsjenko om de Oekraïne bij de NAVO te voegen. Tegenprotesten sloegen echter over in heel het land en er moesten 140 Amerikaanse soldaten uitrukken om er een einde aan te maken. Op 12 juli 2006 gingen de NAVO plannen niet door. Tevens was de Oekraïne een geopolitieke speelbal van de Amerikaanse anti-communist Zbigniew Brzezinski. Deze Pentagon strateeg, en architect van de Afghanistan oorlog in 1979, wilde in de jaren '90 al de Oekraïne actief tegen Rusland gebruiken in de strijd om Eurazië. Zijn standaardwerk hierover: The Grand Chessboard uit 1997. ​
 ​


Conclusie ​


Met de nationalistische staatsgreep van 2014 in Kiev, kwam de Russische minderheid in het oosten van het land in de verdrukking. In Kiev werden massamanifestaties gehouden ter ere van West-Oekraïense helden zoals Bandera en Petljura. Deze mogen in het Westen van het land dan wel als helden vereerd worden omdat zij de wapens tegen de Sovjet-Unie op namen, in het Oosten van het land gelden deze personen als oorlogsmisdadigers en collaborateurs omdat zij de dood van vele duizenden Oekraïners op hun geweten hebben. Met dat in het achterhoofd is het duidelijk dat de regering in Kiev met het uitroepen van deze twee personen als “nationale helden van geheel Oekraïne" niet van plan was om de nationale eenheid te herstellen. Nee, dit was overduidelijk een historisch beladen politieke daad om het anti-Russische sentiment in het land aan te wakkeren ten einde de “Russische vijand" van de Bandera- en Petljura-aanhangers van Oekraïense bodem te verdrijven.


Net als in het prille begin van de Oekraïense natie zijn het ook vandaag de dag weer buitenlandse grootmachten die in Kiev heersen. De heersende regering in Kiev en haar bondgenoten zijn gewillige agenten van de Westerse belangen gebleken. Het is inmiddels wel duidelijk dat de zittende regering in Kiev geen enkele interesse heeft in een onafhankelijk en soeverein Oekraïne: de NAVO regeert nu het Westen van het land. In het oosten heeft de Russische federatie haar stromannen geïnstalleerd, de gehele zaak dood laten bloeden en de Russische bewoners daar tussen wal en schip in verpauperde omstandigheden alleen gelaten.

In twee wereldoorlogen was de inzet van de oorlog op Oekraïens grondgebied al de toegang tot het Donbass-gebied, vanwege haar belang voor de militaire economie. Het is immers in Oost-Oekraïne waar zich 80% alle Oekraïense grondstoffen en zware industrie zich bevindt. Ook vandaag de dag lijkt dit de inzet, maar daarbij vervullen ze niet langer de aspiraties van Hitler of Stalin hun nationalisme, maar die van het internationale kapitalisme onder Amerikaanse en EU-heerschappij. ​
 ​
 ​
 ​
 ​
_____________________ ​


*Een handelsverdrag welk niets meer zou inhouden dan dat er fabriekssluitingen moesten plaatsvinden in het oosten (overwegend staal- en kolenbedrijven) opdat Oekraïne dan niet met de Duitse zwaar industrie zou kunnen concurreren en dat het IMF weer zware bezuinigingen zou opleggen, evenals sociale afbraak. In dit geval zondermeer de afschaffing van subsidies op gas en olie (wat de huishoudelijke omstandigheden ondraaglijk zou maken in de extreem barre Oekraïense winters). ​


**Historisch omdat eerdere pogingen tot referenda omtrent de afscheiding van de Krim van Oekraïne door Kiev al eens in 1991, '92, '94 en '96 werden onderdrukt. Hoewel de Krim eigenlijk altijd al Russisch was: in 1954 schonk Chroesjtsjov de Krim administratief aan de Oekraïne. Zonder enige vorm van referendum! ​


***Later zou het zwaartepunt in hun strijd gedurende de Tweede Wereldoorlog alleen maar gaan liggen op anti-bolsjewisme. Ná 1947 gingen vele UPA-leden (het Oekraïense opstandelingenleger) over naar Westerse inlichtingendiensten om daar hun strijd tegen de Sovjet-Unie voort te zetten. (Wat vele toenmalige nazi-kopstukken tevens deden). Bandera werd in 1959 door KGB-agenten vermoord.









vrijdag 25 mei 2018

Verklaring m.b.t. de Situatie in Palestina


«En denk van hen die op Gods weg gedood worden niet dat zij dood zijn; zij zijn juist levend bij hun Heer, waar in hun onderhoud wordt voorzien terwijl zij zich verheugen over wat God hun van Zijn Genade geeft... » (Koran 3:169-171)





Zeventig jaar nadat de zionistische entiteit werd uitgeroepen op Palestijns grondgebied, zetten de zionisten en hun bondgenoten de volgende stap in hun plan om de Palestijnse bevolking de zee in te drijven. Door de Amerikaanse ambassade naar al-Quds te verplaatsen denken President Trump en Netanyahu de Palestijnse droom van vrijheid een definitieve slag toe te brengen. Niets zal minder waar blijken. Jeruzalem zal altijd de hoofdstad van Palestina blijven en de imperialistische-zionistische alliantie zal er niet in slagen de stad haar Arabische identiteit en haar status in de Islamitische wereld te vernietigen!

Sinds 30 maart zijn er wekelijks protesten van Palestijnen die eisen dat er een einde komt aan de zionistische bezetting van hun natie. In de nauwe kuststrook vielen daarbij in een dag tijd al 55 doden en 2700 gewonden. De zionisten schieten op ongewapende demonstranten, die d.m.v. het in brand steken van autobanden proberen om de Israëlische sluipschutters het zicht te ontnemen. De zionistische bezettingsmacht zet ook drones in, die uitgerust zijn met een sterk traangas, dat niet enkel ademhalingsproblemen, maar ook brandwonden veroorzaakt en de bloedsomloop verstoord. Tijdens de inauguratie van de Amerikaanse ambassade, een dag voor de start van de Ramadan, bestormden tienduizenden Palestijnen de grenzen van de zionistische entiteit. Daarbij werden 60 demonstranten door de zionisten vermoord en vielen er nog eens 2770 gewonden aan Palestijnse kant.

De Palestijnse demonstranten geven echter niet op. Hun wil is sterker dan de wapens van de zionisten, allen zijn bereid hun leven te geven voor hun vaderland!




Volgens mensenrechten organisaties was er geen enkel bewijs dat de demonstranten gewapend waren, noch dat zij gedwongen werden door Hamas om deel te nemen aan de protesten. Het internationaal recht verbiedt het gebruik van dodelijke middelen tegen demonstranten voor het uiteen drijven van protesten. Dat geldt ook als er over “lands”grenzen word gegaan. Het is wederom duidelijk dat er hier sprake is van een walgelijke massamoord door de zionistische bezetters op het onderdrukte Palestijnse volk. Hoewel veel landen binnen de internationale gemeenschap het zionistische geweld veroordelen, waren de Westerse reacties op deze genocide - zoals altijd - uiterst gematigd. Minister Blok zei een onafhankelijk onderzoek niet te willen steunen en wilde liever eerst het Israëlische onderzoek afwachten alvorens dat de Nederlandse regering conclusies zou trekken. SP, PvdA, Denk, GroenLinks en regeringspartij D66 vinden dat niet genoeg en pleiten ervoor om de Israëlische ambassadeur te ontbieden.




De opstanden in Palestina leren ons dat er een jonge Palestijnse generatie is opgestaan om de hoop levend te houden en die bereid is om te vechten tot het Palestijnse volk haar vaderland terug krijgt. De strijd voor al-Quds is er een voor geheel Palestina. Zij zullen pas rusten als zij vreedzaam in hun land kunnen wonen en al-Quds is bevrijd van de zionistische bezetters.


VRIJHEID VOOR PALESTINA!

WEG MET DE ZIONISTISCHE TERREURSTAAT!

maandag 21 mei 2018

1 Mei Parijs: Strijddag van het Wereldproletariaat!



>>CONVERGENCE DES LUTTES!<< 
Een ooggetuigenverslag van de grote CGT-betoging in Parijs

Deze maand - Mei 2018 - is van bijzondere betekenis.

Het is namelijk precies vijftig jaar geleden dat midden in het toch al turbulente jaar 1968 - met de Amerikaanse oorlog in Vietnam, de Culturele Revolutie in China, de opstanden in de zwarte ghetto’s in de VS, het neerslaan van het reformistische experiment in Tsjechoslowakije door de strijdkrachten van het Warschau-Pakt en de moordaanslag op de Duitse studentenleider Rudi Dutschke - de protestbeweging van studenten- en arbeiders in Frankrijk hun hoogtepunt bereikten. De grote opstand van Mei '68 zou een ongekende stempel op de maatschappij drukken, zoals wij die vandaag de dag kennen.

Wat in maart 1968 begon met de eis van mannelijke studenten om vrije toegang tot de vrouwelijke studentenverblijven te krijgen, mondde nog géén anderhalve maand later uit in het in twijfel trekken van de gehele Franse maatschappij. Acties als universiteitsbezettingen, hevige straatgevechten met de Franse oproerpolitie, de CRS waren schering en inslag, terwijl tegelijkertijd een jonge strijdbare arbeidersbeweging tot bedrijfsbezettingen overging en het oude starre gezag van de vakbondsbureaucratie ondermijnde. Ja, óók de jongere arbeiders braken met de oude normen en waarden, gezag en structuren van hun omgeving en autoriteiten.

De studenten bevochten het (achterhaalde) paternalisme in de instituties en de autoritaire opvoeding in zowel het onderwijs als het gezin. Daar tegenover streden zij voor de sociale revolutie, de democratisering van het onderwijs evenals een vrije seksuele opvoeding. Niets was meer taboe dezer dagen. Alle heilige huisjes konden omver worden geworpen.

>>Wees realistisch, eis het onmogelijke<< was een van de leuzen in deze doldwaze maand. Mei ’68 zou het begin betekenen van een transformatie van het toen nog conservatieve West- (en Zuid-)Europa.

Nu willen wij in dit verslag geen hele pagina’s uiteen gaan zetten over de fijnste details en discussies over de Mei-gebeurtenissen en de invloed ervan op ons hedendaagse leven. Maar in de context van Mei '68 is de afgelopen CGT-demo (ja, eigenlijk de industriële en publiekelijke acties in Frankrijk dit jaar in het algemeen) wel beter te plaatsen.

Zo werd in de bourgeois-media de laatste tijd CGT-leider Martinez vaak geciteerd om zijn "convergence des luttes" (= convergentie/samenvoeging van de strijd) uitspraak. De radicaal-reformistische CGT heeft wel vaker stakingen in vele sectoren tegelijkertijd ontketend, en zo o.a. de brandstoftoevoer in het gehele land platgelegd (zie 2016).



Wat op deze historische datum wel opmerkelijk is, is dat er ook weer universiteitsbezettingen zijn uitgebroken. Deze protesten richten zich vooral tegen het eranderend selectiesysteem zijn (de tenietdoening van de verworvenheid van ’68 dat kids uit het arbeidersmilieu ook toegang konden krijgen tot het hoger onderwijs i.p.v. alleen de kinderen uit de (klein)burgerij), die geconvergeerd dienen te worden met de acties in de  industriële en publieke sectoren.

Daarom delen wij dit stuk ook op in drie secties (in acties in Frankrijk voorafgaand aan de 1e mei, de 1 Mei-demo zelf en uiteindelijk een ooggetuigenverslag van de demonstratie van het Zwarte Blok die dag zelf).


I. 

"Macron faces Maggie moment in Rail Union showdown", aldus The Times op 3 maart jl. Sinds de pro-EU liberaal Macron vorig jaar de Franse verkiezingen won, poogt hij de daad bij het woord te voegen door de 'vastgeroeste' Franse economie te hervormen naar neoliberale maatstaven. D.i. precaire arbeidsomstandigheden, armoede, massa werkloosheid, sociale afbraak en verpaupering. 

Daarbij hoorde ook een eerste grootschalige overwinning à la Thatcher bij (die de machtige mijnwerkersbonden begin jaren ’80 wist te breken, dat leidde tot een verdere liberalisering wereldwijd). Het grootste vakbondsbastion van Frankrijk, de 150.000 cheminots (spoorwegwerkers) van het staatsbedrijf SNCF, is daarmee het allesbepalende gevechtsterrein geworden, voor de verdere verdediging of afbraak, van de sociale verworvenheden van de Franse arbeidersklasse. Valt de georganiseerde arbeidersbeweging, dan zullen ook de overige verworvenheden in minder weerbare sectoren onvermijdelijk ten prooi vallen aan Macrons reactionaire (pro-EU) politiek.

Naast het conflict op het spoor en een eerdere dreiging van elektriciens om de stroom af te sluiten bij bedrijven die ontslagen doorvoeren, is er ook een CAO-strijd bezig bij Air-France. Al weken zijn er stakingen op het spoor en op de luchthavens die geregeld voor problemen zorgen in de Franse economie (het geldverlies van Air France tot nu toe: €300 miljoen! Plus een management-crisis door een weggestemde resp. zelfopgestapte directeur die het niet gelukt was een afspraak met de werkers af te sluiten buiten de bonden om).

In vergelijking met de algemene stakingen en straatgevechten tussen studenten en arbeiders tegen de Franse staat in Mei ’68, of de militante (spoorweg-)stakingsbeweging van 1986 en 1995, of zelfs de strijd tegen de Loi Travail in 2016, zijn de hedendaagse acties niet bijster indrukwekkend. Maar het ideologische bewustzijn, en de constante referentie aan vijftig jaar geleden, is wél een nieuw fenomeen!

De studentenbeweging is zich echter zeer bewust van haar geschiedenis en het nalatenschap van Mei '68. Dat kan ook van de (oudere) arbeidersbeweging gezegd worden. Een voormalige arbeider bij het bedrijf Whirlpool in Amiens verwoorde dat glashelder: "de productie van wasdrogers werd naar Polen verplaatst en enkele strijdbare vakbondsmannen werden niet overgenomen omdat zij te lastig waren geweest." Op de vraag waarom er tegen de flexibilisering van de arbeidswetgeving niet massaler in opstand gekomen wordt, antwoordde een vakbondsman, "vakbondsleiders zijn ook een deel van de elite. Die krijgen goed te eten van Macron en onderhandelen in gouden paleizen in Parijs. Wij leven hier in een andere wereld."




II.

1 Mei, de manifestatie zelf: het lijkt inderdaad dat de bonden niet (te) ver in hun verzet willen gaan. De correspondent van dit stuk moest bijv. op deze Dag van de Arbeid nog overal voor het openbaar vervoer betalen. Hij werd zelfs in één geval gecontroleerd op een geldig kaartje! Van een plat gelegd (of gratis) spoor was dus géén sprake! Alleen winkelketens waren deze dag traditioneel gesloten…

Met een opkomst van zo'n 55.000 betogers was de opkomst van de 1ste Mei manifestatie in Parijs nagenoeg gelijk met dat van het eerste protest tegen Macron’s Loi Travail in september vorig jaar. Ook de demo-route was hetzelfde.

De bekende vakverenigingen, communistische/socialistische organisaties en anarcho- en linkse bewegingen waren aanwezig. De CGT uiteraard, Force Ouvrière (de door de CIA ondersteunde afsplitsing van de CGT in 1947), de Franse Communistische partij (l‘Humanité), verschillende Turkse/Koerdische communistische organisaties zoals Partizan en de TKP/ML, de anarcho-syndicalistische CNT, diverse pseudo-Trotskistische organisaties, en zo kunnen we het lijstje nog wel langer afgaan.

Als enig noemenswaardige bleef nog over de aanwezigheid van stickers met de afbeelding van Gramsci en de oproep tot steun aan de studenten, evenals vele pamfletten met verwijzingen naar Mei ’68 (fabrieksbezettingen, algemene stakingen).

Echter de grote klapper van deze dag begon toch echt aan de kop van de betoging. Daar ontstond een Zwarte Blok van 1200 man/vrouw sterk, met veel ervaren en uiterst professionele autonomen!




III. 

Terwijl in de BRD de traditionele revolutionaire 1 Mei manifestatie in Berlijn-Kreuzberg (de "18.00u demo") met 6.000 man vrijwel zonder incidenten verliep – op wat kleine opstootjes met de Bullen en enkele beschadigde auto’s na -, was het aantal deelnemers aan ‘het Blok’ in Parijs duidelijk hoger dan voorgaande jaren en een stuk internationaler van karakter.

Het Blok groepeerde zich geleidelijk bij de Pont d’Austerlitz. Daar kleedden de verschillende affiniteitsgroepen zich om in de gebruikelijk zwarte kleding, werden alle bekende persoonlijke beschermingsmiddelen (helmen, filtermaskers, veiligheidsbrillen) en gereedschap (hamers, beitels) tevoorschijn getoverd, werden al de eerste straatstenen losgewrikt en sneuvelde het eerste glaswerk om als munitie gebruikt te worden.

Enkele luttele meters van deze sponti, sneuvelden al snel de ramen van een gesloten McDonalds-filiaal. Eenmaal binnengedrongen in de McDonalds, werd er vakkundig met vuurwerk en bengalo's vuur gesticht in dit symbool van de Amerikaanse culturele dominantie. (We gaan ons in dit stuk niet bezig houden met de discussie in hoeverre het in brand steken van een McDonalds op zichzelf al een revolutionaire daad tegen het kapitalisme is). 

Na deze actie gingen de 'zwarte sprinkhanen’ van het Blok verder met het 'kaalvreten' van hun omgeving. Volgende stop: een Peugeot-dealer. Ramen en deuren werden wederom door een professioneel sloopteam aangepakt en de dure auto’s daar in vuur en vlam gezet. (Wederom zo’n symbolische antikap daad). Daarna werd nog het hekwerk van het station Gare d' Austerlitz van het (met privatisering bedreigende) staatsbedrijf SNCF, en een in de nabijheid staande Caterpiller kraanmachine, bestormd.

Ondertussen werd er aan de voorste flanken slag geleverd met de flics, waarbij deze werden getrakteerd op een regen aan straatstenen en zwaar vuurwerk. Na enige tijd moest het Blok zich toch stap voor stap terug trekken door een overkill aan smeris, voorzien van uiterst zwaar materieel. De lucht zat vol met traangas. De omstandigheden om daar tussen te lopen waren nu enige tijd (zonder filtermasker en veiligheidsbril) ondraaglijk. Een waterkanon werd ingezet om de laatste 'casseurs' (relschoppers) terug naar Pont d’Austerlitz te drijven. Daar werd het Blok voor en achter ingesloten door de CRS.

Bewijs van deelname aan het Blok werd al gauw (letterlijk) overboord gegooid. In de Seine dus. Spandoeken werden verbrand. Echter, er bleek een kleine ontsnappingsroute te zijn aan de zijkant van de brug. Daardoor wist het overgrote deel van het Blok snel op het vasteland komen en zich vervolgens te mengen onder de massabetoging van de bonden. Daar kon men zich omkleden om zo uit de grip van de staat te ontsnappen. Desondanks werden er bij deze acties nog zo'n 200 mensen gearresteerd.



Zonder de aanwezigheid van het militante Blok was deze 1e Mei maar een tandloos protestdagje gebleven. De syndicaatsleiding beklaagde zich achteraf over het geweld op 'haar' betoging (Martinez [CGT]: "Onze betoging is gekaapt door de anarchisten". Maar zelf kwamen de vakbondsbureaucraten ook niet met een strijdbaar alternatief tegen de sociale afbraak van Macron.

Nee, het Zwarte Blok gaf een helder statement af: Macron, EU-politiek, kapitalisme – oprotten!

Het blijft nu van belang om daadwerkelijk de acties in de bedrijven consequent door te zetten, en deze te convergeren (= samen te bundelen) met de talloze andere acties in het land. Dit teneinde te komen tot een algemene staking om de verdere sociale afbraak van Frankrijk te stoppen!

>>CONVERGENTIE VAN ALLE ACTIES!<< 


>>MET Z’N ALLEN – ALGEMENE STAKING!<<


maandag 7 mei 2018

Militante 1 Mei Manifestatie in Parijs


Activisten van het ACN/AKN waren aanwezig bij de 1 Mei manifestatie in Parijs - Dag van de Arbeid. Een uitgebreid verslag over de politieke situatie in Frankrijk, de 1 Mei manifestatie en de militante acties van het Zwart Blok volgt binnenkort. Hieronder een eerste sfeerimpressie. 















 










maandag 30 april 2018

Proclamatie voor de 1ste Mei 2018


DAG VAN DE ARBEID – INTERNATIONALE STRIJDDAG VAN DE ARBEIDERSKLASSE!

STOP DE AANVALLEN OP DE ARBEIDERSKLASSE!

SOLIDARITEIT MET DE CHEMINOTS!


De strijdbare proletarische traditie van de 1ste mei ontstond in 1886, toen in Chicago de Haymarket-stakingen begonnen. Ongeveer 400.000 arbeiders uit verschillende sectoren demonstreerden daar voor het recht op een achturige werkdag. Op 4 mei explodeerde een bom in de menigte – tot op heden is nog altijd niet bekend uit wiens hand deze bom afkomstig was. Naast veel stakers vonden ook zeven smerissen de dood. Als reactie begonnen de overige smerissen uit paniek lukraak om zich heen te schieten, wat nog meer dodelijke slachtoffers onder de stakers tot gevolg had. Twee vooraanstaande anarchistische stakingsleiders, Augustus Spies en Albert Parsons, kwamen deze dag om het leven. Sindsdien geldt de 1ste mei dus als de internationale strijddag van de arbeidersklasse!



Oude krantenprent van de Haymarket stakingen in Chicago, 1886


Tien jaar na de meest recente grote crisis van het kapitalisme, hadden ook vorig jaar wederom het groot kapitaal en diens aandeelhouders weer de moed om zichzelf schaamteloos te verrijken. Zoals onder andere te zien was bij Volkswagen in Duitsland. Zelfs bondskanselier Merkel, die toch zeer verheugd was over de hoge winsten bij het bedrijf, kon niet begrijpen dat de VW-CEO Matthias Müller vergoedingen kreeg van meer dan €10 miljoen(!). Ook de voormalige baas van de Deutschen Bahn, Rüdiger Grube, kreeg na zijn eigen aftreden rond de €2,3 miljoen aan compensaties. Om over de beursmannen van de Duitse Dax maar te zwijgen: BASF-topman Kurt Bock kreeg dit jaar €11 miljoen op zijn rekening; Siemens-bestuurder Joe Kaeser idem; Daimler-manager Dieter Zetsche €13 miljoen en SAP-directeur Bill McDermott maarliefst €21 miljoen!

Alle sociale verworvenheden van de arbeidersklasse – die het overleven onder het kapitalisme een beetje dragelijk moeten maken - zijn afgedwongen door de meedogenloze en dodelijke strijd van de arbeiders tegen 'hun' kapitalistische meesters. Denk daarbij aan verworvenheden zoals de vijfdaagse werkweek, de zondagsrust, de achturige werkdag, medezeggenschap in de bedrijven, vakbondsorganisatie, pensioenen etc. De arbeidersklasse heeft onder het kapitalisme niets vrijwillig toegereikt gekregen. Voor elke verworvenheid waren verschillende golven van harde klassenstrijd nodig; de strijd tussen de belangen van arbeid (eten, rust en huisvesting) enerzijds en van kapitaal (winst, winst, winst) anderzijds.

Zo trachten de kapitalisten in Nederland al sinds 2014 openlijk het CAO af te schaffen om de vakbonden te ondermijnen. Sinds vorig jaar lijken zij de gouden truc gevonden te hebben om hun streven te realiseren, namelijk de arbeidsvoorwaardenreglementen per individueel bedrijf af te spreken met de ondernemingsraad (dus niet langer regelingen met de vakbond die voor een gehele sector gelden)! Daarnaast is Nederland vandaag de dag, Europees kampioen flexwerk. Spanje heeft wellicht nog de meeste flexwerkers (24%), maar Nederland haalt deze met een snel stijgende 21,7% hard in. Bijna twee op de tien 25- tot 45-jarigen waren in 2017 werkzaam als tijdelijke werknemer, oproep/uitzendkracht of stagiair. Een mooi assortiment voor de bazen dus: payroll-constructies, nul uren-contracten en uitzendwerk en leuk voor de overheid ivm de werkeloosheidscijfers. Het negatieve gevolg voor de arbeiders: precaire werkomstandigheden, veel wisselen van werk, periodes van werkloosheid, lagere lonen, geen aanspraak op een sociaal vangnet, minder toegang tot omscholing, enz. Daarom is het verder uitkristalliseren van de strijd van het ene belang (om te overleven) tegen het andere belang (van winst en kapitaalgroei) hard nodig!




Dit jaar zal de (internationale) solidariteit van het ACN/AKN zich richten op de strijd van de cheminots (spoorwegwerkers) van het Franse staatsspoor: SNCF. De neoliberale pro-EU regering van Macron probeert het SNCF te privatiseren. Daarnaast wil de nieuwe Franse regering ook dat het statuut van de spoorwegwerkers open gebroken wordt (= de aantasting van de pensioenleeftijd, werktijden, vakantiedagen etc.). Het Franse spoor is met ongeveer 150.000 georganiseerde arbeiders het laatste en grootste vakbondsbastion van Frankrijk. Als Macron deze sector weet te breken, dan zal hij voor een verdere strijd met de kleiner georganiseerde sectoren zeker niet terug deinzen! Een overwinning van de spoorwegsector zou dan ook een overwinning voor de Franse arbeidersklasse in andere sectoren betekenen!


Cheminots blokkeren de spoorweg bij station Montparnasse 


In die strijd kunnen we niet kritiekloos vertrouwen op de vakbondsbureaucratie (in dit geval op de radicaalste vakbond van Frankrijk: de CGT). Dat zou een pure illusie zijn. Hoezeer de CGT-leiding ook oproept tot een "convergence des luttes" - een samenkomst van alle acties om zo het gehele land lam te leggen - zal deze niet overgaan tot de noodzakelijke revolutionaire machtsovername die daarop zou moeten volgen. Hoe ver de vakbondsleiding ook mag gaan met haar acties, zoals het volledig stilleggen van de aanvoer van brandstof; stakingen op het spoor, in de vliegvelden en de havens; stakingen in privé bedrijven met bedrijfsbezettingen, 'bossnapping' (het opsluiten/"gijzelen" van de directie); of zelfs het parallel aanwakkeren van de studentenstrijd - de staking en strijd dient op een zeker moment volgens het CGT altijd beëindigd te worden om in een overleg met de regering te treden. (Zo stemde de CGT in het verleden samen met andere vakbonden juist in met een slap akkoord, na een intense strijd op het spoor voor een nieuwe en betere CAO– de CGT stemde niet direct akkoord, maar onthield haar stem terwijl ze toch een veto kon inbrengen). Volgens het ACN/AKN is de enige manier voor werkgelegenheid, veilig werk, zekere huisvesting, goede zorg, enz. de onteigening van alle productiemiddelen, om deze onder het politiek beheer van de arbeidersklasse zelf te plaatsen!


Cheminots hangen een spandoek op: "Wij laten de SNCF niet kapot maken!"


Daarom moeten de stakende massa's altijd op de onvoorwaardelijke steun kunnen rekenen van proletarische-revolutionairen, in hun strijd voor het behoud van verworvenheden of het gevecht voor nieuwe verworvenheden. Dit omdat het succes of het verlies van een bepaalde proletarische strijd internationale gevolgen kan hebben. Kijk naar de successen van de neoliberale Thatcher-regering in Groot-Brittannië tijdens de 80'er jaren van de vorige eeuw: Het afslachten van de machtige mijnwerkersbond door Thatcher betekende het begin van een nieuw tijdperk van een ongeremde heropleving van de vrije markt politiek. Het succes van Thatcher diende als inspiratiebron voor de Amerikaanse president Reagan en zijn ‘Chicago boys' (wat via de CIA leidde tot het economische beleid van veel Zuid-Amerikaanse militaire junta's) en had zijn weerslag op de economische politiek in geheel Europa.

Daarom:

VOOR DE PERMANENTE MOBILISATIE VAN DE ARBEIDERSKLASSE!

VAN DE >>> CONVERGENTIE VAN DE STRIJD << NAAR DE GRÈVE GÉNÉRALE (ALGEMENE STAKING)!

VAN DE ALGEMENE STAKING NAAR EEN REVOLUTIONAIRE ARBEIDERSREPUBLIEK!