donderdag 23 februari 2017

Horst Wessel: Martelaar van het revolutionaire Nationale Socialisme


“Wie in Berlijn tot de gelederen der SA toetrad, behoorde tot de vogelvrijverklaarden. Zijn weg voerde hem op het nauwe pad tussen enerzijds de politie en anderzijds de (communistische) meute. Maar een weg terug was er voor hem niet: de man diende ófwel stand te houden ófwel te sneuvelen.” – Dr. Goebbels in Kampf um Berlin



De (samen met Hans Maykowski) zonder twijfel meest prominente “Blutzeuge” (martelaar) van de Berlijnse NSDAP werd op 10 januari 1907 in Bielefeld geboren als zoon van een predikant. Na de verhuizing van het kleinburgelijke gezin naar Berlijn, bezocht Horst zelf hier het gymnasium. De weerzin tegen zijn afkomst en milieu dreef hem al vroeg in de politiek, reeds in 1922 trad hij toe tot de Bismarck Orde (Ortsgruppe 21, Kronprinzessin). Bij de Bismarck Orde ging het om een door de latere NS-gouwleider Wilhelm Kube geleide massaorganisatie van de DNVP (Deutschnationale Volkspartei). In het kader van de door de Orde uitgevoerde beveiliging (Saalschutz) van volksnationale bijeenkomsten kwam Horst in het voorjaar van 1924 in contact met de Wiking Bund onder leiding van Kapitein Ehrhardt. Deze Bund fungeerde als opvang organisatie voor de voormalige leden van de marinebrigade Ehrhardt (in belangrijke mate betrokken bij de Kapp-Putsch). Verder knoopte hij in deze periode contacten aan met activisten van de terroristische “Organisation Consul”. De “O.C.” nam o.a. de verantwoordelijkheid op zich voor het terechtstellen van de Novembermisdadigers Rathenau (Reichsaußenminister) en Erzberger (Erfüllungspolitker van de geallieerden).


Horst bleek blijvend onder de indruk van het onvoorwaardelijke activisme van de mannen van Ehrhardt, dat zich weldadig onderscheidde van het reactionaire karakter van de Duits nationalisten. Consequent werd hij, hoewel drager van het zilveren ereteken van de Bismarck Orde, tevens lid van de Wiking Bund, wat hem in juli 1924 een (later geseponeerde) royementsprocedure opleverde. De reden hiervoor was gelegen in het feit dat de gymnasium leerling op een bijeenkomst in NS uniform gekleed was, destijds voor Ehrhardts mannen niet ongewoon. De breuk was evenwel niet meer af te wenden. Op 12 februari 1925 verliet Horst Wessel de Bismarck Orde en zette zich vanaf die tijd volledig voor Wiking in. Ook zijn installatie als student in de rechten op 19 april 1926 veranderde hieraan niets. Slechts een maand later werd de Bund in Pruissen verboden vanwege de verwikkeling van de Berlijnse Landesführer Sonderstern in putschvoorbereidingen. Het gerechtelijke onderzoek in deze moest overigens wegens gebrek aan bewijs later worden geseponeerd. Horst Wessel, thans politiek dakloos en geïrriteerd door Ehrhardts tijdelijke alliantie met de reaktionaire Stahlhelm, zag nu de zich in de opbouwfase bevindende Berlijnse SA als alternatief. Heinz Hauenstein, de bekende voormalige Freikorpsleider en pioneer van de Noordduitse NSDAP verzamelde hier de sociaalrevolutionaire elementen rond zich die in de oppositie stonden tot gouwleider Schmiedlicke en SA-leider Daluege. Ondanks de op dat tijdstip in de Berlijnse gouw heersende anarchistische toestanden verscheen Wessel’s naam in oktober 1926 voor het eerst op een ledenlijst van de SA-Berlijn.


Op 1 november 1926 nam Dr. Goebbels de leiding op zich van de uiteenvallende gouw-Großberlin en maakte meteen een begin met de reorganisatie ervan. In tegenstelling tot de algemeen gangbare mening was Wessel niet meteen overtuigd van de capaciteiten van de nieuwe gouwleider, iets waartoe ook de verwijdering van Hauenstein zal hebben bijgedragen.


Ongeacht al zijn twijfels verwierf hij in december het lidmaatschap van de NSDAP. Het directe en ook voor autoriteiten niet buigende karakter van Horst zal wel tot een direct en stevig gesprek met de Doktor hebben geleid (de dagboekaantekeningen uit deze periode zijn spoorloos verdwenen). Ook de belangstelling van de gouwleider voor de NS-studentenbond is mogelijk tot deze contacten te herleiden. Een indrukwekkende belevenis zal voor Horst de deelname aan de derde Reichsparteitag in Nürnberg (augustus 1927) zijn geweest, waar het tot een heftige controverse kwam rond de studentenbond. In het wintersemester 1927/ 1928 ging de rechtenstudent tijdelijk naar Wenen. Parallel hieraan kreeg hij van de gouwleider de opdracht om hier het politieke werk van de Oostenrijkse Nationaal-Socialisten onder de jeugd te bestuderen. De voorwaarden hiervoor had Wessel zich verworven doordat hij tijdelijk leiding had gegeven aan een eenheid van de Deutsche Arbeitersjugend (de latere Hitlerjugend). Tijdens zijn tijd in Wenen nam hij actief deel aan de gewelddadigheden tegen de jazzopera “Johnny spielt auf”. Veelbetekend is zijn opmerking per brief aan een vriend op 20 februari 1928 dat, in tegenstelling tot gouw-Großberlin, de gouw Wenen voorbeeldig is georganiseerd. Na beëindiging van het studentensemester in Wenen stopte Horst met zijn rechtenstudie en nam de leiding van SA-staatcel Alexanderplatz op zich, welke tot de zeer sociaalrevolutionair ingestelde SA-Sturm 1 (Standarte 4) behoorde. Voorts deed hij van zich spreken als propagandist en redenaar. Op 15 januari 1929 viel hij op een zaalbijeenkomst in Bln-Friedenau de Duitsnationalen frontaal aan. Aansluitend betreurde hij in een persoonlijk gesprek met Dr. Goebbels het gebrek aan activisme in de gelederen van de SA. De gouwleider noteerde vervolgens in zijn dagboek: “ Ik bevind mij in een dilemma. Indien wij in Berlijn activistisch worden, slaan onze mensen alles kort en klein.” Hierna volgden er regelmatig bijeenkomsten, waar Wessel en Dr. Goebbels met name de verhouding van de NSDAP tot de Duitsnationalen, respectievelijk de Stahlhelm, en tot de Nationaal-Socialistische Revolutie bespraken. Ook de Doktor toonde zich not amused, toen Hitler in april 1929 een begin maakte met de toenadering tot burgerlijk rechts en zich zelfs positief met betrekking tot het parlementaire uitsprak. “En uitgerekend nu, waar het erop aankomt om zijn zenuwen in bedwang te behouden. Het is om te vertwijfelen! Wij hebben nog te veel kleinburgers in de partij. De koers van die lui uit München is af en toe onverdraaglijk. Ik ben niet bereid om mee te werken aan een halfslachtig compromis. Ik zal, ook al kost het mij mijn persoonlijke positie, de rechtlijnige weg blijven bewandelen. Soms twijfel ik aan Hitler… in de S.A.-groepen is er al sprake van ernstige verwarring.” Na één van deze besprekingen besloot de gouwleider om over te gaan tot de offensieve strijd tegen de reaktionaire Duits nationalen, aangezien Hitler het verkoos alles desbetreffende vragen niet te beantwoorden. Deze campagne werd door de Reichsleitung in München gesaboteerd, doordat deze zich (mogelijk voorgesteld door uitgerekend Otto Strasser) uitsprak voor deelname aan het volksrefendum tegen het Young-plan. Hierover verklaarde het lid van de linkervleugel en geestverwant van Horst Wessel, Bodo Uhse:” Hitler heeft de jonge legers van bruinhemden gekoppeld aan degenen, die wij dag in dag uit hartstochtelijk hebben aangeklaagd, want zij brengen met hun zucht naar winst schande over de naam van de natie, gekoppeld aan de Ewiggestrigen behept met hun achterlijk stand- en rang gericht denken.” “Op het beslissende ogenblik, toen de strijd buiten het door deze staat opgelegde legale kader gevoerd had dienen te worden, heeft Hitler zijn weg georiënteerd op de vreedzame beschutting van de Weimarrepubliek, heeft hij in gezelschap voor hun business, aan het volk een vraag gericht, die nooit eerlijk gemeend, die een bedrog was. In het uur van de waarheid, toen risicovol handelen noodzakelijk scheen, speelde Hitler op veilig. Hij verbond zich met de reaktie en het ontevreden grootkapitaal.”


Deze weg leidde naar het Harzburger Front, naar de vervolging van de linkervleugel en van ongeorganiseerde, revolutionaire Nationaal-Socialisten. Het culminatiepunt vormde het neerslaan van de zogenaamde “Röhm-Putsch” op 30 juni 1934. Horst Wessel fungeerde sinds de 1e mei 1929 als Truppführer in Bln-Friedrichshain en bouwde hier de SA-Sturm 5 op. Onder zijn mannen bevonden zich talrijke voormalige aktivisten van de KPD en de aan deze gelieerde Rotfrontkämpferbund (RFB), wat ook tot uitdrukking kwam in de vorming van een tot dan toe alleen bij de RFB aanwezige Schalmeinenkapelle (muziekkorps). De student Wessel dichtte aan de hand van een communistische strijdlied het bekende “Die Fahne Hoch!” (“Hitlerfahnen über Barrikaden!”), dat later, op bevel van Röhm van zijn scherpste kantjes ontdaan, tot het tweede nationale volkslied van het Derde Rijk zou worden. Na een weinig opgemerkt debuut in Frankfurt/Oder beleefde “Die Fahne Hoch!” zijn première in Berlijn 6 september 1929. Korte tijd later werd het eveneens in de “Angriff” (door Dr. Goebbels uitgegeven Kampfblatt voor de gouw Großberlin) afgedrukt. Tegen deze tijd hard Horst zich echter reeds meer en meer uit het partijwerk over de pro-burgerlijke koers van Hitler, aan de andere kant echter in zijn privé-sfeer (de relatie met ex-prostituee Erna Jaenicke) gelegen.


Wessel betrok met zijn jonge vrouw kwartier bij de weduwe Salm in de Große Frankfurter Straße 62. Na onenigheden riep de verhuurster de hulp in van strijdmakkers van haar overleden man, die activist was geweest bij de RFB. Onmiddellijk, het was 14 januari 1930, toog een overvalcommando onder leiding van de communistische pooier Albert (“Ali”) Höhler op weg. De geplande “proletarische aframmeling” voor Horst Wessel escaleerde, want Höhler kende Erna Jaenicke nog uit slechtere tijden. Ook voor zijn kameraden totaal onverwacht trok “Ali” Höhler plotseling een pistool en strekte Horst met een schot door de mond neer. Op 23 februari bezweek Horst Wessel na een wekenlange worsteling aan zijn zware verwondingen.


Gouwleider Dr. Goebbels, totaal geschokt en geplaagd door een slecht geweten, aangezien hij toch zeer wel en rebelse vertegenwoordiger van de linkervleugel was, greep de gelegenheid met beide handen aan en riep de voormalige leider van Sturm 5 uit tot Martelaar der Beweging, dit tegen het veto van de Reichsleitung in München in. Reeds op 26 januari verscheen de Angriff als Horst Wessel extra editie en op 1 maart volgde met groot vertoon de begrafenis op het Berlijnse Nikolaï Friedhof. Naast Dr. Goebbels spraken aan Wessel’s graf de OSAF (Oberste SA-Führer) Franz Pfeffer von Salomon, SA-Standartenführer Breuer en twee representanten van de NS-Studentenbond. Hitler bleef demonstratief van de begrafenis weg, hetgeen voor het overige een aanwijzing te meer vormde voor de slechte verstandhouding tussen “Munchen” en de gouwleiding van Großberlin. Partijleider Hitler gaf er de voorkeur aan om “ter ontspanning” in Berchtesgaden te blijven.



Gedurende de begrafenisplechtigheid leverden de communisten felle straatgevechten met de systeempolitie in de directe omgeving van het kerkhof en bekladden de muren ervan onder toespeling op Erna Jaenicke met hetzerige leuzen; Voor de pooier Horst Wessel een laatste maal Heil Hitler! Als antwoord op de ongeïnteresseerde houding van Hitler presenteerde Berlijn’s gouwleider zich op de massabijeenkomst in het Sportpalast (4 april) met citaten uit het Horst Wessel-lied als pur-sang revolutionair. Op 26 september 1930 werden de moordenaars van Horst Wessel tot langdurige gevangenisstraffen veroordeeld; de hoogste straf, zes jaar en een maand tuchthuis, was voor Höhler. De verbittering van de SA over het onwaardige gedrag van de Kommune verdween daardoor natuurlijk niet (de daders ontgingen hun verdiende loon niet, toen de S.A. in september 1933 hun gevangenis bestormde). Toen begin april 1931 de S.A. ten oosten van de Elbe onder het commando van Majoor Walter Stennes tegen de leiding in München in opstand kwam, verwierpen de rebellen onder expliciete verwijzing naar de gebeurtenissen van 1 maart 1930 elke samenwerking met de in principe ook voor revolutionair Nationaal-Socialisten toegankelijke Kamfbund gegen den Faschismus (KgF), een KPD-frontorganisatie. Dr. Goebbels nam in deze overigens een tamelijk ondoorzichtige positie in; op zijn minst zijdelings was hij betrokken bij de voorbereidingen van de revolte. Eén van de verklaarde doelstellingen van de rebellen was het namelijk om hém en niet de onsympathieke Otto Strasser als de leider van een onafhankelijke, sociaalrevolutionair ingestelde Noordduitse NSDAP te proclameren. Ook na het einde van de Stenne-revolte, die hem bijna zijn strafoverplaatsing naar Wenen had gekost, zette Dr. Goebbels zijn campagne rond zijn voormalige discussiepartner als Martelaar der Beweging voort. Op 15 augustus 1931 bijvoorbeeld leidde hij persoonlijk de inwijding van het vaandel van de nieuw opgestelde SA-standarte 5 “Horst Wessel”. In juli 1932 gevolgd door het boek; Horst Wessel – Leben und Sterben, uitgegeven door de NSDAP-Partijuitgeverij terwijl de in de herfst van dat jaar gepubliceerde roman van Hanns Heinz Ewers; Horst Wessel in slechts luttele weken een oplage van 30.000 exemplaren bereikte. Ook Otto Strasser deed pogingen om de martelaar Horst Wessel ten gunste van zijn beweging te lijven, o.a. verscheen op 30 oktober 1932 in het Schwarze Front, het Strasser-orgaan, uit dien hoofde een hoofdartikel ter herinnering aan de revolutionaire Nationaal-Socialist Horst Wessel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen