maandag 17 juli 2017

Over de Dadendrang: Ernst Jünger en de Autonomen



"Liever verbranden op de barricades van de revolutie, dan wegrotten op de mestvaalt van de democratie!"


De afgelopen gebeurtenissen rond de G20 in Hamburg zouden Ernst Jünger zeer hebben geïnteresseerd. Dappere krijgers die in het licht van brandende barricades, zonder angst de strijd aan gaan met de gevestigde orde. Tijdens de eerste wereldoorlog schreef de toen 27-jarige nationaal-revolutionair en Reichswehr officier Ernst Jünger een tekst in zijn dagboek, die - mits men zijn naam geheim zou houden - vandaag de dag op veel instemming zou kunnen rekenen onder de autonome strijders in het Schanzenviertel.

"Strijd als een innerlijke en aangrijpende beleving" heet het vlugschrift van deze anarch (die zichzelf echter geen anarchist wilde noemen, omdat dit begrip door links gekaapt was) van de Duitse literatuur. Hierin hekelt Jünger "de samenleving van de in de schoot geworpen cultuur, die door en door verdeeld is in haar bedrijvigheid en lust." Het is pas op de slagvelden van de eerste wereldoorlog dat Jünger de verlossing vindt en de dwangmatigheid van dit heersende systeem weet te overwinnen. Jünger schrijft; "Daar [op het slagveld] bevrijdt de mens zich in een orgie van extase, wanneer alles om hem heen vervalt."



Zijn streven is de herontdekking van het geweld, want elke aanval op de grondbeginselen van de burgerlijke cultuur, leidt tot een spontane uitbarsting van de wellust. Deze extase van geweld is in tegenstelling tot zijn andere werken, geen pleidooi voor een nieuwe orde of voor de militarisering van alle aspecten van het leven. Jünger zijn enige doel hier, is een hedonistische streven naar de ultieme vervulling van de geest; de strijd zelf als de meest intensieve uiting van het menselijke bestaan!

De link tussen Jünger zijn vlugschrift en de autonome "politiek van het individu" is snel gelegd. Niet het volk of de arbeider als sociale klasse is hier het uitgangspunt van het politieke handelen, maar de oriëntatie op het eigen belang en dat van de directe strijdmakkers. Ook met de verheerlijking van geweld en strijd hebben de autonomen meer met Jünger gemeen, dan dat ze in eerste instantie toe zullen willen geven. De bekende autonome leus "vrijheid is het korte moment tussen het gooien van de steen en de steen die zijn doel raakt" is in dit opzicht veelzeggend. Dit heeft verder niet zo zeer met een duidelijk uitgewerkte politiek of ideologie te maken. Een steenworp is geen middel om het systeem te overwinnen, maar een daad van kortstondige individuele bevrijding - met in het oog het feitelijke onvermogen om de heersende orde te doen vallen.


Reeds in de jaren '80 van de vorige eeuw, wees de sociaal-psycholoog Klaus Horn er al op dat in hoog ontwikkelde industriële samenlevingen openbaar geweld de illusie kan wekken dat de mens weer actief in de wereld komt te staan: het zorgt ervoor dat het individu van het passieve object van de verhoudingen, het actieve subject van de gebeurtenissen wordt. De duistere prognose van Horn wordt uitstekend geïllustreerd in de Amerikaanse film 'Fight Club'. "We zijn allen consumenten, we zijn allen afvalproducten van deze algemene lifestyle-obsessie", zegt Brad Pitt als Tyler Durden. Hij richt zich met deze zinnen op een door Edward Norton gespeelde naamloze protagonist. Durdens antwoord op dit troosteloze inzicht is een geheim genootschap van vervreemde mannen, die zich pas weer levend voelen wanneer ze elkaar schade toebrengen tijdens meedogenloze vechtpartijen in de kelder van een bar. In de loop van de film ontwikkeld zich uit deze Fight Club een gedisciplineerd en georganiseerd leger, dat de openbare orde begint aan te vallen – vervreemde personen in oorlogstoestand, die zelfs tot op de laatste seconde van de verlossing hun rol als rebel weerbaar vervullen.



In de pacifistische en conformistische maatschappij van vandaag de dag, wordt de hedonistische zelfverwezenlijking door middel van geweld weer tot het hoogste ideaal verheven. Jünger leert ons dat in het zinkend schip van het globalisme, het pacifisme zal verdwijnen. Junger betoogt dat passie, de irrationele en instinctieve kracht, onuitputtelijk blijkt, al is het maar af en toe. Zijn voorstelling van de strijd als meest intensieve en hoogste vorm van het bestaan, zal ons bevrijden uit de knechtende ketenen van de gevestigde orde!



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen