zondag 3 april 2011

De Amerikaanse beschaving

De Amerikaanse beschaving

Toen John Dewey overleed werd hij bejubeld door de Amerikaanse pers als de meest representatieve figuur van de Amerikaanse beschaving. Dit klopt. Zijn theorieën zijn geheel representatief voor de visie over mens en leven zoals het Amerikanisme en zijn “democratie” verondersteld.

De essentie van zulke theorieën is het volgende: binnen de grenzen van de technologische middelen die men heeft, kan men worden wat men wilt. Gelijkheid, een persoon is niet wat zijn ware natuur is en er is geen echt verschil tussen mensen, enkel verschillen in kwalificaties. Volgens deze theorie kan iedereen dus zijn wat die wilt mits deze zichzelf weet te trainen.

Dit is duidelijk het geval met de “self-made man”. Binnen een samenleving die al het gevoel van traditie verloren heeft, zal de notie van persoonlijke verheerlijking zich in ieder aspect van het menselijk leven verspreiden. Dat versterkt de egalitaire doctrine van pure democratie. Als de basis van zo’n idee wordt geaccepteerd, dan moeten alle natuurlijke diversiteit achter gelaten worden. Ieder mens kan aannemen dat hij hetzelfde potentieel als ieder ander bezit en de termen “superieur” en “inferieur” verliezen hun betekenis. Elke notie van afstand en respect verliezen hun betekenis, alle levensstijlen staan open voor iedereen. De Amerikanen vervangen alle organische concepties van het leven door mechanische concepties. In een samenleving die vanuit niks is opgebouwd, heeft alles de karakteristiek van gefabriceerd te zijn. Binnen de Amerikaanse samenleving zijn voorkomens, maskers geen gezichten. Op hetzelfde moment zijn voorstanders van de Amerikaanse manier van leven vijandig tegenover persoonlijkheid.

De Amerikaanse “open-mindedness”, iets wat soms in hun voordeel wordt aangehaald, is de andere kant van hun vormloosheid. Hetzelfde geld voor hun “individualisme”. Individualisme en persoonlijkheid zijn niet hetzelfde: de een behoort tot de vormloze wereld van gelijkheid, de ander behoort tot de wereld van kwaliteit en hiërarchie. De Amerikanen zijn de levende weerlegging van het Cartesias Axion (“Ik denk, daarom ben ik”). Amerikanen denken niet, maar toch zijn zij. De Amerikaanse “geest”, kinderachtig en primitief, mist een karakteristieke vorm en staat daarom open voor iedere soort van standaardisatie.


In een superieure beschaving, zoals bijvoorbeeld die van de Indo-Ariërs, is het wezen zonder karakteristieke vorm of kaste (in de originele betekenis van het woord) , niet eens een dienaar of een shudra, maar een paria. In dit opzicht is Amerika een land van paria’s, er is een rol voor paria’s. Het zal onderworpen worden aan wezens wiens vorm en interne wetten precies gedefinieerd worden. De moderne paria zoekt ernaar om zelf dominant te worden en wil de gehele wereld beheersen.

Een populaire notie over de Verenigde Staten is dat het een “jonge natie” is met een “grootse toekomst in het vooruitzicht.” Duidelijke Amerikaanse gebreken worden vervolgens omschreven als “jeugdige fouten” of “groeipijnen”. Het is echter niet moeilijk om te zien dat de mythe van “vooruitgang” een grote invloed heeft op dit oordeel. Met het idee dat al het nieuwe goed is, kan Amerika een bevoorrechte rol spelen tussen de beschaafde naties. In de Eerste Wereldoorlog wist de Verenigde Staten goed in de rol van “de beschaafde wereld” te komen. De “meest betrokken” natie had niet enkel het recht maar ook de plicht om zich te bemoeien met het lot van andere volkeren.   
     
De structuur van de geschiedenis is echter een cyclus en niet evolutionair. Het is verre van waar dat de meest recente beschavingen noodzakelijk “superieur” zijn. Ze kunnen evengoed seniel en decadent zijn. Er is een noodzakelijke correspondentie tussen de meest geavanceerde beschavingen en de meest primitieve. Amerika is de laatste stage van het moderne Europa. Guenon noemde de Verenigde Staten het “verre Westen”, in de romantische zin dat de Verengde Staten het “reductio as absurdum” van het negatieve representeert en het meest seniele aspect vormt van de Westerse beschaving. Wat in Europa in verdunde vorm bestaat wordt uitvergroot en geconcentreerd in de Verenigde Staten, waar zij symptomen van desintegratie, culturele en menselijke regressie onthullen. De Amerikaanse mentaliteit kan enkel als een voorbeeld van regressie worden geïnterpreteerd. Deze laat zichzelf zien in de geestelijke verschrompeling naar alle hogere belangen en een onbegrip voor hogere gevoeligheid. De Amerikaanse geest heeft de horizon begrensd, men richt zich op allen wat nu en simplistisch is, met als onoverkoombaar gevolg dat alles banaal en basis wordt gemaakt tot het van al zijn spirituele leven ontnomen is. Het leven op zichzelf is in Amerikaanse termen compleet mechanisch. Het “ik-gevoel” behoort in Amerika geheel tot het psychische niveau van bestaan. De typische Amerikaan heeft geen spirituele dilemma’s of complicaties: hij is een “natuurlijke” meeloper en conformist.

De primitieve Amerikaanse geest kan enkel kunstmatig worden vergeleken met een jonge geest. De Amerikaanse geest is een kenmerk van de regressieve samenleving waar ik al naar heb verwezen.

Amerikaans moraal

Het veel geprezen “seks appeal” van Amerikaanse vrouwen wordt ontleend aan films, reviews en pin ups en is in grote letters fictief. Een recente medische studie in de Verenigde Staten liet zien dat 75 procent van jonge Amerikaanse vrouwen weinig seksueel gevoel hebben en in plaats van hun libido te bevredigen zoeken ze hun plezier in exhibitionisme, ijdelheid en een kult van fitness en gezondheid in de steriele zin. Amerikaanse meiden hebben “geen problemen met seks”, ze zijn “meegaand” voor de man die het gehele seksuele proces ziet als iets in isolatie waardoor het een oninteressant feit wordt, wat tot op zekere hoogte zo moest zijn. Dus nadat ze naar de bioscoop of dancing is geweest, is het volgens de Amerikaanse goede manieren normaal dat ze zichzelf laat kussen – het betekent niks. Amerikaanse vrouwen zijn karakteristiek frigide en materialistisch. Een man die zijn “lol heeft gehad” met een Amerikaanse vrouw heeft een materialistische verplichting met haar, er wordt haar een materialistische gunst verleend. In het geval van een scheiding bevoordeeld het Amerikaans recht de vrouw. Amerikaanse vrouwen zullen snel genoeg scheiden als ze een betere koop zien. Het wordt vaak gezien dat de Amerikaanse vrouw met een man trouwt terwijl ze al een toekomstige “relatie” met een andere man heeft die ze wilt trouwen na een winstgevende scheiding.


“Onze”Amerikaanse media

De Amerikanisatie in Europa is wijdverspreid en overduidelijk zichtbaar. In Italië is het een fenomeen dat zich snel heeft verspreid in de naoorlogse jaren en dat door de meeste mensen wordt beschouwd als een goed of natuurlijk fenomeen. Enige tijd geleden schreef ik dat van de twee grote gevaren die Europa bedreigden – Amerikanisme en Communisme – de eerste des te verraderlijker is. Communisme kan enkel een gevaar vormen in de brute en catastrofale vorm van een directe overname van macht door de Communisten. Aan de andere kant wint het Amerikanisme aan grond door een proces van langzame infiltratie die mentaliteiten en gewoonten aantast. Dit lijkt ongevaarlijk op zichzelf, maar eindigt in een fundamentele perversie en degradatie waartegen men, buiten in zichzelf, onmogelijk kan vechten.

Het is nu juist op het vlak van interne oppositie dat de meeste Italianen zwak lijken. Terwijl ze hun eigen culturele erfgoed vergeten keren ze zichzelf gewillig naar de Verenigde Staten als de maatschappelijke moeder gids van de wereld. Wie modern wil zijn moet zich meten volgens de Amerikaanse standaard. Het is treurig om te zien hoe een Europees land zichzelf zo vernederd. De verering van Amerika heeft niks te maken met een cultureel belang voor hoe andere mensen leven. In tegendeel, onderdanigheid aan de Verenigde Staten leidt ertoe dat men gaat denken dat er buiten de Amerikaanse manier geen enkele andere manier van leven het waard is om te overwegen.

Onze radio dienst is geamerikaniseerd. Zonder enige criteria als superieur of inferieur volgt het gewoon de modieuze thema’s en markten van het moment die als acceptabel beschouwd worden – acceptabel is voor de meest geamerikaniseerde sectie van het publiek datgene dat het meest gedegenereerd is. De rest van ons wordt hier simpelweg in mee gesleurd. Zelfs de stijl van presentatie op de radio is geamerikaniseerd: “Wie kan, na het luisteren van een Amerikaans radio programma, nog een koude rilling onderdrukken als deze overweegt dat geamerikaniseerd worden de enige manier is om het Communisme te ontsnappen.” Dat zijn niet de woorden van een buitenstaander maar van een Amerikaanse socioloog, James Bumham, professor op de University of Princeton. Zo’n oordeel van een Amerikaan zou Italiaanse radio programmeurs moeten doen blozen van schaamte.

De consequentie van een “doe je eigen ding” democratie is de vergiftiging van het overgrote deel van de populatie die niet capabel is om voor zichzelf te discrimineren. Wat als deze niet worden gestuurd door macht of een ideaal te makkelijk leidt tot het verlies van een eigen identiteit.

De Industriële Orde in Amerika   

In Wernart Sombart zijn klassieke studie naar kapitalisme vat hij de laatste kapitalistische fase samen in het adagium “Fiat producto, Pareat homo”. In zijn extreme vorm is het kapitalisme een systeem waarin de mens waarde enkel wordt geschat in termen als productie en goederen en de uitvinding van productiemiddelen. Socialistische doctrines groeiden als reactie op het gebrek aan een menselijke factor in dit systeem.

Een nieuwe fase begon in de Verenigde Staten waar sprake was van een nieuwe opleving van interesse in zogenaamde arbeidsrelaties. Qua uiterlijk leek het een verbetering te betekenen, in realiteit was het een schadelijk fenomeen. De ondernemers en werkgevers begonnen zich te realiseren dat de “menselijke factor” belangrijk was binnen een productieve economie en dat het een fout is om het individu in de industrie te negeren: zijn motieven, zijn gevoelens, zijn dagelijks leven. Dus ontstond er een gehele school van studie op menselijke relaties binnen de industrie gebaseerd op gedrag. Studies zoals “Human Relations in Industry” van B. Gardner en G. Moore voorzagen in een analyse van het gedrag van werknemers en hun motivaties met als precies doel om de beste middelen te definiëren om alle factoren die de maximalisatie en productie konden hinderen te voorkomen. Sommige van deze studies kwamen zeker niet van de werkvloer maar van management bijgewoond door specialisten van verschillende scholen. De sociologische onderzoeken gingen zo ver als het analyseren van de werknemer zijn sociale sfeer. Dit soort studies hebben een praktisch doel: het onderhoud van de psychologische tevredenheid is net zo belangrijk als de fysieke tevredenheid. In gevallen waar een werker gebonden is aan monotoon werk dat geen grote concentratie vergt, zullen de studies aandacht vragen voor het “gevaar” dat zijn geest “weg zweeft” op een manier die slecht kan reflecteren naar zijn houding richting zijn werk.

De privé levens van de werknemers zijn niet vergeten – vandaar de toename aan zogenaamde personele begeleiding. Specialisten worden ingezet om angst, psychologische stoornissen en onaangepaste “complexen” te voorspellen. Dit kan zover gaan dat men advies geeft in relatie met de meest persoonlijke zaken. Een veel gebruikte psycho-analytische techniek is de werknemer “vrij te laten praten” en de resultaten die zijn verkregen bij deze “catharsis” in reliëf zetten.

Niks hiervan is bezig met de geestelijke verbetering van menselijke wezens of echte menselijke problemen zoals een Europeaan in dit “tijdperk van economie” zou begrijpen. Aan de andere kant van het IJzeren Gordijn wordt de mens behandeld als een beest of een last waarvan zijn onderdanigheid wordt gewonnen met terreur en hongersnood. In de Verenigde Staten ziet men de mens ook slechts als een factor van arbeid en consumptie, geen enkel aspect van zijn persoonlijk leven wordt genegeerd en elke factor van zijn bestaan wordt naar hetzelfde doel getrokken. In het “land van vrijheid” wordt de mens via ieder medium verteld dat deze een graad van geluk heeft bereikt waar niemand van kon dromen. Hij vergeet wie hij is, waar hij vandaan komt en koestert enkel het heden.


Amerikaanse “Democratie” in de Industrie                

Er is een belangrijke en groeiende discrepantie in de Verenigde Staten tussen de twistpunten van de heersende politieke ideologie en de effectieve economische structuur van de natie. Een groot onderdeel van de studies rond dit onderwerp worden gespeeld door de “morfologie van het bedrijfsleven”. Studies bevestigen de indruk dat het Amerikaanse bedrijfsleven ver weg staat van het type organisatie dat overeenkomt met het democratische ideaal van de Amerikaanse propaganda. Het Amerikaans bedrijfsleven kent een piramide structuur, zij vormen de top van een mondige hiërarchie. De grote bedrijven worden geleid op dezelfde wijze als regeringsministeries en worden via dezelfde lijnen georganiseerd. Zij hebben coördinerende en controlerende lichamen die de bedrijfsleiders scheiden van de massa aan werknemers. In plaats van meer flexibel te worden op sociaal vlak wordt de “bedrijfselite” autocratischer dan ooit – iets wat niet los staat van het Amerikaans buitenlands beleid.

Dit is het einde van alweer een andere Amerikaanse illusie. Amerika, het “land van de kansen”, waar iedere mogelijkheid voor ieder persoon open ligt, waar men van arm ineens rijk kan worden. Eerst was er de “open grens” waar eenieder over uit kon rijden. Die ging dicht en de nieuwe “open grens” werd de hemel, het grenzeloos potentieel van industrie en handel. Zoals Gardner, Moore en vele anderen hebben laten zien is deze ook niet langer grenzeloos en de kansen dunnen uit. Gezien de alsmaar toenemende specialisatie van arbeid in het productieve proces en de toenemende nadruk op “kwalificaties”, zal wat Amerikanen ooit voor lief namen – dat hun kinderen “verder” zouden gaan dan zij deden – voor veel mensen niet langer meer zo voor de hand liggen. Dus zijn in de zogenaamde politieke democratie van de Verenigde Staten, de kracht en de macht in het land, de industrie en de economie, steeds meer ondemocratisch aan het worden. Het probleem is dan: moet de realiteit zo gemaakt worden dat het de ideologie past of vica versa? Tot voor kort was de vraag er een voor de vroegere loop van actie: men schreeuwt om een terug keer naar het “echte” Amerika van vrije onderneming en het individu dat los staat van gecentraliseerde overheidscontrole. Er zijn echter ook diegene die prefereren om de democratie te begrenzen om de politieke theorie toe te passen op de commerciële realiteit. Als het masker van de Amerikaanse “democratie” daarbij zou moeten worden afgedaan, dan wordt het pas duidelijk in hoeverre “democratie” in Amerika (en elders) slechts een instrument is van een oligarchie die een methode van “indirecte actie” na streeft. Indirecte actie die verzekerd dat de mogelijkheid van misbruik en misleiding op grote schaal mogelijk is bij diegene die het hiërarchisch systeem accepteren omdat zij denken dat het een juist systeem is. Dit dilemma van “democratie” in de Verengde Staten kan ooit eens tot interessante ontwikkelingen leiden. 

Julius Evola       

zaterdag 2 april 2011

De mythologie van het Germaanse volk

De mythologie van het Germaanse volk
Mythes liggen aan de basis van het ontstaan van een maatschappij, zij vormen de wortel van het “denken” en van het “zijn”. Alle maatschappijen en culturen vormen hun eigen soort tribale mythologie waaraan zij hun kracht, cultuur en identiteit ontlenen. Zij vormen dan ook de etnische en spirituele voorgeschiedenis van een samenleving. Mythologie is een onmisbaar onderdeel van het Volkse bewustzijn. Zonder het altijd te beseffen speelt dit een tijdloze cruciale rol in ons leven. Ieder van ons kan na een persoonlijke inspanning dan ook haar aanwezigheid bemerken in zijn/haar eigen “denken”.
De esoterische mythen in hun basis werden niet gemodelleerd uit een serie van persoonlijke ervaringen van een individu of een ander, zij waren de oorspronkelijke paradigmatische modellen vastgesteld door de “hogere spirituele adepten”. De helden die men het meest bewondert verwerden dan ook spontaan tot mythen en zetten anderen weer aan tot grootse daden. Zonder Achilles en de Ilias zou Alexander niet de verovering van het oosten hebben ondernomen. Zonder Alexander zouden vele andere grote mannen uit de geschiedenis nooit hun hogere potentieel benut hebben. In werkelijkheid is de mens “ongeboren”. Het is via “offer” dat hij geboren wordt en naar aanleiding van zijn daden in Midgard zal bepaald worden of hij geschikt materiaal is voor legende en excellent genoeg is om te mogen feesten met Wodans gevallen helden in het Walhalla.

Met behulp van mythen lossen wij duizend en een dagelijkse problemen op en bereiken we moreel evenwicht. Er is dan ook niet zoiets als een vergeten mythologie in een afgezonderde maatschappij. Het is mogelijk dat men tradities en praktijken verwaarloosd maar er blijft altijd het genetische geheugen en deze oude gewoonten en gebruiken kunnen worden terug gevonden. De aarde heeft ook een “geheugen” en is en zal altijd een getuige van de geschiedenis zijn ook al hebben wij niet altijd evenveel waardering voor haar. Mythologie fungeert als een waardevolle tijdcapsule, niet vol met aardse zaken maar gevuld met esoterische wijsheden die ons laten zien hoe onze voorouders in het leven stonden. Deze esoterische wijsheid in de gedaante van volksverhalen houden ons culturele erfgoed in tact en hebben dan ook een blijvende waarde. Misschien dat de Heidense goden tot op bepaalde hoogte te makkelijk voor de mensen waren, leven en laten leven was hierin een belangrijk credo. Dit was achteraf bezien een zwakte, een hiaat waardoor een vreemde “religie” zijn intrede kon doen. Een “religie” met wereldheerschappij en de daarmee gepaard gaande vernietiging van de natuur, op basis van etnische geesten en wegen van het heidense volk, op zijn agenda.
Door de eeuwen heen heeft de natuur altijd een belangrijke rol gespeeld in de oude Germaans Heidense samenlevingen. Om de tijdloze principes van de wetten van de natuur volledig te kunnen begrijpen moeten we onze visie van “de geest en ons wezen” aanscherpen. De veelzijdigheid van de natuur ken geen beperkingen die liggen immers in ons zelf. Op elk niveau is ons wezen een intrinsiek onderdeel van de vitaliteit van het universum. De kracht van het “denken” bezit een enorme macht. Echter het denken alleen kan onze maatschappij en ons universum niet redden evenmin als het de Romeinse beschaving niet kon redden na het bekeren tot het Christendom, dit opende immers alleen de deur tot duizend jaar brute straffen en verraad jegens zijn medemens. Als we onze maatschappij willen redden, en niet alleen onze eigen ziel, moeten we proberen meer ons verstand te gebruiken en weer een gezond respect voor de natuur en de aarde die ons leven in stand houdt verkrijgen.
Het Germaanse volk in de huidige Westerse wereld is ontstellend ver van zijn natuur af gegroeid. In de vroegste tijden schiep de diepe verbondenheid met de natuur een ecologie van metaforen; alle dingen waren gerelateerd. De natuurlijke wereld en haar verschuivende patronen waren niet meer dan een uitbreiding van het proces dat de mens zelf schiep en dat het leven was. Onze heidense voorouders liepen, groeiden, hadden lief en stierven als onderdeel van de hele symfonie van het leven. Alle dingen waren levend, er was geen scheiding tussen sacraal en profaan, alle leven was spiritueel. Onze inheemse mythologieën met zijn tribale goden verenigden de mens met de natuur en zijn universele wetten waaraan we eeuwig onderworpen zullen zijn. De natuur weerspiegeld de mens en de mens weerspiegeld de natuur. Zij nemen beiden deel aan een bestaan waarin er geen scherpe scheiding tussen hun is.

Natuurlijke, ongeconditioneerd intelligentie beweegt spontaan naar de waarheid in alle mensen die gebruik maken van hun verstand. De natuur in al haar wegen, schenkt haar creaties de kennis die nodig is voor hun overleving. Het Germaanse volk, in zijn lange wordingsproces, is grotendeels deze oeroude instincten en driften aan het verliezen. Zijn psychische band met het universele leven en de wortels van zijn Volk zijn afgenomen. Terwijl hij steeds verder af drijft van deze basis, zal hij blunders blijven maken, uit ontworteling, egoïsme en verwaandheid, graviterende in de richting van vreemde religies, rassenvermenging en materialistische bezigheden die zijn uitsterven enkel bespoedigen. De natuur zal uiteindelijk juist deze afwijking van genetische drift op zijn eigen manier bestraffen. Een maatschappij dat geen enkele cohesie meer heeft en geen zorg voor zelfbehoud kent, zal zeker uitsterven. De natuur kent immers geen genade voor zwakkelingen. Ons Germaanse Volk moet geconfronteerd worden met het besef dat enkel door vasthouden aan onze vitale eeuwenoude natuurlijke instincten we een kans hebben om te overleven en niet op gaan in de “grijze” wereldmaatschappij.
Het Germaanse volk, zijn cultuur en zijn lot moeten opnieuw, zoals in de oudheid, in overeenstemming komen met de natuur. Ons Volks bewustzijn moet leren om de waarheid van dwaling te onderscheiden en bewust zichzelf bevrijden van de verlokkingen van materie om zijn rechtmatige plaats binnen de perfectie van de schepping van de natuur op te eisen. Deze oude wijsheden moeten zich altijd manifesteren binnen de structuur van onze etnische mythologieën, tradities en religies. Met het oog op het realiseren van het hoogste goed is het noodzakelijk om de kennis van de betekenis van het universum te hebben, om de waarheid te kennen.
De familie en het Volk behoren twee van de belangrijkste pijlers van zorg te zijn. Door middel van traditie waren onze voorouders altijd sterk toegewijd aan hun “clan”. Vandaag de dag moet voor ons Volk, onze “clan” meer dan ooit belangrijk zijn. Zonder deze samenhang, zonder een terugkeer naar de bron van onze etnische identiteit en zonder een even collectieve focus op onze toekomst als Volk bestaat er geen mogelijke kans op “overleving”. Enkel een opgaan in een zielloze egoïstische geld en machtsbeluste wereldmaatschappij. De noodzaak om een Germaanse eenheid te cultiveren is dan ook vanzelfsprekend op dit moment in de huidige cyclus van de wereldgeschiedenis. Het is niet langer een optie om ons kop in het zand te steken, omdat we de werkelijkheid niet onder ogen willen komen en in slaap te blijven terwijl de wereld om ons heen in duigen valt. We moeten ons focussen op onze eigen innerlijke essentie als individu en als Volk. Wij als de kinderen van onze nobele voorouders vertegenwoordigen het collectieve bewustzijn van ons Volk. We moeten deze oude band dan ook versterken en verfijnen en in onszelf kijken naar de route die de deuren zal openen voor onze genetische en natuurlijke instincten.

Het Rivkin Project (3): Hoe Globalisme het Multiculturisme gebruikt

Het Rivkin Project:

Hoe Globalisme het Multiculturisme gebruikt om soevereine Naties te ondermijnen.              

 

Deel 3

 

Veel snode doelen zijn opgelegd onder het mom van multiculturisme en slogans als “gelijkheid” en “mensenrechten”. Net zoals “democratie” in de recente geschiedenis werd gebruikt als rechtvaardiging voor het platbombarderen van staten, dienen deze slogans vaak als retoriek om het voor te doen als een goede bedoeling en om de ware doelen die gemotiveerd worden door macht en hebzucht te verbergen.

Men zou kunnen denken aan de wijze waarop de doelen van de “Uitlanders” werden geagiteerd als rechtvaardiging voor de Anglo-Boer oorlogen met als doel de minerale rijdom van Zuid Afrika te winnen ten gunste van Cecil Rodes en Alfred Beit. Een soortgelijke kwestie werd in onze tijd een nieuw leven ingeblazen  onder de naam van “vechten tegen apartheid”. En terwijl de gehele wereld de toekenning van macht aan het ANC bejubelde was de harde realiteit dat de Afrikanen geen enkele materiële profijt hadden van deze strijd. Het enige doel was om de genationaliseerde ondernemingen te privatiseren zodat deze verkocht konden worden aan het globale kapitalisme. Toen in 2000 de patriarch van het Zuid Afrikaanse kapitalisme, Harry Oppenheimer - wiens familie een traditionele vijand van de Afrikanen was - overleed, werd hij door Nelson Mandela geprezen met de woorden: “Zijn contributie aan de bouw van een partnerschap tussen het grote bedrijfsleven en de nieuwe democratische regering in die eerste periode van democratische heerschappij kan nooit genoeg gewaardeerd worden.”         


De “democratie” die Oppenheimer en andere plutocraten samen met het ANC hebben gecreëerd in Zuid Afrika is de vrijheid voor het globaal kapitaal om het land uit te buiten. Mandela verklaarde in 1996 over deze “lange mars naar vrijheid”: “Privatisering is het fundamentele beleid van het ANC en dit zal zo blijven.” In zijn commentaar over de privatisering van de gemeentelijke watervoorziening in Johannesburg, die nu van de Franse corporatie Suez Lyonnaise Eaux is, heeft het AKC verklaart dat: “Eskom is een van vele door de overheid beheerde parasieten die tijdens de apartheid zijn gecreëerd en die door de democratisch verkozen regering worden geprivatiseerd in een poging om geld in te zamelen.” Het was dezelfde uitkomst voor Zuid Afrika als de “bevrijding” van Kosovaarse mineralen uit naam van “democratie” en in naam van rechten voor moslims onder Servische heerschappij. Dit terwijl andere moslims onder hun eigen heerschappij worden gebombardeerd tot zij zich onderwerpen aan de VS en zijn bondgenoten.



De doelen van het globale kapitalisme

De natuur van de globalistische dialectiek wordt zeer overtuigend uitgelegd door Noam Chomsky:

“Kijk, kapitalisme is niet fundamenteel racistisch – het kan racisme uitbuiten om haar doeleinden te benutten, maar racisme is er niet in gebouwd. Kapitalisme wil in principe dat mensen verwisselbare tanden zijn en verschillen tussen hen, bijvoorbeeld op basis van ras, zijn dan ook niet functioneel. Ik bedoel hiermee dat ze voor een korte periode functioneel zijn, bijvoorbeeld als je een zeer uitgebuite arbeidskracht nodig hebt, maar deze situaties zijn een soort van afwijking. Op de lange termijn kan men verwachten dat kapitalisme anti racistisch is – enkel omdat het onmenselijk is. En ras is in feite een menselijk karakteristiek – er is geen enkele reden waarom het een negatieve karakteristiek moet zijn, maar het is een menselijke karakteristiek. Daarom dus dat identificaties die gebaseerd worden op ras strijdig zijn met het fundamentele ideaal dat mensen enkel beschikbaar moeten zijn als consumenten en producenten, verwisselbare tanden die alle troep kopen die geproduceerd wordt – dat is hun ultieme functie en elke andere waarden die ze wellicht hebben zijn irrelevant en hinderlijk.      
   
Deze verklaring van Chomsky verwoord zeer overtuigend de gehele situatie.

Frankrijk als een sociaal laboratorium voor globalisatie

Het Rivkin offensief is de laatste in een lange lijn van programma’s om de Franse identiteit te ondermijnen. Frankrijk is een paradox, die de kosmopolitische waarden van de bourgeois revolutie van 1789 combineert met een koppig traditionalisme en nationalisme, die de globalisten benoemen als “xenofobie”. Het manifesteert zich zelfs op kleine manieren zoals bijvoorbeeld de wettelijke verplichting voor Franse ambtenaren en politici om ongeacht hun kennis van andere talen in het Frans te spreken met buitenlandse media. Het wijdverspreide verzet tegen MacDonalds en Disney World in Frankrijk is een ander voorbeeld.

Frankrijk vecht, net als een groot deel van de rest van de wereld, een culturele strijd tegen globalisatie en is aan het verliezen. Jeff Steiner zijn column “Amerikanen in Frankrijk” refereert aan de manier waarop de Fransen zich eens verzetten tegen de opening van een Amerikaanse fastfood keten die onderdeel vormde van “de Amerikaanse culturele invasie.” Steiner schrijft:

“… Dat lijkt een ver verleden nu MacDonalds een onderdeel van de Franse cultuur is geworden en niet langer als Amerikaanse import wordt gezien, maar als geheel Frans. Kort gezegd zijn de Fransen net zoals in zoveel andere landen gewent aan de MacDonalds. Ik ben bij enkele MacDonalds in Frankrijk geweest en met uitzondering van een in Strasburg zien alle MacDonalds er in Frankrijk hetzelfde uit als hun tegenhangers in Amerika. Ja, er zijn nog steeds diegene die de MacDonalds vervloeken als het symbool van de Amerikanisatie van Frankrijk en die ook de unieke keuken van Frankrijk zien verdwijnen. Het menu in een Franse MacDonalds is een bijna exacte kopie van wat men vind in een MacDonalds in de VS. Het overviel mij dat ik hetzelfde kon bestellen als dat ik in de VS zou doen, in Engels dus, maar met dat vreemde Franse accent erin. Als de waarheid werd verteld, dan zijn de Fransen die in de MacDonalds eten net zo thuis als dat een Amerikaan dat zou zijn.      

Dit ogenschijnlijke triviale voorbeeld is eigenlijk van een immens belang om te laten zien hoe een sterke cultuur zoals die van Frankrijk – tot voor kort een zeer trotse natie – kan bezwijken, met name onder druk van marketing richting jongeren. Het is een schoolvoorbeeld van de standaardisatie die de Amerikaanse bedrijfscultuur met zich mee brengt. Dit is wat de globalistische elite wenst op wereldschaal, wat zelfs invloed heeft op wat men eet. Opvallend is dat de weerstand tegen MacDonalds vooral kwam van boeren, een traditionalistisch segment van de Europese populatie die meer en meer verdwijnt onder het globalistische regime en die uitsterft als de agricultuur een agrarische industrie wordt.   

Gezien de status van Frankrijk in Europa en de historische neiging om haar soevereiniteit te handhaven tegenover Amerikaanse belangen – vrij recent nog met haar oppositie tegen de oorlog in Irak – blijft Frankrijk een van de grote struikelblokken voor globalisme in Europa. Een extra zorg is dat Frankrijk haar koppige “xenofobie” naar de verkiezingen brengt en er een anti globalistische partij wordt verkozen. Deze zorg wordt gereflecteerd door de electorale ups en downs van het Front National, die zich tegen zowel globalisatie als privatisering verzet.

Dat is de belangrijkste reden voor Rivkin zijn verreikende subversieve en interventionistische programma die moslims wilt assimileren in de Franse samenleving, wat er uiteindelijk toe zal leiden dat het Franse bewustzijn fundamenteel wordt omgevormd tot een meer kosmopolitisch bewustzijn. Dat dit de bedoeling is staat duidelijk omschreven in Rivkin zijn ambassade documenten waarin hij verklaart dat de Ambassade de effecten van het “outreach” programma tegen steun voor “xenofobische” politieke partijen en platformen zal gaan monitoren.

Tegen de “xenofobie” van Frankrijk laat R.J. barnet en R.E. Mullers hun studie over de globale corporatie, “Global Research”, zien dat de Franse bedrijfselite al lang op zoek is naar de ondermijning van de fundamenten van de Franse traditie. Jacques Maisonrouge, president van de IBM World Trade Corporation, wilt benadrukken dat “Weg met de grenzen!” - een studenten slogan tijdens de opstand van de universiteit van Parijs in 1968 - een slogan is die meer dan welkom is bij IBM. Hij verklaart dat de “wereld managers” geloven dat zij de wereld kleiner en meer homogeen maken. Maisonrouge beschrijft goedkeurend de globale corporate executives als “de ontwortelde internationale carrière mannen”. Het is deze ”ontworteling” die de basis vormt voor een “wereld consumenten cultuur” die nodig is om een meer efficiënte wereld economie te creëren.     

Parijs is allang een kosmopolitisch centrum en daarom ideaal als een prototype voor de “globale stad” van de toekomst. In 1970 ontwikkelde Howard Perlmutter en Hasan Ozekhan van de Warton School of Finance Worldwide Institutions Program een plan voor een “globale stad”. Parijs werd voor dit doel gekozen. Prof. Perlmutter was een consultant voor globale corporaties. Zijn plan werd toegewezen door de Franse regering. Perlmutter voorspelde dat in de jaren ’80 de steden “globale steden” zouden worden.      
Voor parijs hield dit in dat het “minder Frans werd” en een “denationalisering” onderging. Hiervoor, stelde hij, is een psycho-culturele verandering van het beeld nodig met betrekking tot de traditionele impressie van de “xenofobie” die de Fransen lijken uit te stralen. De parallellen met het recente Rivkin programma zijn duidelijk. Purlmutter opperde dat het introduceren van een multicultuur de beste manier was om van het Franse nationalisme af te komen. Hij pleitte voor een “globalisatie van culturele gebeurtenissen” zoals internationale rock festivals, als een tegengif voor “nationalistische cultuur”.   

Het ondermijnen van de Franse nationalistische cultuur is de reden dat Rivkin zocht naar sterke connecties tussen Hollywood en de Franse cultuur industrie. Rivkin kent de waarde van entertainment bij het omzetten van attitudes, zeker onder jongeren. Nadat hij werkte als een corporatieve financiële analist bij de Salamon Brothers, ging Rivkin in 1988 werken bij de Jim Henson Company als directeur voor strategische planning. Twee jaar later werd hij vice-president van het bedrijf.
De Jim Henson Company produceert Sesam Straat, wiens lieve kleine muppets een gecalculeerde globalistische agenda propageren aan kleuters. Lawrence Balter, professor psychologie aan de universiteit van New York, schreef dat Sesam Straat kinderen een breed vlak van ideeën, informatie en ervaringen aanbied over onderwerpen zoals dood, culturele trots, raciale relaties, mensen met een handicap, bruiloften, zwangerschap en zelfs ruimte verkenning. Deze serie was de eerste die educatieve onderzoekers aan werk hielp. Met de formatie van een onderzoeksafdeling kreeg Sesam Straat subsidies van de Ford Foundation, de Canergie Corporation en de US Office of Education. Wat hierbij opvalt is dat de Canergie Corporation en de Ford Foundation ook de beschermheren zijn van de Pacific Councel on International Policy. 
De creatie van de wereldconsument  
Zoals Chomsky liet zien ziet het globalisme de mensheid in termen van verwisselbare tanden in de productie en consumptie cyclus. De top van de corporatieve menselijke evolutie is de transformatie in “ontwortelde, internationale carrière mannen.” Volgens de financieel journalist G. Pascal Zachary willen deze wortelloze kosmopolitanen een “informele globale aristocratie” opzetten die gerekruteerd wordt door corporaties over de gehele wereld. Een nieuwe klasse die niet gehinderd wordt door nationale, culturele of etnische bindingen.
Barnet en Muller quoten Pfizer’s John J. Powers die stelt dat globale corporaties de “agenten van sociale, economische en culturele verandering zijn.” Zij schrijven dat globale topmannen het “irrationele nationalisme” zien als een rem op de “vrije stroom van geld kapitaal, technologie en goederen op een wereldwijde schaal.” Een cruciaal aspect van nationalisme zijn “de verschillen in psychologische en culturele attitudes, die de taak om de wereld homogeen te maken tot een geïntegreerd geheel, bemoeilijken. Cultureel nationalisme is dan ook een serieus probleem omdat het een concept als de “Globale supermarkt” bedreigt.”

Dit “culturele nationalisme” wordt door Rivkin en alle andere voorvechters van globalisme beschreven als “xenofobie”, tenzij deze “xenofobie” kan worden gebruikt in dienst van een militair avontuur wanneer omkopingen, embargo’s en dreigementen erin falen een staat te laten luisteren. Dan worden de Amerikaanse globalistische elite en hun bondgenoten plots “patriotten”.
Barnet en Muller citeren A.W. Clausen die toen deze hoofd was van de Bank of America verklaarde dat nationale, culturele en raciale verschillen tot “marketing” problemen leiden terwijl hij klaagt dat er niet zoiets als “een uniforme, globale markt bestaat.” Harry Heltzer, Chief Executive Officer van 3M stelde dat globale corporaties een “machtige stem zijn voor de wereldvrede omdat hun alliantie met geen enkele natie of ras is maar met de fijnere aspiraties van de mensheid, die de mensen in de wereld kan verenigen rond een gedeeld economisch doel.”
Deze “fijnere aspiraties van de mensheid”, bij anderen bekend als hebzucht en gierigheid, hebben de aarde vervuilt, wereldwijde economische recessie veroorzaakt en opereren via woekeren wat in vroegere tijden nog als een zonde werd beschouwt. Deze “fijnere aspiraties” hebben, meestal in naam van “wereldvrede” en “democratie”, door zakelijke afrekening meer oorlogen op hun geweten dan welk “xenofobische” dictator ook. 
De Rivkin doctrine voor Frankrijk is een verreikend programma om - vooral de jongeren - te transformeren in globale lemmings berooft van hun culturele identiteit. Dit gebeurt via een Orwelliaanse “dubbele gedachte” uit naam van het “multiculturisme”.
Kerry Bolton
    



Het Rivkin Project (2): Hoe Globalisme het Multiculturisme gebruikt

Het Rivkin Project:

Hoe Globalisme het Multiculturisme gebruikt om soevereine Naties te ondermijnen.              

Deel 2


Het Rivkin Project om de Franse jeugd te ondermijnen

 

Toen de Amerikaanse ambassadeur Charles Rivkin een delegatie van zijn mede “Pacific Coucil on International Policy” leden uitnodigde in Frankrijk, had hij een programma opgezet voor de Amerikanisatie van Frankrijk waarin primair gebruik gemaakt werd van moslim minderheden en de indoctrinatie van Franse jeugd met globalistische idealen. De slogan was de gemeenschappelijke historische inzet van Frankrijk en Amerika voor “gelijkheid.”

 

Wikileaks onthulde dit “vertrouwelijke” programma. Het heet “Minority Engagement Strategy.” Hier ontvouwt Rivkins een programma dat een flagrante bemoeienis vormt in de binnenlandse aangelegenheden van een soevereine natie. Het programma zoekt naar een verandering in de houding van generaties moslims en Franse jeugd zodat zij kunnen opgaan in een nieuwe globalistische synthese. Rivkin begint met de verklaring dat zijn ambassade een “Minority Engagement Strategy” heeft ontwikkeld die primair gericht is aan de moslims in Frankrijk. Rivkin beschrijft een deel van dit programma als volgt: “Om invloedrijke leiders in onze doelgroep te krijgen en zowel de materiële als immateriële indicaties van onze strategie te kunnen evalueren, zullen we de inspanningen van verschillende Ambassade secties integreren.”          


Rivkin heeft er alle vertrouwen in dat het historische Liberalisme van Frankrijk “ons goed zal dienen als we de omschreven strategie willen implementeren …. waarin we druk op Frankrijk uitoefenen ...” Let op de zin “druk uitoefenen op Frankrijk.” Amerika haar globalistische agenda wordt door Rivkin gekoppeld aan zijn blauwdruk om Frankrijk te transformeren “inclusief het Franse staatsbestel (die) zal helpen onze belangen in de uitbreiding van democratie en in de toename van stabiliteit wereldwijd te waarborgen.” Het programma zal zich richten op de “elite” van de Franse en moslim gemeenschappen, maar zal eveneens leiden tot een massale propaganda campagne die is gericht aan de “algemene bevolking”, met name de jeugd.
 

Op hoog niveau zullen Amerikaanse functionarissen de Franse functionarissen in het defensief plaatsen. Het programma omvat ook het herdefiniëren van de Franse geschiedenis in leerplannen voor scholen zodat men de rol van niet-Franse minderheden in de Franse geschiedenis kan uitlichten. Dat betekend dus dat de Pepsi/MTV generatie van de Amerikanen de Franse cultuur opnieuw zal definiëren en nieuwe bladzijden in de Franse geschiedenis zullen schrijven die overeenkomen met hun globalistische agenda. Om dit doel te bereiken;” …blijven we doorgaan met ons werk met Franse musea en opvoeders om het historisch curriculum dat op Franse scholen wordt gegeven te hervormen.”

“Taktiek nummer drie” heet “Launch Aggressive Youth Outreach.” Net zoals andere staten die doel zijn van de US State Department en hun geallieerden bij het Soros network, Freedom House, Movement.org, National Endowment for Democracy, Solidarity Center enzovoorts, is de ontevreden jeugd de doelgroep voor verandering. De ambassadeur zijn bureau Youth Outreach Initiative leid de aanval voor deze inzet. Het richt zich op het “veroorzaken van een positieve dynamiek onder de Franse jeugd, die leid tot een grotere steun aan Amerikaanse doelen en waarden.” Kunnen de intenties nog duidelijker worden neergeschreven? Het is gewoon Amerikanisatie op zowel cultureel als politiek gebied.
Hier kunnen we het makkelijkst voorbij de retoriek kijken en duidelijk de ware motieven voor deze strategie zien: “het vormen van een generatie die leid tot grotere steun aan Amerikaanse doelen en waarden.” Deze “Amerikaanse doelen en waarden” worden aan de Fransen verkocht als Franse waarden op basis van de bourgeois idealen van 1789 die, zowel links als rechts in het politieke spectrum, nog steeds grote invloed uitoefenen op de Franse politiek. Ze zullen leren om te denken dat ze Franse tradities in stand houden terwijl ze functioneren als agenten van verandering volgens de “Amerikaanse waarden”; de waarden van het globale dorp en de globale supermarkt. Een invloedrijk programma met een verscheidenheid aan indoctrinatie methoden wordt omschreven:
Om deze doelen te behalen zullen we voortbouwen op reeds bestaande uitgestrekte publieke diplomatieke programma’s en zullen we nieuwe creatieve middelen ontwikkelen om de Franse jeugd te beïnvloeden met nieuwe media, corporatieve partnerschappen, landelijke competities, doelgerichte outreach evenementen en speciaal uitgenodigde Amerikaanse gasten.
Het programma dat zich richt tot de Franse jeugd is vergelijkbaar met de programma’s die gericht waren tot de jeugd die de voorhoede van de “Fluwelen revoluties” in Oost Europa en Noord Afrika vormden. Potentiële leiders in Frankrijk worden opgenomen door de US State Department en zullen worden gecultiveerd om een rol te spelen in het toekomstige Frankrijk naar Amerikaans ontwerp:
“We zullen ook nieuwe middelen ontwikkelen om toekomstige Franse leiders te identificeren en te beïnvloeden. Als we training uitbreiden en kansen voor de Franse jeugd uitwisselen, zullen we absoluut duidelijk maken dat de uitwisselingen die we steunen inclusief zijn. We zullen bouwen op bestaande jeugd netwerken in Frankrijk en nieuwe jeugd netwerken creëren in de cyberspace zodat Frankrijk haar toekomstige leiders gekoppeld worden in een forum wiens waarden wij helpen vormen – waarden van integratie, wederzijds respect en open dialoog.”
Hier pleit Rivkin voor iets dat verder gaat dan het beïnvloeden van de moslim gemeenschap in Frankrijk. Hij stelt dat een belangrijk deel van het programma zich richt op het cultiveren van Franse jeugd, de potentiële leiders die Amerikaanse idealen vertegenwoordigen onder de façade van Franse idealen. De US State Department, hun corperatieve bongenoten en geallieerde NGO’s willen deze waarden vormgeven. Het globalistische programma wordt duidelijk uitgelegd als een heropleiding van de Franse jeugd. Men zou denken dat dit de belangrijkste rol was van de Franse regering, de Katholieke kerk of de familie. Maar het zijn de Amerikaanse bureaucraten met hun gestoorde helpers die de nieuwe “Franse waarden” gaan formuleren.
Zoals in de staten die gekozen zijn voor de “Fluwelen revoluties” omvat een deel van de strategie de afbakening van politieke grenzen. Toen Hilary Clinton verklaarde welk soort staat het Amerikaans establishment verwacht na de val van Khadaffi, stelde zij dat het nieuwe Libië een inclusieve democratie moest worden die open stond voor “alle” meningen. Oftewel zolang deze meningen maar overeenkwamen met het streven naar “gelijkheid” en “democratie”. In andere woorden moet  er een nieuwe verdeling van vrijheid komen in Libië, zolang deze vrijheid maar niet verder gaat dan de definitie die de VS hieraan stelt. Als iemand de grens overschrijd van de acceptabele democratie dan staan de Amerikaanse bommenwerpers paraat. In de context van Frankrijk is het duidelijk dat de afbakening van de Franse politiek volgens het globalistische dictaat geen elementen van zogenaamde “xenofobie” mag omvatten, welke in de context van vandaag zouden kunnen leiden tot een terugkeer naar de grote politiek van het De Gaulle tijdperk. Daarom stelt taktiek vijf:
“We zullen doorgaan met ons project om de beste technieken te delen met jonge leiders op elk gebied, waaronder jonge politieke leiders binnen de gematigde partijen zodat zij het gereedschap en de training hebben om vooruit te bewegen. We zullen trainingen en uitwisselingsprogramma’s creëren en ondersteunen die de blijvende waarde van een brede integratie in scholen, maatschappelijke groepen, bloggers, politiek adviseurs en lokale politici leren.”    
Rivkin beschrijft hier een programma om Frankrijk haar toekomstige politieke en civiele leiders op te leiden. Terwijl programma’s van door de Amerikaanse regering gesteunde NGO’s kunnen worden gerationaliseerd met een gebrek aan erfgoed van de Liberaal-Democratische partij politiek, kan die rationalisering niet gebruikt worden om de Amerikaanse bemoeienis in de Franse partijpolitiek te rechtvaardigen. 
Rivkin wilt zijn doel bereiken door de meer dan 1000 Amerikaans-Engelse taal leraren op Franse scholen te voorzien van de benodigde propaganda materialen om de gewenste idealen bij Franse leerlingen te indoctrineren. “Wij zullen eveneens ons netwerk van meer dan 1000 Amerikaanse universitaire studenten die elk jaar Engelse les geven op Franse scholen in de middelen voorzien om tolerantie te leren.”
Het brede programma wordt gecoördineerd door de “Minority Working Group” in samenwerking met het “Youth Outreach Initiative.” Een van de problemen die de groep zal monitoren is de “toename van steun aan xenofobische politieke partijen en platformen.” Dit om veilig te stellen dat het programma werkt zoals het moet en om ieder succes van een “extreme” of “xenofobische” partij, die het globalisme zou verwerpen, te blokkeren.     
Rivkin verhelderd de subversieve natuur van zijn programma door te verklaren: “Terwijl wij nooit aanspraak kunnen maken op deze positieve ontwikkelingen, zullen wij onze inspanningen richten op het uitvoeren van activiteiten, zoals hierboven beschreven, die beweging in de goede richting stimuleren.”



Wat zou de reactie zijn als de Franse regering via haar ambassade in Washington een vergelijkbaar programma op zou zetten om de VS radicaal te veranderen? Een programma in overeenstemming met “Franse belangen” door de inzet van een “agressive outreach program” voor de jeugd onder de dekmantel van “Amerikaanse idealen en mensenrechten?” Wat zou de reactie zijn van de Amerikaanse regering als deze erachter kwam dat Frankrijk minderheden als Afro Amerikanen, Amerikaanse Indianen en Latino’s probeerde te beïnvloeden? Wat zou de officiële Amerikaanse reactie zijn als deze erachter kwam dat Franse taalleraren in Amerikaanse scholen en universiteiten Amerikaanse studenten probeerden te indoctrineren met ideeën ten gunste van Franse belangen?
De hypothetische reactie kan worden afgeleid uit de Amerikaanse reactie op de vermeende “Sovjet samenzwering” toen de senaat allerhande comités opzette om iedereen te onderzoeken die vage associaties had met de USSR. Wat is er zo anders? De VS pleegt een subversieve strategie in het belang van haar corporatieve elite in plaats van de belangen van de USSR of het Communisme. Het is niet zo dat de VS zoveel cultureel erfgoed heeft te bieden aan een Europese natie dat het als het toonbeeld van goede smaak en artistieke verfijning kan dienen waarop een nationale identiteit kan worden gebouwd. In dit geval is het eerder een zaak van afbraak.  

Kerry Bolton

Het Rivkin Project (1): Hoe Globalisme het Multiculturisme gebruikt

Het Rivkin Project:

Hoe Globalisme het Multiculturisme gebruikt om soevereine Naties te ondermijnen.              

Deel 1

Van 19 tot en met 22 Oktober 2010 nodigde Charles Rivkin, de Amerikaanse ambassadeur in Frankrijk, een delegatie van 19 leden van de Pacidic Councel on International Policy (PCIP) uit voor een conferentie in Frankrijk, de belangrijkste redenen waren het bespreken van Arabische en islamitische relaties in het land. Deze bijeenkomst was deel van een verregaande subversieve agenda om het gehele karakter van Frankrijk, met name het bewustzijn van de jeugd, te transformeren. Onderdeel hiervan is het gebruik van de Franse moslimjeugd in een typische manipulatieve globalistische strategie achter de gebruikelijke façade van “mensenrechten” en “gelijkheid”.


 

Globalistische Delegatie bij de Amerikaanse ambassade

 

Het PCIP verslag verklaart over de conferentie:

…De delegatie richtte zich verder op 3 sleutel thema’s. Eerst onderzocht de groep Frans-islamitische vraagstukken door middel van uitwisselingen met Dr. Bassma Kodmani, directeur van het Arabische Hervormings Instituut en Mevr. Rachida Dati, het eerste Franse kabinetlid van Noord Afrikaanse origine en de huidige burgemeester van het 7de arrondissement in Parijs. Een bezoek aan de grote moskee in Parijs en een bijeenkomst met de directeur van theologie en de rector zorgde voor een additioneel inzicht. Daarna waren er bijeenkomsten met Mr. Jean-Noel Poirier, de vice president van buitenlandse zaken, bij AREVA (een zeer innovatief Frans energie bedrijf) en met Mr. Brice Lalonde, klimaat onderhandelaar en vroegere minister van milieu, waarin energie en nucleair beleid en het verschil tussen Amerikaans en Frans beleid in deze arena’s uitvoerig werd besproken. Als laatste verkende de delegatie de connecties tussen media en cultuur in Californië (Hollywood) en Frankrijk in bijeenkomsten op het Louvre, het Musee DÓrsay en bij France24 – het in Parijs gevestigde internationale nieuws en actualiteiten kanaal. …         


De overheersende bezorgdheid lijkt op zaken van een multiculturele dimensie te zijn geweest. Dit omvatte niet enkel de Arabische en islamitische relaties in Frankrijk, maar ook een discussie over de invloed van de Hollywood “cultuur” op Frankrijk.
De VS speelt al lange tijd het dubbelspel van “vechten tegen terrorisme” van een “islamitische” natuur als een van de primaire elementen in zijn post Koude oorlog strategie van zelfvervaardigde permanente crisis. Dit terwijl zij ondertussen de “radicale islam” gebruikt voor haar eigen doeleinden. Enkele bekende voorbeelden zijn: Het steunen van Bin Laden in de oorlog tegen Rusland in Afghanistan, het steunen van Saddam Hoessein in de oorlog tegen Iran, het steunen van het Kosovo bevrijdingsleger bij het verdrijven van de Servische soevereiniteit over het mineraalrijke Kosovo, het KLA dat op wonderbaarlijke wijze van “terroristische organisatie” veranderde naar “vrijheid strijders” met dank aan de US State Department.
Als de Amerikaanse globalisten zich voordoen als vrienden van moslims, dan dient de laatste maaltijd met de grote Satan met een wel heel lange lepel.
Wat doet de Pacific Councel op Internationaal beleid?
De PCIP waarvan Rivkin een lid is werd in 1995 gesticht als een regionaal aanhangsel van de overbekende Globalistische denktank, the Councel on Foreign Relations (CFR), welke zijn hoofdkwartier in Los Angeles heeft, maar “met leden en activiteiten door de gehele westkust van de VS en internationaal”.
Zij worden o.a. gefinancierd door de Carnegie Corporation of New York, Chicago Council on Foreign Relations, City National Bank, The Ford Foundation, Bill and Melinda Gates Foundation, The William and Flora Hewlett Foundation, Rockefeller Brothers Fund, The Rockefeller Foundation en het United States Institute of Peace.
Om die reden is de PCIP gewoon weer een andere grote speler in het globalistische netwerk met honderden meestal onderling verbonden organisaties, lobbies, “civil society” groepen, NGO’s en denktanken die geassocieerd worden met banken en andere coöperaties. Zoals gewoonlijk is er een verdachte betrokkenheid van Rockefeller belangen.
Waarom Frankrijk?
Frankrijk vormt sinds lange tijd een doorn in het oog van het Amerikaanse globalisme vanwege het hardnekkig vasthouden aan Franse belangen in de gehele wereld. Dit in plaats van het steunen van de belangen van de vervaardigde “wereld gemeenschap”, het hedendaags regime van Sarkozy vormt hier een uitzondering op. Echter blijft Frankrijk een van de weinige staten in West Europa die nog een sterk Nationaal bewustzijn heeft. De beste manier om zo’n gevoel te vernietigen – wat zich te vaak vertaald naar beleid – is het concept om natieschap en nationaliteit te ondermijnen door de promotie van “multiculturisme”.
Was het enkel toeval dat de studentenrevolutie van 1968 werd aangewakkerd door de meest kinderachtige redenen in dezelfde tijd dat de CIA zeer actief was in het financieren van studentengroepen wereldwijd, dit terwijl President De Gaulle op dat moment de VS veel problemen gaf in termen van buitenlands beleid? De Gaulle deed weinig om mee te spelen met Amerika haar post oorlog plannen. Hij trok Frankrijk terug uit het NAVO commando en werd gewantrouwd door de VS tijdens WO2.
De Gaulle zijn streven naar een verenigt Europa om de Amerikaanse hegemonie tegen te gaan was van bijzonder belang. In 1959 verklaarde hij in Strasburg; “Ja, het is Europa, van de Atlantische oceaan tot de Oeral, geheel Europa, dat het lot van de wereld zal beslissen.” Deze uitdrukking impliceerde een samenwerking tussen een toekomstig Europa en de USSR. In 1967 riep hij een wapen embargo uit over Israel en cultiveerde de Arabische wereld. Dat is het type nalatenschap waar globalisten bang voor zijn.
Met de zotternijen van Sarkozy en de toenemende spanningen met ontevreden moslimjongeren zou een anti globalistisch, “xenofobisch” regime aan de macht kunnen komen. Wat is in de context van vandaag een betere manier om het Franse nationalisme en zijn wederopstand als anti globalistische kracht te ondermijnen, dan haar grote niet-geassimileerde islamitische component te gebruiken, net zoals de Bolsjewistische revolutie in het verleden voor een groot deel door de ontevreden minderheden in het Russische keizerrijk werd aangewakkerd?

Wat ook van belang is, is de zorg die deze delegatie had over de invloed van Hollywood op de Franse cultuur. Dit kan op het eerste gezicht wellicht een vreemde zorg lijken. Echter is Hollywood, als het economische symbool voor de globalistische culturele uitwas, een belangrijke factor in de globalisatie, wat neer komt op een wereldwijde culturele oorlog. Uiteindelijk is het doel van globalisme niet de overleving van etnische culturen en/of identiteiten, maar eerder de vernietiging daarvan in een grote smeltkroes van wereldwijd consumentisme, waarbij iedere individuele vorm van identiteit en erfgoed wordt vervangen door de wereld supermarkt en het “globale dorp”. Daarom moet het multiculturisme als het tegenovergestelde gezien worden van wat men denkt dat het is.
Globale coöperaties willen geen zgn. multiculturisme promoten om, zoals de term impliceert, het bestaan van een veelvoud aan culturen te behouden; het is een deel van een dialectisch proces waar onder de façade van idealen, volkeren van zeer verschillende afkomst over de wereld worden verschoven zoals pionnen op een schaakbord, het doel hiervan is om specifieke naties cultureel af te breken. Het is een voorbeeld van de Orwelliaanse “dubbele gedachte.”
Opvallend is dat de aanstichters van de “Fluwele revoluties” van Noord Arika tot Iran grotendeels bestaan uit “geseculariseerde” jongeren zonder sterke traditionele wortels. Tegelijkertijd is de beste manier om Frankrijk haar etnische conflicten op te lossen en ervoor te zorgen dat Frankrijk niet opnieuw opstaat tegen Amerikaanse en globalistische belangen,het dialectisch creëren van een nieuwe culturele synthese waarin er geen Franse of islamitische cultuur bestaat, maar enkel nog een globalistische jeugd opgevoed door Hollywood, MTV, Cyberspace, MacDonalds en Pepsi, onder de banier van “mensenrechten” en “gelijkheid.”
Dat dit meer dan een hypothese is kan worden gezien door de manier waarop de seculiere jeugd revoluties in Noord Afrika worden voortgebracht door een alliantie van bedrijfsbelangen die gesponsord worden door de US State Department en allerhande NGO’s zoals Freedom House. De Noord Afrikaanse “revolutionairen” die regimes omver werpen zijn juist die moslims die globalisten graag zien; doordrenkt met de consumenten mentaliteit.
Wat zijn Rivkin en de US State Department van plan in Frankrijk dat ze zo geïnteresseerd zijn in de plaats van Hollywood en moslims in het land?

Kerry Bolton