maandag 6 juni 2011

De macht van lobbygroepen in de Europese Unie

Menig Europeaan kent de Europese Unie alleen als maker van “absurde” regels over bijvoorbeeld de breedte van tractorbanden, hoe het uniform van brandweermannen eruit moet zien of de grootte van de ingevoerde bananen. Slechts weinig mensen zijn er zich van bewust dat de Europese Unie regels en wetten maakt omtrent zakelijke en economische hervormingen die ons allen aangaan. Sinds de invoering van het verdrag van Lissabon zijn wij als land ons laatste beetje soevereiniteit kwijt. We hebben te luisteren en ons te onderwerpen aan de wil van de Europese Unie. Deze wordt door de Nederlandse politici altijd iets strenger doorgevoerd dan noodzakelijk is. Hoe meer politieke invloed de Europese Unie krijgt omtrent de besluitvorming op globaal niveau en hoe meer beleidsgebieden het beslaat des te interessanter het wordt voor lobbygroepen. 

Er is over het algemeen nooit veel interesse vanuit het Nederlandse Volk geweest voor de Europese Unie en haar beleidsmakers, wat ook wel te zien is aan de opkomst voor de Europese verkiezingen. Te veel mensen gaan er immers ten onrechte nog vanuit dat de tweede kamer de wetten en regels voor ons land maakt.

Jaar
Opkomstpercentage
1979
58,1
1984
50,1
1989
47,5
1994
35,7
1999
29,9
2004
39,3
2009
36,7


Europarlementariërs

Ook sommige leden van het Europese Parlement lijken zelf totaal ongeïnteresseerd in hun werk als Europees beleidsmaker, zolang ze hun loon maar ontvangen. Terwijl velen actief aanwezig zijn, zijn anderen vrijwel nooit present. Het is natuurlijk wel af te vragen tot in hoeverre de leden beseffen waar ze daadwerkelijk mee bezig zijn. Stemmingen (voor nieuwe wetten en regels) bestaan over het algemeen uit dusdanig veel onderwerpen dat de leden van hun assistenten een lijst meekrijgen. Al is het alleen maar om van wat werk af te komen. Het grote probleem hierin is wel dat juist door het je gemakkelijk ervan af te maken en niet zelf onderzoek te doen, ze vaak geen idee hebben van de negatieve gevolgen van de beslissingen die ze nemen of de beleidsvoorstellen die ze doen. Lobbygroepen weten hun punt natuurlijk altijd zo goed mogelijk voor te stellen en de nadelige gevolgen te bagatelliseren. Je kunt er gewoonweg niet vanuit gaan dat een lobbygroep objectief is, daarvoor staan er te veel (eigen)belangen en te veel geld op het spel.

Maar terwijl vanuit de “gewone” mens er steeds minder interesse lijkt te zijn voor de Europese Unie, ondanks zijn immer groeiende invloed op ons dagelijkse leven, des te meer aandacht hebben lobby groepen en het groot kapitaal interesse voor de besluitvorming in de Europese Unie. Zij worden dan ook steeds actiever in de Europese hoofdstad zich richtend op de kerngroep van parlementariërs die wel aanwezig zijn om de Europese wetten en regels te dicteren.

Bedrijven weten welke parlementariërs “beïnvloedbaar” zijn voor hun zaak en zullen daar dan ook gretig gebruik van maken. Lobbyisten bouwen met de betreffende persoon een band op wetende dat ze hun amendementen ter stemming zullen brengen. Vele Europese parlementariërs zijn “lui” of gewoonweg niet geïnteresseerd, ze maken wetten betreffende zaken waar ze niks van af weten en zich ook niet in zullen, willen of kunnen verdiepen.

Lobbyisten

Van de groot industriëlen, tot Big Pharma, tot de kaarsenmakers associatie, tot de unie van aardappelmeel fabrieken, tot de associatie van karton industrieën er is geen enkele lobby groep niet vertegenwoordigd in de “hoofdstad” van de Europese Unie.

Als je iets wilt bereiken in Brussel heb je een kantoor in de stad nodig. Momenteel zijn er tussen de 15 en 20.000 lobbyisten actief in Brussel en zij nemen met hun kantoren 3.5 miljoen vierkante meter aan ruimte in. Na Washington is Brussel de lobbyisten hoofdstad van de wereld.

De relatie tussen parlementariërs en het groot kapitaal raakt steeds meer verweven. Lobbyisten in Brussel genieten veel meer vrijheden dan de lobbyisten in bijvoorbeeld Washington. Daar zijn de leden van het congres gebonden aan strikte regels die hen verbieden om gratis reisjes of diners aan te nemen. Lobbyisten zijn daar verplicht iedere drie maanden openbaar te maken hoeveel ze uitgegeven hebben, wie ze hebben gesproken en wat daar besproken is. Deze informatie wordt op internet geplaatst met alle details en namen erin vernoemd.

Lobbyisten in Brussel spenderen jaarlijks naar schatting ongeveer 1 miljard euro om de parlementariërs te beïnvloeden. In tegenstelling tot Washington is er binnen de Europese Unie geen transparantie over hoe dat bedrag precies wordt besteedt of hoe het wordt gebruikt. De Eu commissie wil hier wel een register over aanleggen maar hieraan meewerken is op vrijwillige basis. Geen controle betekent geen restricties.

Het is officieel dan wel verboden om de Europese Parlementariërs “om te kopen”.De lobbyisten mogen wel “onder bepaalde omstandigheden” de assistenten van parlementariërs geld “geven” zolang de parlementariërs de bedragen maar vrijgeven in hun jaarlijkse financiële rapporten. Omkoping is echter op meerdere manieren mogelijk dan alleen de parlementariërs cash geld te geven. Een verbod op het geven van geld houdt corruptie dus ook niet buiten de deur.

Sommige van de verkozen leden en vertegenwoordigers van de Europese commissie zeggen dat een nauwe werkrelatie met lobbyisten hun snel toegang geeft tot “geïnformeerde meningen” vanuit verscheidene oogpunten omtrent de onderwerpen waar dra over gestemd wordt. Het is dan ook niet ongebruikelijk dat Europese parlementariërs nauwe banden onderhouden met lobby groepen of individuele lobbyisten.

Advocaten van bedrijven en industrieën schrijven ook steeds vaker de amendementen die Europese parlementariërs tot wetten maken omtrent allerlei onderwerpen zoals giftige chemicaliën tot hedge fund speculaties. Dit wordt steeds meer de standaard gang van zaken in Brussel. De meeste parlementariërs hebben hier geen enkel probleem mee zolang ze het idee maar hebben dat ze hun naam zonder “problemen” eraan kunnen verbinden. Al dan niet na enige “persoonlijke” revisie.

Grote spelers op de lobbymarkt

De grote spelers op de lobbymarkt zijn in principe onder te verdelen in drie groepen. Te weten;
De banken lobby
De farmaceutische lobby
En de grote industriëlen.
De leden van de individuele lobbygroepen hebben een dusdanige invloed binnen de Europese Unie en de individuele landen dat ze zelfs op goede voet staan met de gezaghebbers van de landen en de unie. De omgang vindt op amicale basis plaats, zo goed kent men elkander en zo vertrouwd zijn de leiders ook met de lobbygroepen.

De financiële wereld heeft veel invloed binnen de Europese Unie immers geld betekend macht. De banken lobby in Brussel heeft er voor kunnen zorgen dat nu bijna 4 jaar na de financiële crisis er maar 3 Europese wetten doorgevoerd zijn om het bankwezen en de financiën te reguleren. En dit is volgens sommige experts en zelfs sommige ambtenaren een bescheiden succes, op bepaalde gebieden zijn de successen van deze lobby nog groter. Zelfverrijking, consumentenbedrog, oplichting en onverdiende bonussen zijn nu nog steeds aan de orde van de dag.

De European Federation of Pharmaceutical Industry Associations oftewel Big Pharma is enorm effectief op Europees niveau. Op allerlei manieren probeert Big Pharma haar producten en diensten onder de aandacht te brengen van de Europese beleidsmakers en de opinieleiders. Immers wat een regering of overheid roept, wordt over het algemeen als ‘waarheid’ beschouwd. Kijk maar naar de algemene paniek rond ziektes als H1N1, SARS en de vogelgriep. Ziektes die naar gelang de ophef en paniek erover helemaal niet zo veel impact hebben gehad op de samenleving als voorspeld. Ondertussen heeft Big Pharma wel weer veel geld verdiend aan de verkochte medicijnen en vaccinaties.

Een van de bekendste industriële lobbygroepen is de Europese Ronde Tafel van Industriëlen oftewel het ERT. Deze bijzondere lobbygroep herbergt de elite van de Europese grootindustrieën. Men kan niet zomaar lid worden van deze groep, men kan hier enkel voor geselecteerd worden. Maar ook industriële groepen zoals UNICE hebben veel macht binnen de Europese Unie. De ERT oefent zijn gezag uit door aan de EU de oprichting van een “officiële” commissie te vragen waar naast de industrie ook Europese topambtenaren, zogenaamde “onafhankelijke” academici en mensen van de vakbondstop in zetelen. De ERT is de initiatiefnemer achter verscheidene van zulke comités geweest, zoals die omtrent de Euro (AMUE), het hoger onderwijs (CRE) of transport (ECIS).  Deze comités komen altijd tot de door de ERT gewenste conclusies.

Waarom deze lobbygroepen zo invloedrijk zijn is vrij simpel. In de neoliberale tijden waar we vandaag de dag in leven draait alles om geld en macht. Het is voor de Europese markt belangrijk om binnen de geglobaliseerde wereld investeringen van toonaangevende bedrijven aan te trekken. Gezien deze lobbygroepen de grootste en machtigste bedrijven behelzen, hebben ze dus automatisch veel macht en anders gebruiken ze wel listige methodes om hun doel te bereiken; miljoenen/miljarden contracten in de wacht slepen zonder beperkingen of regels.


Denktanks

Beïnvloeding vindt ook plaats via de zogenaamde denktanks zoals het CEPS of Bruegel. Leden van het centrum voor Europese politieke studies (CEPS) en Bruegel krijgen geld van bedrijven “om hun gemaakte kosten te dekken” inclusief individuele salarissen volgens ingewijden tot wel 200.000 euro. Een kwart van de stemgerechtigde leden van het CEPS komen uit het bankwezen. Bruegel kreeg meer dan 800.000 euro, bijna een kwart van het totale budget, van bedrijven zoals de Duitse bank en Goldman Sachs. Beide denktanks beweren dat het verkregen geld geen invloed heeft op hun meningen en opinies. Hun meningen en opinies die vaak vorm geven aan het Europese beleid.

Bedrijven sponsoren zelfs specifieke rapporten die hun soms wel tot 150.000 euro per stuk kosten. Gerespecteerde academici worden zelfs ingehuurd, voor ongeveer 5000 euro per dag, voor zulke onderzoeken om het extra “geloofwaardigheid” te geven. Bedrijven laten onderzoeken doen en als de uitkomst hun niet bevalt, passen ze gewoon bepaalde gedeeltes aan of ze publiceren ze simpelweg niet. Alles om de parlementariërs te beïnvloeden. Want als “omkopen” op de conventionele manier niet werkt moet je toch wat anders verzinnen. De betreffende rapporten worden geregeld gebruikt door de denktanks zoals het CEPS.


Conclusie

Niet iedere lobbygroep is slecht, er zijn ook lobbygroepen voor bijvoorbeeld arbeidersbelangen, dierenwelzijn en natuur. Deze hebben alleen bij lange na niet dezelfde invloed als de lobby big shots. De Europese Unie in de huidige vorm met zijn niet transparante, open en corruptiegevoelige natuur komt de Europese landen haar bevolking niet ten goede, enkel het groot kapitaal.

Regels omtrent het lobbyen zou de zogenaamde democratische besluitvorming binnen de Europese Unie zeker ten goede kunnen komen. Daarbij wel uitkijkend dat men niet vervalt in bureaucratisch geneuzel waar niemand wijzer van wordt en niemand wat mee opschiet. Alleen Duitsland en het Verenigd Koninkrijk kennen momenteel regels om het lobbyen in “goede” banen te leiden.

Het ligt nu eenmaal in de menselijke aard dat zodra er geld en macht ergens bij komt kijken dat men hebzuchtig wordt en steeds meer en meer en meer wil. Corruptie is dan ook een groot probleem binnen een niet transparante supranationale institutie als de Europese Unie. Ze hoeven immers aan niemand verantwoording af te leggen. Het volk die de parlementariërs hoegenaamd democratisch gekozen heeft, gaat ook niet op zijn strepen staan en roept het Europese parlement ook niet ter verantwoording.

Zolang wij blijven geloven dat de Nederlandse regering daadwerkelijk de “macht” in Nederland heeft en wij niet opkomen voor onze rechten en onze soevereiniteit geven wij zelf de lobbygroepen die over het algemeen alleen de belangen van het groot kapitaal,de echte Europese machthebbers, dienen de macht over ons leven, onze toekomst en de toekomst van onze kinderen!


Auteur: Lidewij

zondag 5 juni 2011

Sociaal Revolutionair Nationalisme

Veel mensen associëren de term Socialisme met linkse intellectuelen, Communisten en/of vakbondsleden. De trieste waarheid is echter dat links zich het woord “Socialisme” volledig heeft toegeëigend en het misbruikt voor hun meer onheilspellende motieven. “Socialisme” betekent voor de gemiddelde Marxist de promotie van minderheden boven de meerderheid en de samenleving als geheel. Linkse organisaties proberen de arbeidersklasse aan te spreken, het voornaamste objectief achter een dergelijke ideologie is echter het verlangen om te verdelen en te heersen.


In andere woorden proberen zij door zogenaamde “onderdrukte minderheden” te steunen verdeeldheid te zaaien tussen de algemene leden van de samenleving. Zij zien erop toe dat zij de enige zijn die de banier dragen waar degeneratie en abnormaliteit een veilige haven kunnen vinden ver weg van de oprukkende ontberingen van normaliteit. Dat de samenleving nog verder degenereert kan men simpelweg zien aan het feit dat Communisten regelmatig met gemak ongeveer twee tot drieduizend protestanten op de been krijgen, dit zien we met regelmaat in Duitsland bij antifa demonstraties. Door alle minderheden, sociaal onaangepasten en ieder ander met een afwijking te verzamelen kunnen deze activisten de meerderheid tot compromissen dwingen. Maar feitelijk is dit de heerschappij van de minderheid in zijn meest pure en vervormde verschijning.




Het valt niet tegen te spreken dat Socialisme een integraal onderdeel is van het Nationalistische credo. Wie de essentie van de sociale sfeer scheidt van het concept der natie, ontkent dat het juist het volk is die het toestaat dat de natie kan bestaan. Zonder volk kan er geen natie zijn en zonder natie kan er geen volk zijn. Het is absoluut zeker dat wij niks gemeen hebben met de bankroete legioenen van modern links, maar wij hebben evenmin iets gemeen met modern rechts. Nationalisme heeft feitelijk niks van doen met rechtse politiek; rechts is net zo min Nationalistisch als haar tegenhanger links. Zowel Communisme als Kapitalisme zijn twee koppen van hetzelfde beest. Als Revolutionair Nationalisten hebben wij niks met het lege filosofische materialisme en verwerpen wij beide zijden van het systeem. Wij voeren oppositie tegen zowel de Reactionairen als de Roden omdat wij oprechte Sociaal Nationalisten zijn.


De doctrine van het Sociaal Nationalisme werd onder andere gepropageerd door de gebroeders Strasser die in 1920 lid werden van de NSDAP. Uiteindelijk werd deze partij geleid door Adolf Hitler die in zijn streven naar absolute macht de idealen van het Sociaal Nationalisme verraadde. Door veel zogenaamde Nationalisten wordt iedere kritiek op Hitler beschouwd als pure ketterij. Maar niemand kan het feit ontkennen dat het pragmatische beleid van Hitler er niet toe leidde dat de Duitse kapitalisten en het rechtse establishment werden veroordeeld en aangepakt.                           


De gebroeders Strasser binnen de NSDAP waren dan ook regelmatig verwikkeld in een ideologische oorlog met Hitler, die weigerde om decentralisatie van de staatsmacht door te voeren. In 1925 weigerde Hitler “De structuur van Duits Socialisme” van Otto Strasser door te voeren en hield hierbij vast aan het 25 punten programma van Gottfried Feder. Echter zelfs zonder de radicale ideeën van Strasser door te voeren was het 25 punten programma van Gottfried Feder nog steeds niet te verenigen met Hitler zijn reactionaire verbond met Kapitalistische financiers. Dit leidde ertoe dat veel van de grondbeginselen van het Nationaal-Socialisme niet volledig werden ingevoerd en het Kapitalisme deels nog in stand werd gehouden.


Gregor Strasser zei over het Kapitalisme; “Het Kapitalistisch systeem met haar uitbuiting van de economisch zwakkeren, met haar diefstal van de arbeidskracht, met haar onethische weg om de mensen te beoordelen op het aantal van dingen in plaats van op interne waarde en verwezenlijkingen, moet vervangen worden door een nieuw en eerlijk economisch systeem, het Duitse Socialisme.“ Otto Strasser stelde vervolgens; “Een alternatief voor de bankroete volksvreemde “oplossingen” die Communisme en Kapitalisme bieden is de politieke representatie van partijen, ambachten en beroepen gebaseerd op ons oude Gilde systeem.”


Otto Strasser stelde een drie punten programma op voor de industrie en de arbeiders:

1.      Er zal in tegenstelling tot de klasse van Kapitalisme een landschap van managers ontstaan. Welke, ongeacht welvaart of afkomst, een functionele aristocratie zullen vormen, die dankzij de methoden van haar selectie kunnen worden gezien als de “kapiteins van de industrie” of de “onderofficieren van het economisch leven.”

2.      De onteigende klasse van proletariërs zal verdwijnen en vervangen worden door volledig bevoorrechte arbeiders, die direct en indirect participeren in hun werkplaats. Zij zullen niet langer de objecten van de economie zijn maar de onderwerpen ervan.

3.      De relatie tussen staat en economisch leven zal radicaal worden aangepast. De staat zal niet de hoeder en politieman van het Kapitalisme zijn, noch zal het een dictator zijn wiens bureaucratie de zweep slaat die arbeiders tot het uiterste drijft en hen naar hun taken voert; het zal een vertrouweling van de consument worden en daarom veel invloed hebben, maar enkel binnen en naast de zelfbeschikking van de werkende producenten.


Ondanks het gezond verstand van het Strasserisme blijft de lijst van contradicties onder het beleid van Hitler doorgaan. Het resultaat, nadat Hitler weigerde om rechts te veroordelen, was uiteindelijk een imperialistische strijd met de rest van Europa die leidde tot de onderdrukking van niet-Germaanse cultuur en traditie in een zoektocht naar een Groot Duitsland.




Programma punt 16 van de NSDAP beloofde een vernietiging van grote winkelketens en zei op te komen voor de belangen van de kleine winkelhouder. Echter terwijl Strasseristische SA mannen actie voerden tegen de grote winkelketens en mensen opriepen om de kleine ondernemers te steunen, maakte Hitler een einde aan deze anti kapitalistische activiteiten. Een grote winkelketen financierde immers de zuidelijke tak van de NSDAP en Hitler wilde zichzelf niet vervreemden van zijn geldschieters.



In programma punt 17 werd uitgelegd dat er een eind zou komen aan de heerschappij van grote landeigenaren en dat er het gebied verdeeld zou worden onder de uitgebreide boeren gemeenschap. In de jaren ‘20 van vorige eeuw was meer dan 20% van Duitsland bezit van minder dan 19.000 mensen. De boeren zochten bij de NSDAP dan ook een meer kleurrijkere toekomst, helaas kregen ze daarbij maar weinig medewerking van Hitler. Hoewel de minister van agricultuur Walter Darre veel deed om de rol van de boeren veilig te stellen, werd er geen enkele poging gedaan om het land te herverdelen.


De voornaamste reden waarom Hitler niet naar de ideeën van Otto en Gregor Strasser luisterde was macht. Waar Hitler macht als het belangrijkste objectief zag, zag de groep mensen rond de gebroeders Strasser – de Strasser cirkel - macht slechts als een middel om hun Sociaal Nationalistisch programma te implementeren. Uiteindelijk betaalde het gewone volk de prijs voor het egoïsme van een reactionair.


In 1930 raakte Otto Strasser met regelmaat verzeild in een ideologische strijd met Hitler. Zijn nieuwsblad, het Arbeitsblatt, dat diende als de officiële noordelijke publicatie van de partij, uitte voordurend kritiek op het beleid van Hitler. Uiteindelijk in April van hetzelfde jaar riepen vakbonden in Saksen op tot een algemene staking die door Otto Strasser volledig gesteund werd. Ondertussen zetten machtige industriëlen druk op Hitler om de ideeën van Strasser te veroordelen en de staking te beëindigen. Hitler riep Strasser bij zich in een privé bijeenkomst waar hij probeerde om hem op dezelfde lijn te krijgen. Hitler beschuldigde hem van “bombastische onzin” omdat hij idealen voor leiderschap stelde. Strasser beschuldigde Hitler op zijn beurt ervan de sociale revolutie te wurgen in ruil voor legitimiteit en een collaboratie met de rechtse bourgeois partijen. Hitler ontkende dit kwaad en probeerde goed te praten wat moderne Kapitalisten “vrij ondernemerschap” noemen.


Nadat Hitler weinig echte argumenten in kon brengen tegen de oprechte Socialistische principes van Otto Strasser, schreef hij een brief aan Goebbels waarin hij hem vroeg om de gebroeders Strasser en hun aanhang de partij uit te werken. Otto Strasser hield vast aan zijn idealen en werd daarom uit de NSDAP verbannen waarna hij de “Unie van Revolutionaire Nationaal Socialisten” in het leven riep, de voorganger van het Zwart Front. Uiteindelijk werd Otto Strasser geïnterneerd tot na de oorlog. Zijn broer Gregor Strasser die de autoriteit van Hitler altijd erkende en die in de partij bleef in de hoop dat Hitler zijn koers bij zou stellen werd bruut vermoord in de Prinz Albrechtstrasse gevangenis tijdens de Hitleristische putch van Juni 1934, “de nacht van de lange messen”. Zelfs Hitler moest enkele jaren hierna toegeven dat de moord op Gregor Strasser een fout was.



Onder het Hitler regime heeft oprecht Socialisme helaas nog geen echte vooruitgang en doorbraak gekend buiten de theorie. Nationalisten moeten dan ook kritisch terug kijken als zij Nazi-Duitsland als een waardig voorbeeld willen nemen om de eigen natie op te baseren. Zonder de rechtse Kapitalisten volledig te veroordelen en te verwerpen, zullen revolutionairen keer op keer verraden worden. Wij moeten nooit maar dan ook nooit onze revolutionaire principes verraden!



vrijdag 3 juni 2011

De betekenis van Nationaal Socialisme

Wij houden ons bezig met Nationaal Socialisme voor Nederland, omdat wij Nederlanders zijn. Nationaal Socialisme moet ongeacht wie de term gebruikt in de eerste plaats ontstaan uit de bloed en bodem van het eigen volk. Het ontstaat niet uit tijdelijke grieven, maar uit het revolutionair verlangen van een volk dat de ketenen van het armzalige Democratische materialisme van zich wil afwerpen, zonder deze te vervangen door de ketenen van een Marxistisch materialisme.

Deze zaak raakt ons eigen volk die niet uitgesloten kan worden uit de geest van opstand die zich niet tot een enkele natie beperkt. Wij respecteren dan ook de geleverde prestaties van de Duitse Nationaal Socialisten in de strijd tegen het Internationaal Kapitaal en haar broer het internationaal Communisme. Echter moeten wij erkennen dat hun weg voor Duitsland is en onze een weg voor Nederland moet zijn: wederzijds respect komt zelden voort uit kopiëren.

“Nationalisme” en “Socialisme” worden als twee verschillende termen gezien in ons land. Echter kunnen deze niet gescheiden of los van elkaar worden gezien: enkel in combinatie kunnen deze termen betekenis hebben voor de mens die niet enkel van zijn natie houdt, maar ook van de mensen die in de natie wonen. Nationalisme betekent devotie voor het vaderland, voor de vlag, voor het abstracte Nederland en haar eigen waarden. Socialisme is honderden betekenissen gegeven, maar betekent voor ons een devotie aan de massa van werknemers om hen in betere en eerlijkere levenscondities te voorzien. Nationalisme en Socialisme zijn samen een zegen en los van elkaar een vloek.

Nationalisme staat voor de natie en Socialisme staat voor het volk, beide zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Als volk en natie niet een zijn dan is alle politiek een verspilling van tijd. Mensen zonder natie zijn een hulpeloze kudde en een natie zonder volk is een abstract niets of historische geest. De natie en het volk moeten een zijn; er moet geen verdeeldheid zijn onder het volk zelf. Klassenstrijd en strijd tussen verschillende partijen creëren deze verdeeldheid en zijn dus kwaadaardig van aard.

Hegel dacht dat een natie een ziel van zichzelf moest hebben. Veel denkers weigeren te geloven dat mensen die individueel vitaal zijn, collectief dood zijn. Tot op bepaalde hoogte probeert de menselijke samenleving, tenzij deze slachtoffer is van anarchie, zichzelf te organiseren. Een natie of volk moet als een levend organisme zijn en niet anders. Een natie of volk als een menselijk organisme waarbij verdeeldheid ziekte of dood betekent. Sommigen zullen dit principe als totalitair omschrijven en anderen zullen het als organisch omschrijven. Binnen een organisme kan geen enkel onderdeel los gezien worden van het geheel. Ook kan het geheel niet los gezien worden van zijn onderdelen omdat het geheel niets meer is dan de som van al deze onderdelen. Het levensprincipe is alles omvattend.

Nationaal Socialisme bevrijdt mensen van de klassen- en partij strijd evenals van bittere gevoelens van haat en minachting door een vereniging van het volk. Pas als het individu kan zeggen: “Mijn vaderland komt voor mij op” kan het individu zeggen: “Ik kom op voor mijn vaderland!”. De Communisten vervloeken is gemakkelijk maar het zou effectiever zijn hen te bestrijden door elke burger een reden te geven om hun vaderland dankbaar te zijn. Laten we de echte wonden van ons volk genezen en het Communisme zal monddood gemaakt zijn.

Zoals een organisme een doel en richtlijnen nodig heeft, heeft een volk leiderschap en een regering nodig. Het doel van leiderschap is om de weg te wijzen en het doel van de regering is erop toe te zien dat de vrijheid van sommigen geen slavernij voor anderen betekent.

Een volk zonder goede leiders is een arm volk zonder doel of wenselijke richtlijn. Autoriteit is in alle menselijke affaires noodzakelijk. Echter eenieder die de ambitie heeft om leider te worden moet altijd de essentiële waarheid onthouden dat een leider nooit meer loyaliteit ontvangt dan dat hij geeft. Het gehele doel van loyaliteit is het geloof in een algemeen goed doel: zowel de leiders als de volgers hebben een gezamenlijk doel. De volgers moeten altijd aan de natie denken en de leiders moeten altijd aan het volk denken. Zolang dat verbond stand houdt zal er een duidelijke doelstelling zijn.

Dit concept van nationale eenheid verwerpt snobistische praktijken en het genieten van welvaart zonder dienstverlening. Het probleem is dat rijke verwende kinderen altijd als superieure mensen zijn behandeld terwijl ieder mens met enig zelfrespect weet dat zij dit totaal niet zijn. Dus een zeer vervormd begrip over verdienste verspreidt zich door het gehele lichaam van het volk. Het is mogelijk de klassenstrijd te laten stoppen als ieder aspect van sociale ongelijkheid wordt gehuld in de mantel van adel en sociale superioriteit kan worden onttrokken uit eer en intelligentie. Er is geen andere basis voor de organische eenheidsstaat dan de regel dat iedere beloning wordt verkregen door verdienste.

Zodra ieder mens weet dat verdienste niet onbeloond blijft en dat verantwoordelijkheid enkel wordt toegekend aan vermogen wordt de grootste factor van de klassenhaat geneutraliseerd zonder enig geweld tegen de moraal. Als Nationaal Socialisten hebben we dus maar een vraag als het gaat over de klasse van iemand: “Dient hij zijn land en volk?” Als het antwoord positief is behoort hij tot de ene klasse, als het antwoord negatief is behoort hij tot de andere klasse. Er zijn dus maar twee klassen die het Nationaal Socialisme erkend. Er is hier geen vraag over gelijkheid: de mens is niet gelijk geboren, de mens moet niet gelijk blijven; maar ieder mens dat van zijn land houdt en zich verdienstelijk maakt voor zijn volk mag er trots op zijn dat hij samen met de rest die dat doen tot een klasse behoort. Als men dit principe aanhoudt kunnen zelfs de minst gelukkige mensen hun ongeluk niet als permanent beschouwen.     

Een regering met volledige autoriteit over het volk heeft de middelen om te discrimineren tegen diegenen die denken dat de samenleving er voor hun persoonlijke gemak is en die ook zo handelen. Er moet dan uiteraard een eerlijk tribunaal zijn. Wij vallen niet de stabiliteit van de familie aan of het vrije ondernemerschap maar het verval dat het toelaat dat sommigen enkel overleven op de verdiensten van hun voorouders. De Nationaal Socialistische staat geeft genoeg kansen om dienstbaar te zijn, deze moeten aangenomen worden. Hiermee worden de grootste problemen binnen de klassenstrijd overkomen. Het verwijderen van de grootste oorzaak ligt bij de eerlijke verdeling van de overvloed die kan worden geproduceerd. Het is altijd fout om te onderwijzen dat het algemeen belang kan worden gediend door interne strijd: echter als de oorzaak weg is moet het een misdaad zijn om verdeeldheid als politiek credo te gebruiken.

Een volk dat een stevige eenheid vormt als een organisch wezen kent een andere definitie van vrijheid dan de Marxistische venter van klassenstrijd of de immorele enkeling die uit egoïstisch motieven velen exploiteert. Een dergelijk handvest voor vrijheid is er een die goed is om te hebben.

maandag 23 mei 2011

Duits Socialisme en de Europese Federatie

Terwijl verschillende concepties van Europese eenheid die zijn uitgezet door mensen als Francis Parker, Sr Oswald Mosely en Julius Evola relatief bekend zijn, maakte het Europese idee ook een fundamenteel deel uit van het “Duitse Socialisme” van Otto Strasser (1897-1974). De ideeën van Otto Strasser voor een Europese federatie ontstonden al in 1931.  
Otto Strasser zijn weg naar het Duitse Socialisme
Als zestienjarige jongen nam Otto Strasser deel aan de eerste wereldoorlog waar hij de aktie aan het front mee kreeg. Hij werd onderscheidden met een IJzeren kruis van de tweede klasse en werd gepromoveerd tot artillerie luitenant. Het kameraadschap tussen officieren (hij verafschuwde de onderofficieren vanwege hun ongevoeligheid ten opzichte van de gewone soldaten) had een doorslaggevende invloed op zijn politieke denken. De ideeën van Otto kregen vorm in de loopgraven waar deze kristalliseerden tot een anti internationaal Socialisme op een patriottistische basis. Doch Strasser was geen crypto-Marxist en zijn gehele ideologie van het Duitse Socialisme, stevig doordrongen met Westerse ethiek, had net zo min iets gemeen met Marxisme als met Kapitalisme. Het is de sociale ethiek die de hoogstaande Europese cultuur eeuwenlang heeft geleid voor de opkomst van het Kapitalisme, de bourgeoisie en haar spiegelbeeld het Marxisme.
De eerste ervaringen van Otto met politiek had hij toen hij als een oorlogskreupele door het leven moest op twee krukken. Hij confronteerde de Communistische agitator Kurt Eisner op een publieke bijeenkomst. In het revolutionaire tumult van het  naoorlogse Duitsland was het dat Otto Strasser en zijn broer Gregor Strasser hun strijd voor Duitsland weer op pakten, maar dit keer als leden van het Freikorps, een groep veteranen die vochten tegen de Bolsjewieken.

Tijdens een kort verblijf bij de Socialistische partij, zocht Otto tevergeefs een Duits Socialisme dat niet synoniem was aan statisme die enkel het kapitaal van de bourgeoisie af wilde pakken ten gunste van het proletariaat, zonder daarbij de geest van het Kapitalisme omver te werpen. Het was karakteriserend voor de arbeidersbeweging die overtuigend werd omschreven door de Duitse filosoof Oswald Spengler die een belangrijke invloed uitoefende op de ideeën van Otto.
Op aandringen van Gregor had Otto in 1920 Hitler al ontmoet, maar hij was niet erg onder de indruk. Hitler zag op zijn beurt Otto als een intellectuele gek. De houding van Otto jegens de NSDAP veranderde met de eerste Putsch in 1923. Hij beschouwde dit als een breuk van Hitler met de militaristen en kapitalisten en zag het als bewijs dat Hitler een oprecht Revolutionair en Socialist was. Hij was ook onder de indruk van de verklaring van Ludendorff dat de Putsch liet zien dat collaboratie met de reactionairen onmogelijk was. Met Hitler in de gevangenis en Gregor die de gehele partij bestuurde bezweek Otto onder de druk van zijn broer en werd lid van de NSDAP in 1925.
De daaropvolgende 5 jaren, die eindigden met het vertrek van Otto bij de NSDAP in 1930, leidden tot de verdeeldheid binnen de partij tussen het Duitse Socialisme van de Strassers en wat zij zagen als de compromissen van Hitler. Gregor bleef bij de partij en behield zijn Noord Duitse bolwerk met medestanders zoals Goebbels, Lutze, Kerl en Rust. Deze Noord Duitse leiders eisten de creatie van een aparte partij die geleid werd door de gebroeders Strasser. De rivaliteit binnen de partij leidde ertoe dat de krantenventers van de fracties van Strasser en de fracties van Hitler elkaar bevochten op straat.       
Desalniettemin was het de Strasser organisatie die bleef groeien in het Noorden. De laatste slag kwam in 1930 toen de Strasser organisatie steun uitriep voor de staking van de metaalarbeiders. Hitler dreigde met een stop op de subsidie van de werknemersfederatie en beval dat de partij tegen de staking moest zijn. Terwijl Gregor nog zocht naar een manier om de partij te hervormen was Otto compromisloos.
Gregor, die zelfs de mogelijkheid had om zelf een regering te vormen, heeft nooit geprobeerd om te breken met Hitler, hij bleef loyaal. Hij wees een rol voor zichzelf liever af dan Hitler buiten spel te zetten zoals Generaal Schleicher en vakbondsleider Leipert vroegen. Toen hij alsnog werd beschuldigd van verraad door Hitler, nam Gregor afscheid van de partij en stopte met politiek. Tijdens de partijzuivering van 1934 werd hij beloond met de dood. 
Otto dacht anders over Hitler en vormde een Unie van Revolutionaire Nationaal Socialisten, het Zwart Front, in de hoop dat de organisatie een kans had om Hitler omver te werpen. De steun hiervoor was breder verspreid als dat we nu kunnen onderscheiden. Het Zwart Front had steun van de Jonge Duitse Orde, Revolutionaire boeren in Schleswig-Holstein, Nationaal-Socialisten in Silesia en Kapitein Stennes van de Noord Duitse Sturm Abteilung. Veel Zwart Front medestanders werden na 1933 geïnterneerd.

Europese federatie                 
Otto Strasser was ondanks zijn loyaliteit als Frontsoldaat ten tijde van WO1 geen militarist of imperialist. Zijn Duitse Socialisme verwierp het idee van lebensraum. In tegenstelling tot Hitler omhelsde het Nationaal Socialisme van Otto niet het biologische en hiërarchische beeld van ras als fundament van de ideologie. Zijn ideaal was er een van een Europese federatie waarin de oude naties en etniciteiten van Europa geconserveerd werden.
Een compleet programma voor de reorganisatie van Duitsland en haar relatie met Europa werd vastgelegd in het boek van Otto Strasser “Duitsland morgen” dat in 1940 gepubliceerd werd. Strasser schreef dat het boek ernaar streeft “om te voorzien in de fundamenten voor een test tijd, geschreven door iemand die ervan overtuigd is dat Nationale veiligheid en Europese collaboratie elkaar verre van uitsluiten en de neiging hebben elkaar te bevoordelen.”
“Europese samenwerking” maakte deel uit van de drie-eenheid van het Zwart Front samen met “nationale vrijheid en sociaal recht”. De doelen en methoden van het Zwart Front moesten de hoeksteen vormen van een toekomstig Duits buitenlands beleid dat elke vorm van imperialisme zou verstoten. Een Europese federatie moest de basis vormen voor nationale vrijheid en de ontwikkeling van alle naties en minderheden. De drie-eenheid vormde het fundament voor de hergeboorte van het Westen. Dit idee ging niet enkel op voor Duitsland maar was van toepassing op het gehele Westen als een spirituele en culturele identiteit.           
Al in 1936 beschreef Otto de hergeboorte van de Westerse beschaving als zijn raison d’étre:
Het wordt meer en meer duidelijk dat de federatie van Europese volkeren de vitale conditie is die nodig is voor het spirituele herstel van de Europese naties en de preservatie van Westerse cultuur en beschaving. … Dit en niks anders is de betekenis en inhoud van de Duitse revolutie, het herstel van het Westen!
Dit Nieuwe Europa zou een verbond van vrije naties worden. Strasser zag dit als de bekroning van een lang gekoesterde droom onder Europese denkers. Strasser klaagde dat er bloed was verspild om een Europese eenheid te verwezenlijken omdat de reden kwam vanuit het verlangen van een natie of een leider om het initiatief te nemen. Otto pleitte voor een geloof in gelijkheid als leden van een familie, als vrijwillige deelnemers aan een Europese federatie. Dit in tegenstelling tot voorstanders van een anti Europese federatie, die de grondslag vormde van de moderne Europese Unie die gebaseerd is op universalisme, seculier humanisme, de macht van handel die opgedrongen is door Amerikaanse belangen. De Europese Unie van vandaag de dag is niet het Nieuwe Europa dat Strasser beoogde. Het moderne Europa is een onderdrukkend project, een bastaard en een ontkenning van identiteit.
Europa en de Verenigde Staten           
Strasser stelde een Europa voor dat in strijd was met het concept dat de Verenigde Staten na WO2 aan Europa opdrong. Hij streefde naar een Pan-Europa ten gunste van een Europese federatie gebaseerd op vrijwilligheid en gelijke rechten. In 1950 vergeleek hij het Amerikaanse ontwerp met dat van de USSR en wees deze ondubbelzinnig af. Hij verwierp het ultimatum van US Secretary of State John Foster Dulles, die stelde dat Europa moest verenigen om de Amerikaanse belangen te dienen tegen Rusland.
Zinspelend op de verklaring van Dulles op de NAVO conferentie van 1953 in Parijs, stelde Strasser dat het Amerikaanse plan voor een verenigd Europa de oude volkeren compleet zou elimineren en hen zou afstevenen op een multiculturele smeltkroes. De belangrijkste eis van Dulles was de verenging van Duitsland en Frankrijk. Het antwoord van Strasser was dat zonder de bemoeienis van buitenlandse krachten in beide delen van de wereld, voornamelijk met betrekking tot de Verenigde Staten, de conflicten nooit waren verspreid.

Ook zag Strasser het als een belediging om te stellen dat Europa protectie nodig had van de VS tegen Rusland aangezien enkele tijd ervoor President Rooseveld het halve continent aan de USSR had gegeven. Strasser vond de Amerikaanse leugens over hulp aan Europa te gênant om aan te horen en stelde dat als Europa echt zo decadent was zij met geen enkel bedrag aan Dollars of wapens kon worden geholpen. “Een boom die van zijn innerlijke gezondheid is ontdaan kan niet worden geholpen door haar dode takken te verbergen.”
Strasser geloofde dat Europa nog bruiste van vitaliteit en dat de basis van deze vitaliteit vorm kreeg in haar nationale en culturele verschillen die door de Amerikaanse eis tot integratie zouden worden vernietigd. Die diversiteit gaf de vorm en kleur aan de ziel van Europa. Hij zag de Amerikaanse eis voor Europese eenheid als “idiote demagogie“. Europa is wat zij is op grond van het onderscheidend vermogen van Spanjaarden, Italianen, Fransen, Duitsers, Polen enz. en moet weerstand bieden tegen de plannen om een grote smeltkroes te worden ten gunste van meer efficiënte productie of meer winstgevende ondernemingen voor de Wereldbank.
De ondergang van het Westen? 
Strasser was sterk beïnvloed door de filosofie van Oswald Spengler over de geschiedenis en cultuur. Hij aanvaardde uitdrukkelijk de geldigheid van de briljant geformuleerde wet over de opkomst en val van een culturele cirkel van Spengler, in dit geval de Westerse culturele cirkel waarin we de grote wet van beweging van al het organisch leven waarnemen: de wet van geboorte, volwassenheid en dood. De visie van Strasser dat ras wordt gevormd door historische krachten is zeer verwant aan de ideeën van Spengler, Yockey en Evola. Strasser zag in ras de vormende processen als geografie, klimaat, dieet en de impact van historische krachten. Ondanks de etnische verschillen binnen Europa, delen allen een en hetzelfde ritme van Westerse cultuur en allen zijn onderworpen aan dezelfde vitale wetten van deze familie van volkeren.                     

Nationaal-Socialisme: Een Biologisch Wereldbeeld

Als Nationaal-Socialist ervaar je constant de moeilijkheden als je een betekenisvol gesprek probeert te voeren met iemand die geen Nationaal-Socialist is. Vaak lijkt het erop dat een dergelijke dialoog compleet onmogelijk is en dat je in twee compleet verschillende werelden leeft. Deels ligt de reden voor deze betreurenswaardige situatie uiteraard in het door onze vijanden gepropageerde beeld van het Nationaal-Socialisme als het hoogtepunt van menselijke wreedheid. Echter is wat een halve eeuw geleden is gebeurd voor jongere mensen niet langer meer van zo een groot belang. Sinds hun jongste leeftijd waren zij in staat om alle boosheid en wreedheid die de wereld plagen te volgen sinds de “overwinning van het humanisme” in 1945. Er is een bemoedigende tendens onder de jongere generatie om een minder bevooroordeelde mening te hebben tegenover het leven en zijn verschillende problemen dan voorgaande generaties.     

Echter betekend dat niet dat jonge mensen enig idee hebben wat het Nationaal-Socialisme daadwerkelijk inhoud of dat zij er veel begrip voor hebben als je hen dat uitlegt. Zij zijn in een wereld opgegroeid die bewust van al haar natuurlijke waarden en natuurlijke ethische normen is vervreemd. Men leert dat alles relatief is en waar de grens tussen waarheid en leugen ophoud te bestaan omdat niks absoluut is en alles afhangt van de manier waarop je ergens tegenaan kijkt. In deze waarden–vrije wereld leven mensen in een mentaal vacuüm, totaal uit contact met de echte wereld, haar meedogenloze biologische wetten en haar absolute morele en sociale verplichtingen. Het is dan ook onvermijdelijk dat het Nationaal-Socialisme in het politieke en filosofische universum van vandaag de dag wordt gezien als een onbegrijpelijk vreemd element.       

Als tegenpool van het zorgeloze relativisme, waar alle ideeën even acceptabel en gangbaar zijn, vertegenwoordigt het Nationaal-Socialisme een niet aflatende inspanning om de absolute waarheid te vinden en deze waarheid het fundament van de menselijke gemeenschap te maken. In tegenstelling tot het nevelige geraaskal van onbenullige fauteuil filosofen en Oosterse mystiek is het Nationaal-Socialisme gebaseerd op gezond verstand en zoekt het zijn argumenten in de echte wereld waar het verschil tussen waarheid en leugen, goed en slecht wordt bepaald door harde feiten en niet door hoopvol denken en theoretische mijmeringen.      

In dit licht is het duidelijk dat het Nationaal-Socialisme de concepten en morele normen van alle heersende ideologieën moet verwerpen. Dat leidt uiteraard tot een begrijpelijke kloof die moeilijk te overbruggen is omdat er geen gemeenschappelijk referentiekader is tussen het Nationaal-Socialisme en mensen wier denken wordt bepaald door de ideeën van de huidige orde. Nationaal-Socialisme betekent simpelweg een absolute, onherroepelijke en compromisloze strijd tegen alle filosofische fundamenten van de gehele heersende orde. In dit artikel zullen we proberen om de implicaties van een dergelijke confrontatie uiteen te zetten.     

Het Nationaal-Socialistisch idee heeft weinig van doen met politiek in de gebruikelijke zin van het woord. De Nationaal-Socialistische beweging is er geen van de gebruikelijke politieke organisaties, welke slechts een bepaalde belangengroep vertegenwoordigen van een min of meer materialistische natuur. Hun doel is slechts om een politiek programma samen te stellen dat vaag genoeg is om voldoende lemmings aan te trekken die noodzakelijk zijn voor een parlementair platform waar hun “verkozen vertegenwoordigers van het volk” een groter deel van de taart kunnen bemachtigen ten koste van de rest van de samenleving. 
  
Nationaal-Socialisme heeft meer te bieden dan dit: het is een wereldbeeld, een complete levensfilosofie die alle aspecten van het menselijke bestaan omvat. Vanuit een dergelijk wereldbeeld bekijkt men alle fenomenen binnen de samenleving vanuit een en dezelfde hoek, zodat elk aspect deel wordt van een verenigd geheel, net zoals al jouw meningen op alle gebieden worden bepaald door hetzelfde verenigde principe dat het toe laat om alle facetten van het leven uit te leggen. Een wereldbeeld is de basis voor de houding van de volgers tegenover religie, ethiek, politiek, economie en de manier waarop deze hun persoonlijke leven organiseren. 

Nationaal-Socialisme is uiteraard niet de enige filosofie die claimt dat het alle aspecten van het menselijk bestaan dekt. Andere voorbeelden zijn bijvoorbeeld religies die in principe iedereen die deze geloven een richtlijn bieden voor gedrag en houding in elke situatie van het leven. Vandaag de dag zijn religies gedwongen om compromissen te sluiten om het steeds verder verbredende gat tussen religieuze dogma’s en waarheid te overbruggen.

Een voorbeeld van een land dat compleet de andere kant is uitgegaan en de vereniging tussen politiek en religie benadrukt is het Iran van Komeini. Een ander voorbeeld is Israel wiens gehele bestaan is gebaseerd op het religieuze geloof dat Joden het “door God uitverkoren volk zijn”, dat Joden het goddelijke recht hebben op het land van de Arabieren en waar de meeste orthodoxe groepen constant de minste of geringste afwijking van de Talmoedische wet afwijzen. Deze wet is een product van de oude nomadische samenleving en is niet toe te passen op een moderne geïndustrialiseerde staat. Dit heeft geleid tot enkele typische Semitische constructies om de strikte religieuze regels te omzeilen.

Vergelijkbare methoden kan men in Arabische landen waarnemen, waar de Ramadan min of meer permanent is afgeschaft omdat deze landen “in oorlog zijn” met armoede. Al deze pogingen om “vals te spelen” laten overduidelijk zien dat deze wereldbeelden totaal niet geschikt zijn als richtlijnen in de moderne wereld met haar Westerse technologie. Zij zijn niet sterk genoeg gebleken om te voorkomen dat hun volgelingen een nieuw leven wensten die geen deel van hun cultuur uitmaakte maar die het gevolg is van succesvol parasitisme. De reden voor dit falen ligt simpelweg bij het feit dat deze religies gebaseerd zijn op blind geloof en niet op realiteit.       

Marxisme kan men ook beschouwen als een filosofie op het leven. Het vertegenwoordigt een wereldbeeld dat alle facetten van het menselijk leven bestuurd, waar alle andere politieke ideeën in ons deel van de wereld zich vooral concentreren rond economische en bestuurlijke problemen. Deze ideeën zijn losjes verbonden aan een bepaalde fundamentele visie op het leven in zijn algemeenheid en de relatie tussen individu en samenleving, maar met betrekking tot de spirituele behoeften van de mens zijn zij een slechte vertegenwoordiger. Zij sluiten geen enkele religieuze affiliatie uit, in tegendeel zij zetten altijd totale religieuze vrijheid op het spel en claimen dat religie en politiek apart moeten worden gehouden alsof religie iets onbelangrijks is in vergelijking met politiek. Hun religieuze overtuigingskracht wordt als volledig irrelevant beschouwd voor hun politieke werk. Ze zijn verenigd in een poging om enkele praktische problemen in de staatsmachinerie op te lossen, maar hebben totaal verschillende spirituele doelen in gedachten.          

Een ware levensfilosofie zoals het Nationaal-Socialisme kent geen enkele ruimte voor een dergelijk sterk versplinterde opsplitsing van het leven in verschillende compartimenten zonder enkele relatie met elkaar. Nationaal-Socialisme kan alle praktische problemen in de samenleving oplossen door de principes van haar fundamentele filosofie toe te passen. Haar volgelingen hebben geen buitenlands element nodig om in haar spirituele behoeften te voldoen. Nationaal-Socialisme biedt het volledige antwoord op elke vraag die er gesteld wordt.    

Het is een bekend feit dat religies zichzelf enkel op geloof baseren, iets wat zij met trots erkennen. Echter het bestaan van god kan nooit bewezen worden. Zowel Marxisme als Nationaal-Socialisme claimen dat zij zich baseren op de wetenschappelijke waarheid. Marxisme werd vanachter een tafel gevuld met geleerde filosofische boeken uitgevonden, echter zonder enig contact met de realiteit of wetenschap. Als men het Marxisme beter bestudeerd kan men inzien dat het net zoals elke religie op geloof is gebaseerd: namelijk op het onwetenschappelijk geloof dat alle biologische wezens die op twee voeten lopen als gelijken zijn gecreëerd. Net als het absurde idee dat door de geschiedenis heen het niet de erfelijkheid maar de omgeving en de condities van productie zijn geweest die de ontwikkeling van een individu bepalen. Men hoeft niet lang na te denken om te beseffen dat in werkelijkheid de mens zijn omgeving heeft gevormd en de sociale orde heeft gesticht - inclusief de condities van productie- en dus niet omgekeerd. 

In tegenstelling tot al deze andere filosofieën is het Nationaal-Socialisme nooit uitgevonden. Het is onttrokken uit de eeuwige wetten der natuur, welke al bestaan sinds het ontstaan van het heelal en welke het leven hebben bestuurd sinds de eerste primitieve organismen ontstonden. Het Nationaal-Socialistisch idee overstijgt niet enkel Duitsland en onze tijd, maar ook het ras, de mensheid en ieder tijdperk: het brengt de mysterieuze en onfeilbare wijsheid tot uitdrukking die de natuur creëert. De onpersoonlijke wijsheid uit het oerwoud, de diepzee en de donkere velden van de ruimte. Het is niet enkel in zijn glorietijd dat Adolf Hitler terug greep naar deze verheven wijsheid, maar ook dat hij er een praktisch regeneratie beleid van heeft gemaakt op wereldschaal.        

Met andere woorden, Nationaal-Socialisme is niet uitgevonden door Adolf Hitler, maar is de bewuste expressie van de fundamentele wetten der natuur die ons leven besturen. Het is gebaseerd op een oneindige liefde voor de creatie in al zijn diversiteit. Een diep respect voor de wijsheid van de natuur en de drang om het leven te bewaren zoals het uit deze wijsheid gegroeid is. De enige manier om dit te doen is de samenleving te organiseren in overeenstemming met deze fundamentele wetten. Feitelijk is tegen Nationaal-Socialisme zijn net zo absurd als tegen zwaartekracht zijn of tegen het feit zijn dat de aarde rond is. Nationaal-Socialisme is niks anders dan de applicatie van biologische wetten op de politieke, economische, sociale en religieuze gebieden van het menselijk leven. In die zin is Nationaal-Socialisme echt wetenschappelijk, anders dan iedere andere ideologie. Het wenst niet om de realiteit passend te maken aan bedachte theorieën maar wil de theorieën binnen de realiteit laten passen. In een nieuw tijdperk veranderende wetenschappelijke ontdekkingen zouden dus direct worden gereflecteerd in het praktische leven van de Nationaal-Socialistische gemeenschap.       

Uiteraard wensen we soms dat sommige van deze wetten anders waren, maar we zullen moeten accepteren dat het onmogelijk is deze te veranderen: dingen zijn zoals ze zijn. Natuurwetten kunnen niet veranderd worden door een stem in een referendum. Wellicht zou het gemakkelijker zijn als ieder mens en ieder ras als gelijken werden geboren en als erfelijke factoren geen rol zouden spelen. Echter is dit nu eenmaal niet het geval en dit vastliggend feit veranderd echt niet door hoopvol denken. Een samenleving bouwen op dit hoopvolle denken kan enkel desastreuze gevolgen hebben.

De consequenties hiervan kunnen we duidelijk zien als we naar de samenlevingen kijken die onze vijanden in het Oosten en Westen hebben gebouwd. Allen verwijzen naar het Nationaal-Socialisme als het ultieme kwaad, dit terwijl zij zelf over een wereld heersen op de rand van een economische en morele ramp. Een wereld die wordt geplaagd door inflatie, honger, werkeloosheid, zinloos geweld, drugsmisbruik, vervuiling, pornografie, corruptie en ecologische rampen. Een wereld die enkel 16 dagen vrede heeft gekend sinds 1945 en waar meer dan 30 miljoen mensen werden afgeslacht in diezelfde periode.   

Het is vooral in de Westerse wereld waar de decadentie en morele degeneratie zich het meeste heeft ontwikkeld. De mensen hier zijn compleet vervreemd van alle duidelijke en natuurlijke waarden, zij zijn levenloze zombies geworden wiens angsten worden verzacht door materialistisch comfort. Ondanks alle materiële meevallers in de moderne wereld zijn deze mensen noch gelukkig noch voldaan. Zij missen idealen en enthousiasme en hebben alle hoop in de toekomst opgegeven.  Men ziet geen toekomst, men heeft liever de luxe van het moment dan het behoud van ras en cultuur voor de eeuwigheid. Dit is de Gouden eeuw die onze vijanden in 1945 beloofd hebben, dit is wat zij in 65 jaar wisten op te bouwen. Onder deze omstandigheden zijn de vooruitzichten voor de toekomst weinig hoopgevend. Het hoeft echter niet zo te zijn. Dat de wereld zich in een slechte conditie begeeft is vooral te wijten aan het disrespect van de mens voor de wetten der natuur.      

Als Nationaal Socialist zul je jezelf onvermijdelijk voelen als iemand van een andere planeet wanneer je de natuur van de huidige orde begrijpt. Als Nationaal-Socialisten streven wij naar een totaal Nieuwe Wereldorde, gebaseerd op de onfeilbare wijsheid der natuur. Enkel binnen een dergelijke nieuwe orde kan de mensheid overleven op de lange termijn. Echter om deze nieuwe orde te creëren moet de mens accepteren dat deze niet boven de natuur staat. De mens is niet de meester van creatie maar een geïntegreerd onderdeel van de totaliteit van de natuur. Hij is onderworpen aan exact dezelfde wetten als alle andere levende organismes. Dientengevolge moet deze ook het wetenschappelijk bewezen feit dat rassen verschillend zijn accepteren. Ook dient hij te erkennen dat alle menselijke wezens individuen zijn die ongelijk zijn gecreëerd. 

Dit mag natuurlijk “onrechtvaardig” lijken voor sommigen, maar een van de dingen die de mens moet erkennen is dat er geen conceptie van recht is in de natuur op de manier zoals wij het woord meestal interpreteren. Als menselijke wezens moeten we een samenleving bouwen op juridische en sociale rechtvaardigheid omdat alle leden een belangrijke functie hebben en daarom gelijkwaardige bescherming kunnen eisen onder de wet. Dit vormt een deel van de beveiliging die noodzakelijk en natuurlijk is in een georganiseerde samenleving. Het is een van de belangrijkste redenen waarom de mens begon met het realiseren van stabiele sociale structuren. Echter kunnen we geen biologisch recht creëren, net zo min als dat we biologische gelijkwaardigheid kunnen creëren. Vanuit een menselijk standpunt lijkt het extreem onrechtvaardig dat sommige mensen op jonge leeftijd worden geplaagd door verschrikkelijke en ongeneselijke ziektes waar anderen een goede gezondheid genieten en meer dan 100 jaar oud worden. Ongeacht wat we hierbij voelen, is dit de manier waarop dingen gaan en wij moeten leren dat de natuur onze conceptie van recht niet erkend.

De vijanden van het Nationaal-Socialisme claimen dat de biologische conceptie van menselijke aard die de basis van het Nationaal-Socialisme vormt “onethisch” is. Wij kunnen hier enkel op antwoorden dat de zogenaamde “ethiek” van onze tegenstanders immoreel is omdat deze gebaseerd is op normen en waarden die niet gebaseerd zijn op de natuur.