woensdag 24 december 2014

Fabrieksbezetting: De geschiedenis van een nieuwe vorm van Industriële actie

In dit artikel behandelen we de fabrieksbezetting als een actievorm in industriële conflicten. Meer dan 120 jaar geleden werden in Polen de mijnen bezet door mijnwerkers. Vanaf dat moment werd bezetting het wapen bij uitstek dat de arbeidersklasse tot op de dag van vandaag blijft gebruiken.


Het is opvallend dat het gebruik van de fabrieksbezetting zich voornamelijk binnen een aantal golven concentreerde. De meest belangrijke hiervan vonden plaats in Italië (1917-1920) en Frankrijk (1936-1937). De terugkerende vraag tijdens deze periodes is in hoeverre deze acties een sociale revolutie deden ontbranden en in hoeverre deze op een bepaald punt een eerste stap richting een industriële democratie betekenden? Of was er wellicht slechts sprake van een tactisch alternatief voor de staking? 

De bezettingen in Italië vonden plaats na een conflict over de lonen binnen de metaal industrie en begonnen aanvankelijk in Milaan en Turijn. Het was hier waar de metaal-vakbond FIOM als eerste het initiatief nam tot actieve bezetting van de fabrieken. De onzekere politieke en economische situatie waarin Italië zich bevond vlak na de eerste wereldoorlog, het passieve optreden van de overheid, de revolutionaire atmosfeer en de grote afstand tussen de vakbondsbonzen en de vakbondsbasis, waren allen belangrijke factoren die ertoe leidden dat het conflict zover kon escaleren. 

In 1936 en 1937 vonden in Frankrijk de eerste bezettingen plaats binnen de vliegtuigindustrie. Opvallend genoeg was dit een industriële tak met een redelijk goede economische positie als gevolg van de grote orders die vanuit de overheid geplaatst werden. De bezettingen waren van een geheel andere orde dan de 'grèves-sur-le tas' (sit-in stakingen) die als actiemiddel eerder al regelmatig gebruikt werden, in het bijzonder door de metaalwerkers in de regio rond Parijs. De overwinning van de Volksfront partijen had de arbeiders gestimuleerd om zich tot meer radicale vormen van actie te wenden. Nadat de Blum-regering aan de macht kwam, ontwikkelde zich dan ook een ware explosie van acties, bezettingen en stakingen. 


Een van de meest opmerkelijke conclusies is dat de bezetting als actiemiddel het meest gebruikt werd juist in die gebieden waar de bereidheid tot staking in de voorgaande jaren relatief laag was. Dit terwijl daar waar veel bereidheid om te staken was, juist minder bezettingen plaats vonden. 

Als we de golf in Italië en Frankrijk met elkaar vergelijken zien we zowel verschillen als overeenkomsten. In beide landen waren er korte maar hevige uitbarstingen. Er waren duidelijke verschillen tussen het belang van de gevoerde strijd, van loonconflicten in 1920 tot een strijd voor vakbondsrechten binnen de ondernemingen in 1936. De rol van de Italiaanse vakbonden in 1920 staat dan ook in een schril contrast met die van de Franse vakbonden. 

Er was echter politiek gezien wel een vergelijkbare situatie bij deze beide bezettingsgolven. In beide gevallen hanteerden de autoriteiten een passief en afwachtend beleid, in sommige gevallen hadden deze zelfs een houding ten gunste van de arbeiders. Ook ten opzichte van de internationale ontwikkelingen in de opmaat naar de bezettingen toe zijn parallellen te vinden. In beide gevallen gingen vergelijkbare acties de bezettingen voor en konden deze grotendeels verklaard worden door de sterke verontwaardiging van de arbeiders, die zich zorgen maakten over wat zij zagen als een onrechtvaardig besluit van het management. Het snelle succes van deze acties en de houding van de werkgevers en autoriteiten leidden tot een vorm van gedragsbesmetting en uiteindelijk imitatie op een ongekend grote schaal. 

Het idee dat de fabrieksbezetting enkel als tactiek gezien werd, een rationeel gebruik van de beschikbare middelen - in de zin van een passende aanpassing van middelen om een bepaald doel te bereiken - moet dan ook verworpen worden. Het verleggen van doelen, vermindering van de nieuwswaarde in de loop van een bezettingsgolf en het feit dat het gebruik ervan zich niet beperkte tot tijden van economische depressie, zijn belangrijke argumenten die dat ondersteunen. 


Is de fabrieksbezetting dan een revolutionair fenomeen of in elk geval een eerste stap richting industriële democratie? 

De algemene aanvaarding van de middelen - zelfs de officiële vakbonden voegden de bezetting toe aan hun activistisch repertoire - spreekt dit uiteraard tegen. Echter het feit dat de bezetting haar revolutionaire potentieel verloren heeft, betekent natuurlijk nog niet dat het een actiemiddel als elk ander is geworden. De concentratie van massale golven van industriële conflicten, welke over het algemeen een radicale natuur hadden, evenals het feit dat hoofdzakelijk arbeiders die weinig of geen ervaring met actievoeren hadden bereid waren om de grenzen van de legaliteit te overschrijden, onderstrepen het radicale karakter van de fabrieksbezetting. 

Het valt nog te bezien of de alsmaar toenemende snelheid van dit fenomeen in deze eeuw zal duiden op een groeiende industriële democratie. De ontwikkeling van eisen en de resultaten op de lange termijn zullen uiteindelijk tot een bevestigend antwoord moeten leiden. Anderzijds is het wel gebleken dat de ervaringen van de eerdere bezettingsgolven niet langer zijn gebruikt door de arbeiders en de vakbonden in latere situaties. De bezettingen hebben schijnbaar niet hun taak vervuld als een school voor arbeiderszelfbestuur. Het was dan ook niet zonder reden dat fabrieksbezettingen in beide periodes werden beschouwd als een compleet nieuwe vorm van industriële actie. 


Wij moeten hier echter lering uit trekken. In de geest van de arbeiders-radenbeweging van Gramsci in Turijn (Italië) van 1919/1920, MOET de fabrieksbezetting een leerschool worden voor arbeiderszelfbestuur. Een leerschool voor de opkomende socialistische samenleving die geregeerd wordt door niemand anders dan de arbeidersklasse zelf! 

BEZET NIET ENKEL DE STRATEN EN PLEINEN - BEZET VOORAL OOK DE FABRIEKEN: BEZET HET HART VAN HET KAPITALISME!


zaterdag 29 november 2014

ACN/AKN: Brussel in Vuur en Vlam! Arbeiders, Autonomen en Jeugd op de Barricades!

Verslag door het ACN/AKN collectief Nederland. 


Afgelopen donderdag (6 november jl.) hadden de drie belangrijkste vakbonden van België (de “socialistische” ABVV/FGTB, de christelijke ACV en de liberale ACLVB) tot de grootste nationale betoging van de afgelopen 25 jaar opgeroepen. Deze massale betoging (volgens de Belgische pers rond de 120.000 deelnemers) bewoog zich in een indrukwekkende sliert van het Noord- naar het Zuidstation. Aan het eind van het parcours sloeg op de Zuidlaan (vlakbij het Zuidstation) de vlam in de pan.


De Wever, N-VA en één van de steunpilaren van de huidige nieuwe reactionaire regering – Michel, kondigde onlangs aan dat het land dient te ‘vernederlandsen’. Dit zou inhouden: langer werken, miljoenen besparen en minder overheidsbemoeienissen. Concreet betekent dit een index sprong van 2% (wat o.a. 2,5 miljard aan lastenverlaging voor bedrijven inhoudt en de arbeiders géén kans op loonsverhogingen voor ruim twee jaar geeft), hogere prijzen voor bijna alle publieke diensten, een strengere aanpak van de werklozen etc. “Dit gaat pijn doen, maar er is géén alternatief”, aldus wederom de Wever. De kersverse reactionaire regering-MR/N-VA heeft met deze politiek een gevoelige snaar geraakt van de sinds 1988 heersende sociaaldemocraten van de PS en hun “linkse” aanhangsels in de syndicaten. De mobilisatie van de vakbonden, de PVDA/PTB en alle andere linkse oppositie partijen hiertegen kon dan ook niet uitblijven. (Ter verduidelijking: De regering-Michel vertegenwoordigt – er zij nog maar eens op gewezen – niét de meerderheid van de Franstalige kiezers! [De MR verenigt slechts een kwart v.h. Franstalig electoraat]) De regering-MR/N-VA werd dan ook een ‘hete herfst’ beloofd. De eisen van de bonden zijn: Herstel van de index (automatische prijscompensatie), vrije CAO-onderhandelingen, een minimumloon van €15 bruto/uur, géén precaire contracten, handen af van het pensioen en van de pensioengerechtigde leeftijd, het stoppen van de jacht op werklozen, nationalisatie van de sleutelbedrijven.


Op de dag van de aftrap van deze eerste grote betoging, deze was de eerste in een reeks van drie nog komende regionale (maandag-)stakingen met een het geheel afsluitende nationale 24-uurs staking op 15 dec., verliep de demonstratie van start- tot eindpunt geheel zoals gepland. De vakbonds- en partijbonzen hielden hun leden netjes in het gelid en er werd gelachen, gedronken, gek gedaan en zulks meer. Het leek dus weer de gebruikelijke poppenkast te gaan worden en andermaal de kans voor de syndicale bureaucratie om hun militanten danig stoom af te doen laten blazen.



Slechts een flinke groep van dockers (havenwerkers) en metallo’s waagde zich in de zijstraten van de demonstratie om zich daar los van de officiële demonstratie te organiseren. Hier kan dus gesproken worden van aanzetten tot zelfstandige organisatie onder de arbeidersmassa.


Het plaatje van zelfstandige strijd onder de dockers en metallo’s was dan weer een ander dan die onze militanten in eerste instantie bij het verzamelpunt nabij het Noordstation aantroffen. Daar werd op een (grote) bouwput naast de wachtende betogers gewoon doorgewerkt! Deze arbeiders legde de boel daar niet plat om zich bij de manifestanten aan te sluiten! De massa’s deden ook géén beroep op deze arbeiders om zich bij de betoging aan te sluiten. Onbegrijpelijk! Ook de syndicaatsfunctionarissen deden hoegenaamd géén enkele poging om de aldaar aanwezige arbeiders te bewegen zich bij de actie aan te sluiten.


Nadat de demonstratie het Zuidstation had bereikt, alle bonzen hun obligate praatje deden en het hele gebeuren weer zijn einde naderde, was de situatie enkele tientallen meters verderop van een geheel andere aard. Daar had zojuist een flinke groep dockers stevig slag geleverd met de smeris – en de eerste ronde gewonnen! Het spoor van blank staande straten, allerlei verplaatste objecten en vernielingen deed ons belanden in het “oorlogsgebied”. Er bleek even een adempauze te zijn, maar een snel opkomende charge van de flikken leidde de tweede ronde in. Hevig terugvechtend trakteerde de menigte, die uit Dockers, Metallo’s en anderen bestond, de flikken op een ware regen van stenen, flessen, pyrotechniek e.d. ,,Tous ensemble! Grève generale!” scandeerden de arbeiders. Van de kant van de flikken werden er in totaal vijf waterkannonen ingezet, samen met zwaar uitgeruste smerissen die over een overvloed aan slagwapens en CS-gas bleken te bezitten. De pepperspray vloeide rijkelijk en brandde in de gezichten van de strijdende arbeiders. Eveneens daalde een regen van slagen op de lichamen en de hoofden van deze heldhaftige mannen en vrouwen.


Het kat-en-muis-spel met de flikken duurde in zijn totaliteit enkele uren, maar het patroon werd na enige tijd voorspelbaar en eentonig. De flikken werden enigszins teruggedrongen op het moment dat het waterkanon “droog” stond, de arbeiders dan weer op hun beurt teruggedrongen, zodra een nieuw waterkanon de plaats van de vorige had ingenomen. Het ging van beide kanten vanaf dat moment elke keer nog slechts om enkele tientallen meters terrein gewin.


Ware het niet dat er nieuwe frisse stoottroepen opdokken om de straten van Brussel in vuur en vlam te zetten. Deze nieuwe rebellen bestonden niet alleen uit de eerdergenoemde arbeiders, maar tevens uit allerlei groepen autonomen en de lokale jeugd die zich vol enthousiasme in de strijd wierp.




Wat betreft de in delen van de burgerlijke pers (en de zogeheten ,,Antifa”) geuite verdachtmaking jegens ,,anarchisten” en andere ,,groupuscules”, dat deze verantwoordelijk zouden zijn geweest voor het doen laten ,,ontsporen” van de betoging, dat is nu pertinent onjuist. De Dockers die voorop liepen bij de confrontatie hadden zeer zeker géén aanmoediging van buitenaf (van de kant van zogeheten ,,infiltranten” of ,,beroepsherrieschoppers”) nodig om het gevecht met de flikken aan te gaan. De arbeiders zijn namelijk uitstekend in staat zelf te denken en behoeven daartoe niet de hulp van welke buitenstaanders dan ook! De Dockers en de Waalse Metallo’s hebben géén ,,infiltranten”, ,,gauchistes” of ,,casseurs” nodig om hen te doen inzien dat de flikken, de bureaucraten (zowel die van de partijen als van de syndicaten) en de patroons hun vijand zijn! Daar waren géén personen, groepen, partijen of propaganda van buitenaf voor nodig. Ook de Brusselse jeugdige rebellen bleken al lang een gevoelsmatig “socialisme” ontdekt te hebben. 


Black and white youth against the system!




De burgerlijke pers berichtte de volgende dag dat er zes auto’s in brand waren gestoken en er 25 omver waren gegooid en tevens dat de flikken waren bekogeld met vrijwel alles wat los en vast zat! Gedurende de strijd ontstond er zelfs zo iets als een verbroedering tussen dockers/metallo’s ener- en de anars (anarcho’s) anderzijds. Een jonge docker zwaaide op een gegeven moment met de vlag van het anarchosyndicalisme (rood-zwart), terwijl hij een kennelijk even oude ,,casseur” omarmde. ,,Vive l’Anarchie!” klonk het onder de betogers. Onder deze slogan gingen een paar ogenblikken later alle ruiten van het NMBS-gebouw aan diggelen (Het gebouw van v.d. Belgische spoorwegen). En het was anarchie! Het systeem had gedurende enige tijd de controle compleet verloren. De staat heerste voor even niet meer! Nadat de flikken uiteindelijk de strijdende menigte uiteen wisten te slaan, reageerden ze hun frustraties af op geïsoleerde groepjes militanten (zoals gebruikelijk). Met ploertendoder en matrak, aangevuld met een schier onuitputtelijke voorraad aan pepperspray, leefden stillen en geüniformeerden zich nu uit op door hen ingesloten individuele arbeiders. Alles was in dit laatste kwartiertje geoorloofd . Een ieder die al gewond op straat lag, kreeg er van de flikken nog een extra lading peperspray als toegift erbij. Man of vrouw, jong of oud, niemand bleef gespaard. Plm. veertig gewonden aan onze kant op deze dag. Eenendertig betogers werden (administratief of gerechtelijk) aangehouden. En het vermelden zeker waard: twintig flikken raakten ernstig verwond!


Het systeem is verwondbaar! Verzet is mogelijk! In deze zin: Op naar de volgende confrontatie!


Hierna trokken de meeste groepen zich terug richting het Zuidstation. Deze dag heeft zeer zeker aangetoond welk een ongekend militant potentieel er zich onder de arbeiders aan de basis bevindt. De dynamiek van vormen van zelfstandige organisatie onder de dockers en metallo’s, de tegen de syndicale bureaucratie rebellerende vakbondsbasis en de directe actie van de Brusselse autonome scene aangevuld, maakten deze dag als zeer geslaagd.


De komende maand zal moeten blijken in welke mate de reactionaire regering-Michel aan haar rigide arbeidersvijandige bezuinigingsmaatregelen blijft vasthouden. De syndicaatsbureaucratie mag dan al in het geheim onderhandelingen met de regering-Michel voeren en hebben gevoerd, maar de arbeiders aan de basis zullen géén enkel compromis dulden! De parolen blijven onveranderd:


Weg met de regering-Michel! 

Zelfstandige strijd zonder en tegen de syndicaatsbureaucratie! Voor het eenheidsfront van onderop! 

Reformisme – Neen! Revolutionaire arbeiderseenheid – Ja!


Consequente strijd voor de onderstaande eisen:


Géén aantasting van de wet-Major! Voor behoud van het havenarbeidersstatuut! Géén aantasting van de index! Géén aantasting van de pensioengerechtigde leeftijd!


Op naar 15 dec.! 


Enige ,,casseurs”, die er in Brussel bij waren











vrijdag 7 november 2014

Proletarisch verzet in Brussel


Afgelopen donderdag organiseerden de twee grote systeemvakbonden van België een nationale betoging. Meer dan 100.000 mensen trokken naar Brussel om hun ongenoegen te laten blijken over het neoliberale beleid van de regering Michel - De Wever. Een delegatie van het Anti-Kapitalistisch Netwerk (ACN/AKN) sloot zich hierbij aan. De demonstranten zetten hun eisen kracht bij door de strijd aan te gaan met de politiediensten. Een uitgebreid verslag volgt binnenkort.






maandag 3 november 2014

Odessa: Never Forget, Never Forgive




Zondag twee november werd er in Brussel op de stoep van het Europees Parlement een herdenking georganiseerd voor de slachtoffers van het bloedbad dat 6 maanden geleden in Odessa (Oekraïne) plaats vond. Op 2 mei jl. werden pro-Russische politiek activisten en vakbondsleden in de havenstad aangevallen door een georganiseerde fascistische bende in dienst van Kiev. Nadat de fascisten de pro-Russische demonstranten een vakbondsgebouw in hadden gedreven, werden de uitgangen geblokkeerd en het gebouw in brand gestoken. In de vlammenzee kwamen minstens 42 pro-Russische politiek activisten op een ongekend gruwelijke manier om het leven.



Onze solidariteit gaat dan ook uit naar de antifascisten die stierven in Odessa en de rest van Oost-Oekraïne in hun rechtvaardige strijd tegen het contra-revolutionaire marionetten-regime in Kiev. Wij blijven echter van mening dat de arbeidersklasse een onafhankelijke positie moet innemen in het conflict. De enige weg voorwaarts voor de arbeiders is de verdediging van hun democratische rechten en hun nationale onafhankelijkheid door middel van de strijd voor de socialistische revolutie in Oekraïne en geheel Oost-Europa. 



De overwinning aan de volksopstand in Oost-Oekraïne! 

Voor autonomie van de Russisch-sprekende regio’s! 

Niet Brussel, noch Moskou! Voor een onafhankelijke arbeidersrepubliek in Oekraïne!









maandag 1 september 2014

ACN/AKN: Reformistisch Links – Capitulatie voor het Amerikaanse (en EU-) imperialisme inzake de Oekraïne (I)

Gedurende de huidige crisis in de Oekraïne hebben de werkelijk revolutionaire secties van links een standvastig standpunt ingenomen tegenover de machinaties van het Amerikaanse imperialisme en zijn aanhangsels in de Europese Unie. Niet echter de overgrote meerderheid van de groeperingen van het linkse reformisme zowel in de Verenigde Staten als in geheel Europa, die zich allen op de een of andere wijze ter ondersteuning van de “democratische” imperialistische mogendheden hebben gepositioneerd.

De USA en de imperialistische Europese machten droegen wezenlijk bij aan het initiëren en ontvlammen van de onrust in de Oekraïne, die begon met het uitbreken van de protesten op de Maidan afgelopen november na het verwerpen van een “associatieverdrag” met de EU door de toenmalige president Viktor Janoekovitsj. Door middel van het steunen van de protesten met geld en publiciteit speelde in het bijzonder Washington een essentiële rol bij de vorming van de nieuwe regering, die na de putsch van 22 februari jl. werd geïnstalleerd. Het doel van de Amerikaanse (en EU-) imperialisten hierbij is de vestiging van een marionettenstaat aan de grens met het kapitalistische Rusland, dat onder het bewind van de sterke man Poetin in toenemende mate zowel een politieke rivaal als een “pain in the ass” voor hen is geworden.

Vanaf het allereerste begin hebben wij gewaarschuwd voor de aanwezigheid van een substantieel fascistisch segment te midden van het Maidan-protest, gegroepeerd rond de Swoboda-partij, welke voortkomt uit de Oekraïense nationale beweging geleid door Stepan Bandera, wiens strijdkrachten diverse massamoorden begingen op Joden en Polen in samenwerking met de Duitse Wehrmacht tijdens de laatste Wereldoorlog. Na de oorlog liepen de Bandaristen over naar het Amerikaanse imperialisme en zetten hun oorlog tegen de Sovjet- Unie voort, thans onder het directe bevel van de CIA. De coup tegen Janoekovitsj werd gedragen door de fascisten en actief gesteund door de Verenigde Staten en de EU. Een van de eerste besluiten van het nieuw parlement was de afschaffing van de officiële status van het Russisch en andere minderheidstalen, een besluit, waartegen de waarnemend president later zijn veto uitsprak – onder druk van buitenaf om de coup een “democratisch” gezicht te verlenen.

De installatie van een uiterst rechts georiënteerd regime van Oekraïense nationalisten in Kiev deed bij de Russisch sprekende bevolking van de Oostelijke en Zuidelijke Oekraïne alle alarmbellen rinkelen. Geconfronteerd met het vooruitzicht van verdere expansie van de kant van de NAVO (het agressieve militaire bondgenootschap van het Westers imperialisme) direct voor de voordeur, reageerde (kapitalistisch) Rusland snel door haar troepen op de Krim te versterken teneinde haar nationale belangen aldaar veilig te stellen, in het bijzonder haar strategische Zwarte Zee-vloot gelegen in Sewastopol. Wij spraken onze steun uit voor deze interventie gebaseerd op het democratische recht op nationale zelfbeschikking van de etnisch Russische bevolking van de Krim. Tegenover de leugen van het imperialisme als zou Rusland interveniëren in een ´buitenlandse´ regio wezen wij op het feit dat “de Krim is Russisch”, met inbegrip van zijn historische band met Rusland, en verduidelijkten:

“Het volk van de Krim heeft alle recht op nationale zelfbeschikking, daaronder inbegrepen onafhankelijkheid of hereniging met Rusland. In de huidige situatie is het zeer wel mogelijk dat het gebruik maken van dat recht afhankelijk is van de ondersteuning van de kant van de Russische strijdkrachten. En inderdaad was het de nieuw gevormde regering van de Krim, die verzocht om Russische interventie.”


De juistheid van onze stellingname werd onderstreept door het overweldigende stemresultaat ten gunste van hereniging met Rusland, in het daarop volgende referendum op de Krim.

Onze verdediging van de Russische interventie impliceerde (en impliceert nog steeds) op géén enkele wijze ook maar de geringste vorm van politieke ondersteuning voor het regime-Poetin, een bourgeois-regering gebaseerd op Groot-Russisch chauvinisme. Wij hebben de moorddadige Russische interventies in Tsjetsjenië (in 1994 en 1999), een gebied in de Kaukasus, waar de bevolking bijna volledig moslim is, steeds afgewezen en de strijd voor nationale bevrijding (onafhankelijkheid) ondersteund. Tijdens de oorlog tussen Rusland en het door het Amerikaanse imperialisme gesteunde Georgië (in 2008) waren wij revolutionaire defaitisten naar beide kanten toe: De klassenbelangen van zowel de arbeiders van Rusland als die van Georgië waren gelegen in de strijd gericht op de omverwerping van de eigen bourgeoisie door middel van een proletarische revolutie. Ook maken wij ons sterk voor de rechten van de Tartaren en andere onderdrukte etnische minderheden op de Krim en elders in Rusland.

Nadat de Krim zich met Rusland had herenigd, lanceerde het regime in Kiev een militaire campagne tegen de opstandige krachten in de Oostelijke Oekraïne, die nog steeds aan de gang is. Honderden slachtoffers zijn er inmiddels al gevallen ten gevolge van de bloedige onderdrukking van de kant van het Oekraïense leger. Op 2 mei jl. zette een door fascisten geleide meute door middel van molotovcocktails het gebouw van de vakbonden in brand in de Zuidelijke stad Odessa, waarbij meer dan veertig anti-regeringsactivisten levend werden verbrand. Achter de onderdrukking kan men de hand van de beschermheren van het Kiev-regime ontwaren – het Amerikaanse en het EU-imperialisme. Terwijl Washington en (in mindere mate) de EU bezig zijn met het opzetten van sancties tegen medewerkers van president Poetin vanwege de “interventie”, zijn CIA en FBI druk in de weer met het adviseren van Kiev inzake de beste wijze hoe de rebellie neer te slaan. Wij wijzen alle sancties van het Westerse imperialisme tegen Rusland ten scherpste af evenals alle militaire provocaties van de kant van de NAVO in de regio.


 Aangespoord door de door Kiev ontketende onderdrukking belegden opstandelingen in de Oostelijke provincies Donetsk en Loegansk op 11 mei jl. referenda, waar in overweldigende meerderheid ten gunste van “zelfbestuur” werd gestemd. Wij verdedigen het recht van de bevolking aldaar om het referendum te beleggen en om te handelen overeenkomstig het resultaat van de stemming, welke een stap voorwaarts in de richting van een federatieve Oekraïne, van onafhankelijkheid dan wel van een verenging met Rusland zou kunnen inhouden. Het verdedigen van de democratische rechten van alle nationaliteiten is cruciaal voor ons doel om de revolutionaire eenheid van het proletariaat te smeden los van welke nationale, etnische en communautaire scheidslijnen dan ook. Een dringend benodigde uitdrukkingsvorm van een dergelijke arbeiderseenheid zou het formeren van niet-sektarische zelfverdedigingseenheden ter afweer van de fascisten (in Kiev), die een bedreiging vormen voor alle arbeiders en nationale/etnische minderheden in de Oekraïne, dienen te zijn. Dit perspectief vereist de standvaste oppositie tegenover alle schema’s van de imperialistische mogendheden.

 De huidige situatie is het resultaat van de vernietiging van de Sovjet-Unie, de eerste arbeidersstaat ter wereld, in 1991-92 door toedoen van de contra-revolutie. De door het imperialisme geleide contra-revolutie leidde tot de economische ineenstorting en de bloedige heropleving van nationale tegenstellingen, welke onbeschrijflijk leed en ellende over de volkeren van Rusland, Oekraïne en de andere voormalige Sovjetrepublieken bracht. De positie van werkelijke revolutionairen over de gehele wereld was daarbij steeds de verdediging van de USSR tegen de kapitalistische restauratie en het bevorderen van een politieke revolutie van de arbeidersklasse ter omverwerping van de partijbureaucratie, wiens politiek op fatale wijze de verworvenheden van de Oktoberrevolutie van 1917 ondermijnde.

De spreekbuizen van het imperialisme in de bourgeois-media waarschuwen voor een “nieuwe Koude Oorlog” tussen Rusland en het Westen. Deze karakterisering verwist echter de klassenscheidslijn, welke destijds bestond tussen het Amerikaanse imperialisme en haar West-Europese geallieerden enerzijds en de (gedegenereerde) Sovjet-arbeidersstaat alsmede de (bureaucratisch misvormde) volksdemocratieën in Oost-Europa anderzijds. Het huidige regime in Rusland vertegenwoordigt dezelfde kapitalistische klasse, die het imperialisme gedurende de gehele Koude Oorlog met alle denkbare middelen in Rusland weer terug aan de macht poogde te brengen. Na de kapitalistische restauratie verrijkten de oligarchen zich door het uitplunderen van de voormalige staatsindustrieën.



 Apologeten (goedpraters) van het Amerikaanse en EU-imperialisme

In scherp contrast met het proletarisch-revolutionaire perspectief van alle waarachtig revolutionaire krachten over de gehele wereld heeft het overgrote deel van reformistisch links in de Verenigde Staten en West-Europa zich in de praktijk aan de zijde geschaard van haar kapitalistische meesters, onder meer door het napraten van de imperialistische leugens inzake een vermeende “Russische agressie”. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld juichte de International Socialist Organisation (ISO) de massamobiliseringen op de Maidan toe als “actie van onderop”, daarbij zelfs nog wijzend op de rol van de fascisten in deze. En terwijl het Witte Huis amok liep tegen de hereniging van de Krim met Rusland, vielen de ISO en de ‘Socialist Alternative/Committee for a Workers International’ het wolvengehuil van het imperialisme bij met hysterische kreten aangaande een “Russisch imperialisme”. In Groot-Brittannië reserveert de Socialist Workers Party (SWP), de toonaangevende sectie van de door wijlen Tony Cliff in het leven geroepen stroming (tendens), het overgrote deel van zijn verontwaardiging voor Rusland, niettegenstaande enkele kleine kritische kanttekeningen aan het adres van de Verenigde Staten en de EU. In een artikel in de Socialist Worker (d.d. 3 maart jl.) van de hand van SWP-bons Alex Callinicos wordt er gesteld:

“Het overnemen door Rusland van de militaire controle over de Krim heeft de Oekraïne tot op de rand van een oorlog gebracht.” Callinicos waste verder de rol van de fascisten in de coup in Kiev volledig schoon door te beweren, dat “diegenen die stellen dat de omverwerping van Janoekovitsj een ‘fascistische coup’ betekende, de propaganda van Moskou napraten.” In werkelijkheid echter vormden de fascisten van Swoboda en Prawy Sector de stoottroepen voor de coup en werden zodoende al snel tot prominente bestanddelen van het nieuwe regime in Kiev.

Dergelijke details zijn symptomatisch voor de SWP, welke erom bekend staat achter nagenoeg elke “volks”-beweging aan te lopen, ongeacht hoe reactionair ook. Dit gaat terug tot haar oorsprong, toen de SWP capituleerde voor haar eigen “democratische” imperialistische heersers door haar weigering om op te roepen tot de verdediging van de Chinese en Noord-Koreaanse arbeidersstaten tijdens de Koreaanse oorlog in het begin van de jaren ’50. Daarenboven verschafte de Britse Socialist Worker (uitgave 6 mei jl.) op groteske wijze een alibi aan de fascistische massamoord in Odessa van 2 mei jl. door slechts te berichten dat “de Russische en de Oekraïense regeringen elk op hun beurt de schuld gaven aan krachten die sympathiseerden met de respectievelijk andere kant”, hoewel zelfs video-documentatie duidelijk toonde dat het de fascisten waren die het vuur openden op het brandende vakbondsgebouw, terwijl mensen in paniek vanuit de hoger gelegen verdiepingen naar beneden sprongen om aan de vlammen te ontsnappen.

Het was een poging van de kant van de (door de BRD gedomineerde) EU om haar tentakels uit te strekken naar de Oekraïne, die de huidige crisis deed ontvlammen. Belangrijke segmenten van Europees links steunen de EU-expansie door het colporteren van de leugen als zou deze imperialistische alliantie getransformeerd kunnen worden in een “sociaal Europa”, waar democratie en welvaart de overhand zouden verkrijgen.
Het Duitstalige Imprekorr (uitgave van maart-april jl.), spreekbuis van het Verenigd Secretariaat (VS, aanhangers van Michel Pablo, pseudo-Trotskisten), publiceerde een verklaring van de hand van Catherine Samary (activiste van de Franse Nouveau Parti Anticapitaliste en woordvoerster van het Verenigd Secretariaat), waarin werd gesteld dat de oplossing voor de huidige Oekraïne-crisis een “Groter Europa” zou zijn. In haar mei-juni-editie drukte de Imprekorr een verklaring af van Zbigniew Marcin Kowalewski, waarin het recht van de Oekraïne om tot de EU toe te treden werd verdedigd, aangezien al het overige slechts “het chauvinisme van de bevoorrechten” zou betekenen.

De pseudo-Trotskistische groeperingen, die heden ten dage de fascistisch besmette Maidan-beweging verheerlijken, steunden in eerdere tijden ook al tal van fascistische en andere anti-Sovjet-krachten tijdens de tweede fase van de Koude Oorlog aan het eind van de jaren ’70 en in de jaren ’80. Opmerkelijk genoeg zijn een aantal Stalinistisch beïnvloede organisaties niet zo ver gegaan. In Duitsland, dat uitgebreide handelsrelaties onderhoudt met Rusland, heeft de regering een soort van koorddans opgevoerd om het evenwicht te bewaren tussen steun aan het nieuwe regime in Kiev enerzijds en het proberen om niet alle banden met Rusland te verbreken anderzijds. De bezorgdheid van een deel van de Duitse bourgeoisie werd treffend verwoord in een verklaring van de ‘linkse’ sociaaldemocratische partij Die Linke (vroeger PDS/Linkspartei en voor een groot deel bestaand uit Oost-Duitse ex-Stalinisten), waarin werd gesteld: “Het antwoord op de afscheiding van de Krim door toedoen van de Russische Federatie, welke in strijd is met het internationaal recht en welke door ons wordt veroordeeld, dient gelegen te zijn in de diplomatie.”

En dan zijn er tenslotte nog degenen, die altijd al iets meer kritisch ingesteld zijn geweest ten opzichte van het wereldimperialisme en haar fascistische hulptroepen in de Oekraïne. In Italië veroordeelde Rifondazione Comunista (Heropgerichte Communisten) de Verenigde Staten en de EU vanwege de steun aan de fascisten in Kiev en kantte zich tevens tegen de door het Westerse imperialisme aan Rusland opgelegde sancties. Echter, Rifondiazione stelde in haar verklaring eveneens, dat haar strijd erop is gericht om te verzekeren, dat “Europa onafhankelijk (wordt) van de USA”, waarmee het haar steun betuigde aan het EU-imperialisme, dat verondersteld wordt meer “verlicht” te zijn dan het botte Amerikaanse imperialisme.