woensdag 9 oktober 2013

Een antwoord aan Tim Cornelis n.a.v. zijn kritiek op het Nationaal-Revolutionair Manifest

Allereerst willen wij Tim bedanken dat hij de moeite heeft genomen om zich in ons manifest te verdiepen en de moed heeft gehad om dienaangaande de discussie met ons aan te gaan. Dit was voorheen binnen de radicaal-linkse beweging niet gebruikelijk onder het motto “met 'nazi’s' (resp. nationaal-revolutionairen) wordt niet gesproken”.

Om te beginnen zijn wij ons ervan bewust dat er in het verleden vanuit links vaker dergelijke platitudes omtrent de val van het kapitalisme zijn gebruikt; zie bijvoorbeeld de KPD en de Komintern in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw. Zij riepen met het oog op de grote crisis van 1929 ook telkens dat “het kapitalisme op zijn laatste benen liep” (resp. “dit is het laatste gevecht”), dit gericht tegen het toenmalige Hitler-regime, alsmede de hieraan voorafgegane Präsidialdiktaturen (Brüning, Von Papen, Von Schleicher). Een Hitler regiem, wat zich, zoals we nu allen weten, veel langer aan de macht heeft weten te houden dan iedereen van tevoren had gedacht (evenals het kapitalistische systeem overigens). In een bepaald opzicht zou men eventueel nog wel de stelling kunnen verdedigen dat deze crisis (de crisis van 1929) in een belangrijk deel van Europa en Azië inderdaad de laatste crisis van het kapitalisme was. Want in 1945 verrees in het oosten van Duitsland een zegevierende arbeiders- en boerenstaat. Hetzelfde gold voor Azië (China, Korea, Vietnam). In die zin was er destijds dus wel degelijk sprake van de laatste crisis van het kapitalisme voor een aanzienlijk deel van de wereldbevolking, en was de leus van de communisten (“na Hitler komen wij”) dus inderdaad juist.

Verder met betrekking tot punt 1 (de 98% versus de 2%): Wij hebben dit toentertijd (de zomer van 2011) zo geformuleerd met het oog op de destijds opkomende Occupy-beweging en de rondom haar gevoerde discussie. Het was dan ook min of meer als een 'concessie' ten opzichte van de Occupy-beweging gedacht, die in die tijd in opkomst was (en inmiddels alweer grotendeels van het toneel is verdwenen). Voor een propagandistisch manifest was deze formulering ons inziens dan ook volledig gerechtvaardigd teneinde hierop in te kunnen haken. Het manifest pretendeerde dan ook geenszins een klasse-analyse in de zin van Marx te zijn. Het geheel ademde meer de geest van het begrip 'volksrevolutie', zoals geformuleerd door Thälmann en O. Strasser.

Aangaande punt 2 beschouwen wij de bourgeoisie niet alleen als een economische, maar ook als een politieke klasse. De vernietiging van het kapitalisme betekent niet dat daarmee automatisch ook het gedachtegoed van de bourgeoisie is verdwenen. Zolang het kapitalisme niet over de gehele wereld is vernietigd, blijft de bourgeoisie als politieke klasse nog bestaan. In de Sovjet-Unie was het kapitalisme dan wel als economisch systeem vernietigd, maar de bourgeoisie slaagde er toch weer in om aan de macht te komen na de dood van Stalin (1953). In China zag Mao zich gedwongen de Culturele Revolutie te ontketenen tegen het gedachtegoed van de bourgeoisie, dat zich in de partij-top had genesteld (de strijd tussen de twee lijnen: de proletarische en de burgerlijke).

Wat betreft punt 3: Tim geeft er blijk van wat dit punt aangaat er geen jota van te snappen. Immers, als ná een geslaagde socialistische revolutie de arbeidersklasse de macht in handen neemt, dan impliceert dat, dat er géén heersende klasse meer boven de arbeidersklasse staat; immers is de arbeidersklasse dan de heersende klasse. Dit is dan ook wat er bedoeld wordt met het begrip “dictatuur van het proletariaat”! Voor alle duidelijkheid; de staat (evenals de klassen) sterven pas af in de tweede fase; namelijk de fase van het communisme. Direct na de revolutie betreedt men dus eerst de eerste fase; namelijk die van het socialisme. Zoals Friedrich Engels al stelde sterven de staat en de klassen pas af, zodra er van de socialistische fase naar de communistische fase wordt overgaan. Deze overgang ligt – zoals eenieder duidelijk zal zijn –  echter nog ver van ons verwijderd. Maar pas dan zal er sprake kunnen zijn van een werkelijk klasseloze samenleving, waarin de staat niet langer nodig zal zijn. In het socialisme dient de staat ertoe – in de vorm van de dictatuur van het proletariaat en het radensysteem – om te voorkomen dat de ten val gebrachte bourgeoisie wederom aan de macht kan komen. De proletarische staat is echter wat haar karakter en uitingsvorm betreft een totaal andere dan de voorheen omvergeworpen bourgeoisiestaat! (Zie daarvoor Lenin in “Staat en revolutie”.)

Het zal Tim ook duidelijk zijn, dat revoluties niet overal tegelijk uitbreken en dat een proletarische revolutie dus niet tegelijkertijd overal ter wereld zal zegevieren. Aangezien wij de export van de revolutie per bajonet of anderszins afwijzen, is het de taak van de arbeidersklasse van de verschillende nationale staten om elk hun eigen revolutie door te voeren. Echter, zolang het kapitalisme op wereldschaal niet definitief is verslagen, blijft de kans steeds levensgroot aanwezig, dat de bourgeoisie op de een of andere manier weer de macht kan veroveren. Daarom is het noodzakelijk en onoverkomelijk dat in deze periode (die van de overgang van de revolutie naar de communistische maatschappij) de socialistische staat de vorm aanneemt van de gewapende dictatuur van het proletariaat.

Dit in tegenstelling tot de leer van Trotski die de mening toegedaan was, dat de proletarische revolutie enkel en alleen op wereldschaal zou kunnen slagen en dat iedere revolutie op nationaal niveau slechts in bureaucratische verstarring en misvorming zou blijven steken. Volgens ons verschillen de specifieke nationale omstandigheden in de verschillende landen echter te veel; daar ligt dan ook de taak van de nationale arbeidersklasse en haar revolutionaire voorhoede(s). Elke poging van buitenaf om hierop druk uit te oefenen werkt volgens ons slechts averechts, want ieder land kent zijn eigen specifieke nationale omstandigheden, waarin een nationale revolutie wel of niet kan slagen. Daar waar men inderdaad rekening heeft gehouden met de eigen specifieke nationale omstandigheden (bij het doorvoeren van de revolutie) heeft het socialisme zich nog het langst gehouden, dit in tegenstelling tot de landen, waar dat van buitenaf op de punt van de bajonet gebeurde. (Zie China, Vietnam, Korea, Rode Khmer, Cuba).

De Vrije Nationalisten en de NSA hangen naast de sociale bevrijding inderdaad óók de nationale bevrijding aan. Welke is nu die 'vreemde macht die de politiek gemonopoliseerd' heeft vraagt Tim zich af. We moeten Tim hier helaas teleurstellen, want het betreft hier niet de inderdaad illusoire Z.O.G., maar het internationale monopoliekapitaal. Tim, leg ons eens uit waarom nationale bevrijding zich altijd zou dienen te beperken tot een bepaalde etnische groep of ras? Zie in dit verband de verklaring van de KPD m.b.t. de nationale en sociale bevrijding van het Duitse volk (1930). Daar heette de vreemde macht het “systeem van Versailles”. In deze context is tevens de redevoering van Stalin [1] op het 19de partijcongres van 1952 van belang, waarin hij terecht stelt dat de arbeidersklasse in West-Europa nu voor de taak staat om niet alleen de sociale bevrijding, maar ook de nationale bevrijding te volbrengen. Dit aangezien de bourgeoisie het vaandel van de nationale bevrijding heeft verraden in ruil voor Amerikaanse dollars – Hier was de 'vreemde kracht die de politieke macht monopoliseerde' dan ook het Amerikaanse imperialisme.

Momenteel is in Griekenland de 'vreemde macht die de politiek monopoliseert' de Trojka onder aanvoering van Merkel. Nationale bevrijding in Griekenland betekent hier dus de bevrijding van de Griekse arbeidersklasse. Wat tegenwoordig de 'Trojka' heet, heette in de jaren ’20 'Versailles'. Nationale bevrijding voor de Palestijnen betekent bevrijding voor de Palestijnse arbeidersklasse en het gehele werkende volk. Uiteraard niet voor de Joden die in Palestina wonen, deze wonen immers op bezet gebied (immers, de staat 'Israël' is gegrondvest op aan het Palestijnse volk toebehorend gebied). Wat natuurlijk niet betekent, dat er geen bevrijding van de Joodse arbeidersklasse kan plaatsvinden: namelijk de bevrijding van het vergif van het zionisme [2]. De positie van de joden in Palestina vertoont nog de meeste gelijkenis met die van de Fransen in het (voormalig Franse gebiedsdeel) Algerije van vóór 1962. Het door Tim aangehaalde voorbeeld van de Palestijnse nationale bevrijdingsstrijd is inderdaad op een veelvoud van punten aanmerkelijk gecompliceerder dan de nationale bevrijdingsstrijd in bijvoorbeeld Koerdistan of het Baskenland. In Nederland betekent dit de bevrijding van de Nederlandse arbeidersklasse van de onderdrukking door de 'Trojka'. 'Ras' speelt hier verder geen rol. Tot de Nederlandse arbeidersklasse behoren allen, die in Nederland woonachtig en als 'arbeider' (het begrip wordt hier sociologisch gebruikt) in het productieproces werkzaam zijn.

Punt 4: Beste Tim, zoals je zelf al aangaf, houden wij ons hier bezig met de bourgeois-staat en niet met de feodale staat van de 7de eeuw (die uiteraard geheel andere kenmerken heeft). Wat betreft je kritiek: Wij willen de vernietiging van de staat. Zoals Friedrich Engels al heeft gesteld in “De oorsprong van het gezin, de particuliere eigendom en de Staat”, streven óók wij naar de vernietiging van de staat an sich. Aangezien dit echter, zoals wij in het begin van dit artikel al hebben gesteld, slechts mogelijk zal zijn in de eindfase (namelijk de fase van het communisme), blijft de staat in de overgangsperiode naar deze eindfase (deze overgangsperiode is de periode van de dictatuur van het proletariaat) in meerdere of mindere mate een noodzakelijk kwaad (Zie daarvoor ook Lenin in “Staat en revolutie”). De staat neemt in deze overgangsperiode de vorm aan van het radensysteem en dient ter afweer van de contra-revolutie. Immers, zolang het kapitalisme nog steeds op een gedeelte van de aardbol heerst, blijft het gevaar dat de bourgeoisie in de arbeidersrepubliek terug aan de macht komt nog altijd levensgroot aanwezig. Natuurlijk zijn wij, evenals Engels en Lenin, van mening dat de staat een onderdrukkingsinstrument is, maar anders dan onder het kapitalisme onderdrukt de staat (in de vorm van het radensysteem) in de eerder door ons aangehaalde overgangsfase naar het communisme slechts de restanten van de bourgeoisie, die streven naar een terugkeer aan de macht.

Toegegeven, de bourgeois-staat en parlementarisme zijn inderdaad niet identiek. De bourgeois-staat is niet an sich identiek aan het parlementarisme, aangezien het ook de gedaante van het fascisme aan kan nemen. Hier heb je dan ook een welverdiend punt gescoord!

Wat betreft punt 5 en 6. Deze visie betreft de overgangsperiode: De periode van de dictatuur van het proletariaat. Een aantal elementen daarvan zal misschien ook in de communistische fase kunnen blijven gelden, denk bijvoorbeeld aan de vertegenwoordigers in de radenorganen die ten allen tijde kunnen worden teruggeroepen en vervangen, enzovoorts. Het wezenlijke verschil tussen de socialistische en de communistische fase is echter: In het socialisme geldt het principe: voor een ieder naar prestatie; in het communisme geldt daarentegen het principe: voor een ieder naar behoefte.

Tim, we kunnen enkel zeggen hier zijn we het volkomen met je eens: Inderdaad, het communisme als eindfase (en niet het kleinburgerlijke socialisme van Proudhon e.a.) is de enige duurzame antikapitalistische oplossing tegen onderdrukking en uitbuiting. Maar aangezien het communisme slechts de eindfase is - waarvan we niet weten wanneer deze zijn intrede zal doen - hebben wij dus na de geslaagde revolutie eerst en vooral met (de overgangsfase van) het socialisme van doen. Ook onder het socialisme wordt meerwaarde geproduceerd. Het verschil met het kapitalisme is echter, dat de meerwaarde hier ten goede komt aan de (heersende) arbeidersklasse.

Wat jouw laatste vraag met betrekking tot de internationale solidariteit en je vraag of het kapitalisme nog wereldwijd bestaat betreft, hierop kunnen wij alleen maar verwijzen naar het voorgaande gedeelte, waarin al verschillende keren uiteen is gezet, dat het kapitalisme niet door één enkele grote revolutie van de gehele aardbol zal verdwijnen, maar slechts door een veelvoud aan revoluties in de bestaande landen, die niét allen tegelijkertijd zullen uitbreken (de wet van de ongelijkmatige ontwikkeling). Dit betekent dat het kapitalisme – ook al zou de arbeidersklasse in grote delen van de wereld de macht in handen krijgen– dan nog steeds bestaat in andere delen van de wereld.

Punt 7: Wij hebben hier in Europa vooral te maken met de NAVO en de EU, en niet met de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten (GCC) en evenmin met de Shanghai-Samenwerkingsorganisatie (SCO). Uiteraard zijn zowel de GCC en de SCO slechts instrumenten ter bevordering van de politiek van deze of gene fractie van de bourgeoisie. Wat betreft het anti-imperialisme, deze is inderdaad van Leninistische snit. Tot op heden is de theorie van Lenin met betrekking tot het imperialisme namelijk nog steeds onverkort van kracht [3].

Punt 8: Wij verwerpen elke pretentie (!) om de voorhoede te zijn; dat in de praktijk van de strijd zich revolutionaire 'voorhoedes' uitkristalliseren is echter nu eenmaal een feit.  

Punt 9: Tim, we verwijzen hier wat dit punt betreft nogmaals naar de redevoering van Stalin op het 19de partijcongres van 1952, waarin hij duidelijk de betekenis van de rol van de strijd voor de bevrijding van de natie uiteen zet evenals haar verhouding tot de socialistische revolutie en tevens hoe het nationalisme zich verhoudt tot het internationalisme (proletarisch internationalisme wat de arbeidersbeweging aangaat –  socialistisch patriottisme voor wat de natie betreft).

Voor de rest verwijzen wij naar de heldhaftige houding van de KPD gedurende de zogeheten Ruhrkampf (1923), waar de KPD zich als enige waarachtig nationale kracht ontpopte en de nationale integriteit van het Reich fanatiek verdedigde tegenover het roofzuchtige Franse imperialisme, en nogmaals naar de nationale politiek van het Thälmann-Centraal Comité [4] van de KPD van 1930, evenals naar de op verdediging van de nationale eenheid gerichte politiek van de naoorlogse KPD contra het Adenauer-separatistenregiem, het regiem van het nationale verraad (wat uiteindelijk leidde tot haar verbod door het Adenauerbewind in 1956) en uiteraard ook naar de nationale politiek van de Griekse Communistische Partij (KKE), de Portugese Communistische Partij (PCP) en de CP Libanon, die samen met de Hezbollah tegenwoordig het Nationaal Front vormt. Verder verwijzen wij nog naar de redevoering van Karl Radek op de buitengewone zitting van het uitvoerend Comité van de Komintern in juni 1923 – later de geschiedenis ingegaan als de befaamde Schlageter-Rede. De these ervan luidde, door Radek zelf kernachtig samengevat: "De zaak van het volk tot de zaak van de natie gemaakt, maakt de zaak van de natie tot de zaak van het volk!" En deze stelling heeft aan actualiteit tot op de dag van vandaag nog geen millimeter ingeboet!


Met revolutionaire groet,


Een antwoord aan Tim Cornelis n.a.v. zijn kritiek op het Nationaal-Revolutionair Manifest:

http://timcornelis.wordpress.com/2013/08/10/kritiek-op-het-nationaal-revolutionair-manifest/

________

Aantekeningen:

[1] J. Stalin – Rede auf dem XIX. Parteitag der KPdSU (B), Moskau 1952

[2] Stalin omschreef het zionisme als een “reactionaire-
   nationalistische politieke stroming, die haar aanhangers had 
   onder de kleine en de gemiddelde Joodse handels- en 
   handwerksbourgeoisie, de intellectuelen, de kantoorbedienden,
   de handwerkers en de achterlijke lagen van de Joodse 
   arbeiders. Het stelde zich het organiseren van een eigen Joodse
   burgerlijke staat in Palestina ten doel en streefde er naar de 
   Joodse arbeidersmassa te isoleren van de gemeenschappelijke 
   strijd van het proletariaat”. (Zie de eerste aantekening van J.W. 
   Stalin – Het marxisme en het nationale vraagstuk, uitgeverij 
   Pegasus 1937. In de uitgaven van 1948 is deze aantekening 
   echter verwijderd!)

[3] Zie; Lenin - Het imperialisme als hoogste stadium van het 
   kapitalisme

[4] Thälmann sprak altijd duidelijk van 'twee naties': “De  
   natie van de proletariërs en de natie van de bourgeoisie” (Zie 
   Thälmann Reden u. Aufsätze in twee delen – Verlag Rote Fahne, Köln 
   1975) twee naties met beide een totaal verschillende invulling!


Verdere bronnen:

– De algemene crisis van het kapitalisme. Hoofdstukken 20 en 
   21, uit Leerboek der politieke economie (1954), uitgeverij 
   Pegasus 1955

 – Programmatische Verklaring van de KPD inzake de nationale en
   sociale bevrijding van het Duitse Volk (1930). In het Duits als 
   document bijgevoegd in Karl. O. Paetel, 
   Nationalbolschewismus u. nationalrevolutionäre Bewegungen in
   Deutschland – Verlag Bublies, 1999

– F. Engels – De oorsprong van het gezin, de particulier eigendom en  
   de Staat. Uitgeverij Pegasus 1980




woensdag 2 oktober 2013

Griekenland en de Strategie van de Spanning

Nadat bij een gevecht tussen een groep nationalisten en een groep antifascisten voor een kroeg in de Griekse stad Keratsini de rapper en antifascist Pavlos Fyssas het leven liet, braken er in geheel Griekenland rellen uit. Na geruchten dat de daders banden onderhielden met de nationalistische partij de "Gouden Dageraad", zijn een twintigtal leden, waaronder partijleider Nikos Michaloliakos, opgepakt door de Griekse politie.

Het is voor het eerst sinds het einde van de militaire dictatuur in 1974 dat in Griekenland opgetreden wordt tegen een partij die in het Grieks parlement afgevaardigden heeft. Sinds de verkiezingen vorig jaar zetelt Gouden Dageraad met achttien leden in het Grieks parlement. Peilingen voorspelden dat de Gouden Dageraad met de volgende verkiezingen de derde grootste partij in het parlement kon worden.

Tot op heden had de Gouden Dageraad weinig te vrezen van de Griekse regering die bestaat uit een coalitie van de conservatieve "Nieuwe Democratie" (Nea Dimokratia) , de sociaal-democratische "PASOK" en "Democratisch Links" (DIMAR). Echter nu de Gouden Dageraad een serieuze concurrent aan het worden is, die bovendien een brede steun onder de Griekse bevolking geniet, vond de Griekse regering het noodzakelijk om hier een einde aan te maken. De moord op Pavlos Fyssas komt hen dan ook goed uit om de kopstukken van de Gouden Dageraad uit te schakelen en een algeheel verbod op de partij te realiseren door deze als een "criminele organisatie" te stigmatiseren. Het is dan ook aannemelijk dat het vervolgen van de leden van de Gouden Dageraad in de eerste instantie van politieke aard is.


Echter nu de kopstukken van de Gouden Dageraad zijn opgesloten en het antifascistisch geweld in Griekenland als reactie op de moord van Pavlos Fyssas oplaait, zijn het vooral de corrupte economische en politieke elites die bij deze gebeurtenissen winnen. Nu de spanningen tussen radicale nationalisten en radicale antifascisten toenemen en deze elkaar op straat bestrijden, zal enkel een brede alliantie van het politieke centrum nog in staat zijn om de Griekse democratie "te redden" van de nu dreigende burgeroorlog. Het conflict tussen de twee uitersten van het politieke spectrum dient dan ook vooral als een afleiding voor het extremisme van het politieke midden. Zolang de antifascisten en de Gouden Dageraad bezig zijn elkaar te bestrijden, dan zullen de banken, de Griekse ministeries en de Trojka absoluut veilig zijn.           

De echte fascisten vindt men dan ook niet bij de Gouden Dageraad, maar bij de Griekse regering en de corrupte elites; bij de "Nieuwe Democratie" (Nea Dimokratia) , "PASOK" en "Democratisch Links" (DIMAR). Zij zijn het die het schandalige beleid van de Trojka, de internationale bankiers, de EU leiders en de IMF technocraten uitvoeren ten koste van het Griekse volk. Zij zijn het die vele duizenden Grieken de hongersnood in storten en de gehele natie verlammen met hun onmenselijke bezuinigingspolitiek en hun markt fundamentalisme. En het zijn deze corrupte elites die verantwoordelijk zijn voor de privatiseringen en de uitverkoop van geheel Griekenland aan mondialistische belangen.  


Door moedwillig de politieke uitersten tegen elkaar uit te spelen en zo een klimaat van burgeroorlog te creëren, kunnen de heersende elites zichzelf opwerpen als de "verantwoorde redders" die Griekenland uit de afgrond zullen trekken. Terwijl de buitenparlementaire antikapitalistische oppositie bezig is om tegen elkaar te vechten, kunnen de corrupte kapitalistische elites hun eigen extremisme dat de Griekse natie vernietigd verhullen en kunnen zij zich op valse wijze positioneren als de "redders" van Griekenland. Zij zijn de echte fascisten, zij zijn de echte vijand! 

Uit deze gebeurtenissen kunnen wij slechts een conclusie trekken; zolang wij ons tegen elkaar laten uitspelen en ons door reactionaire dwalingen laten verleiden, staan we machteloos.  Enkel het vormen van een eenheidsfront tussen de antikapitalistische krachten van het nationale kamp en antikapitalistische krachten van het sociale kamp stelt ons in staat om het fascisme van het politieke midden neer te slaan en het kapitalisme te vernietigen! 












maandag 23 september 2013

Verenigde Naties: Organisatie van het Imperialisme

De Verenigde Naties (VN) is een internationale organisatie die in 1945 door 51 landen werd opgericht als opvolger van de Volkerenbond (1919-1946). De initiatiefnemers achter deze nieuwe supranationale institutie, waren de geallieerde machten; de overwinnaars van de tweede (imperialistische) wereldoorlog. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de VN als de ideologische en institutionele opvolger van de Volkerenbond oorspronkelijk veel aan het Westerse imperialisme ontleent. Na de oorlog werd het ideaal van het imperialisme omgevormd tot het ideaal van "het globalisme", dat ernaar streefde om het (neo)liberalisme wereldwijd te verspreiden en het internationale politieke status quo te bevriezen. Het globalisme is tevens bedoeld om alle nationale aspiraties van inheemse volkeren om zich te verzetten tegen de traditionele dominante machten van de wereld (met name de Anglo-Saksische) te onderdrukken.

Feitelijk is de VN dan ook niets meer dan een onderdrukkend systeem, waarbinnen vijf naties een veto-recht over internationale zaken hebben gekregen en waarbinnen de rest van de lidstaten feitelijk zijn gereduceerd tot niets meer dan toeschouwers in de politieke arena. Deze vijf prominente naties (de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland en China) collaboreren samen in een plot om de wereld koloniaal op te delen ten gunste van hun eigen corrupte belangen en ten koste van de vrede en wereldwijde rechtvaardigheid. Dit heeft geleid tot een belachelijke situatie waarin de wereldvrede in handen is gelegd van de grootste oorlogsstokers van de laatste 60 jaar en waarin de grootste wapenhandelaars de belangrijkste toezichthouders zijn geworden van de wereldwijde ontwapening. Zij zijn diegenen die de internationale rechtsgang bepalen, de hoeders van mensenrechten, vrijheid en democratie wereldwijd.  Dus hoewel de VN zichzelf voordoet als een organisatie die zich baseert op hogere idealen zoals wereldvrede (lees: het status quo behouden) en mensenrechten (lees: liberale waarden), is zij een ideologisch product van het imperialisme. De VN bestaat als institutie enkel en alleen om de dominantie van het liberaal imperialisme voort te zetten en belangrijker nog; om het te legitimeren. De VN representeert het zogenaamde "humane gezicht" van het imperialisme.

Haar voorganger, de Volkerenbond, werd na de eerste (imperialistische) wereldoorlog opgericht nadat het Verdrag van Versailles getekend was. Dat verdrag verdeelde Europa en haar koloniën op, onder de overwinnende machten van de eerste wereldoorlog. Gehele werelddelen werden onder mandaat gesteld door de grote imperialistische machten zoals Groot-Brittannië en Frankrijk. De Volkerenbond was in feite dan ook een reflectie van de tegenstellingen binnen het kapitalisme. Binnen het kapitalisme concurreren de heersende klassen van verschillende dominante Staten voor nieuwe markten, grondstoffen en territorium om samen de buit te verdelen, terwijl ze gezamenlijk opereren tegen derde partijen die wellicht een graantje mee zouden proberen te pikken of hun plannen proberen te dwarsbomen. Ook haar opvolger, de VN, is een organisatie waarbinnen de imperialistische machten hun internationale relaties proberen te reguleren. Dit werkt echter alleen zolang de economische en politieke impulsen voor internationale samenwerking sterker zijn dan de impulsen naar conflict en oorlog. De VN kwam voort uit de na-oorlogse plannen van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en de USSR over hoe een nieuwe wereld eruit zou moeten komen te zien. De VN was een van de apparaten naast het IMF, de Wereldbank en het Brettons Woods systeem, die de Anglo-Saksische machten de kans boden om de wereld te domineren en onder de controle van enkele wereldmachten te houden. De VN is dan ook het centrum van deze imperialistische organisatie waar alle belangrijke besluiten genomen worden en waar de vijf grootmachten via veto-recht de overhand hebben op alle andere lidstaten. Hebben deze vijf machten een gedeeld belang bij een bepaalde resolutie dan heeft de VN uitvoerende macht, als een veto-lid dit blokkeert dan staat de VN compleet machteloos.

Momenteel wordt dit duidelijk geïllustreerd door het conflict in Syrië. Nu Rusland en China met een veto binnen de VN geblokkeerd hebben dat de NAVO olie op het vuur in het Midden-Oosten kan gooien door een militaire aanval op Syrië uit te voeren, stelt President Barack Obama van de Verenigde Staten dat het VN systeem onwettig is.  In een verklaring stelt hij; "Als we de VN Veiligheidsraad niet langer gebruiken als een middel om internationale normen en rechten af te dwingen, maar als een barrière gaan gebruiken, dan denk ik dat mensen terecht sceptisch over het systeem gaan worden." Toch heeft President Barack Obama, noch enig van zijn voorgangers, er ooit naar gestreefd om de VN serieus te hervormen en de corrupte globalistische oligarchie te vervangen door een daadwerkelijk democratisch lichaam. Nooit hebben zij zich uitgesproken tegen het onrecht van de VN, totdat de uitkomst hen nu niet gunstig is. Volgens President Barack Obama vormt het vermeende gebruik van chemische wapens door het Syrische regime in Ghouta ervoor dat de norm tegen chemische wapens die door 189 landen erkend is in gevaar zou kunnen komen. Echter waar was de kritiek van de Verenigde Staten toen haar belangrijkste bondgenoot Israël chemische wapens - witte fosfor - inzette tegen onschuldige Palestijnse burgers in Gaza? Waarom onderhoudt de President van de Verenigde Staten nog steeds zeer innige banden met Israël, die tot op heden ondanks een groot arsenaal aan illegale kernwapens weigert toe te treden tot het internationaal atoomagentschap (IAEA) en weigert de chemische wapens conventie te rectificeren. De Verenigde Staten hebben binnen de VN 83 keer gebruik gemaakt van hun veto-recht , 42 keer om hun Israëlische bondgenoot te beschermen en de genocide op het Palestijnse volk te censureren.

De VN is dan ook een façade, waarachter het imperialisme schuil gaat. Waar de imperialistische machten niet direct kunnen ingrijpen, zullen zij barbaarse regimes en groeperingen blijven steunen die hun belangen dienen. De geschiedenis van supranationale organisaties laat ons zien dat we niet op democratische hervormingen hoeven te hopen. De VN is net als de Volkerenbond ervoor vormgegeven conform de imperialistische pikorde. Alle argumentatie rond hervormingen moeten dan ook in die context gezien worden van veranderingen binnen deze pikorde. Duitsland wil dat de permanente zetels van Frankrijk en Groot-Brittannië in de veiligheidsraad plaats maken voor een gezamenlijke EU vertegenwoordiging, die natuurlijk deels onder Duitse invloed valt. Japan lobbyt eveneens voor een eigen zetel sinds 1995. Al deze voorstellen tot hervormingen binnen de VN reflecteren de verschuivingen van economische en militaire macht die sinds 1945 plaats vinden. De Verenigde Naties is op alle vlakken een product van het imperialisme; haar structuur, haar doelstellingen en haar  frequente onvermogen om te handelen. Het is een onderdeel van een globalistisch systeem dat armoede, geweld en oorlog veroorzaakt.  












 



zondag 22 september 2013

"Basta! Dag van de ommezwaai" in Amsterdam

Een Nederlandse delegatie van het ACN/AKN voegde zich bij het protest tegen de bezuinigingen van het kabinet Rutte in Amsterdam, dat door de Socialistische Partij (SP) en de Vakbonden georganiseerd werd, om daar honderden flyers namens het Anti-Kapitalistische Netwerk onder de deelnemers te verspreiden. Verder werden er in de directe omgeving rond het protest nog vele propaganda verspreid en geplakt:


STOP NIÉT DE BEZUINIGINGEN – MAAR HET KAPITALISME

LAAT DE KAPITALISTEN DE CRISIS BETALEN!

Vandaag demonstreert de werkende bevolking, die nog altijd zwaar door de kapitalistische crisis getroffen is, tegen een nieuwe golf aan bezuinigingen die op hen zit te wachten. 

Het Kabinet Rutte-Samson, heeft wederom weer miljarden aan bezuinigingen aangekondigd – bezuinigingen voornamelijk in de (thuis)zorg. Maar ook de huren gaan omhoog en de lonen en uitkeringen krijgen weer rake klappen. De (jeugd)werkeloosheid en armoede blijft maar stijgen. Europa blijft nog steeds in de greep van de uitbuiting van het kapitalisme!

Banken zijn failliet, de productie wordt overgeplaatst naar lage loonlanden en de meerwaarde cq. winst van aandeelhouders en fabrieksbezitters blijft altijd nog maar stijgen – Winsten ten behoeve van de portemonnee van de kapitalisten.

Verzet hier tegen zal niet van buitenaf verwacht moeten worden:

De vakbonden en partijen zullen niet de oplossing kunnen bieden! Zij zijn onderdeel van het probleem - Het kapitalisme!

De vakbonden hebben de arbeidersklasse allang verraden door alleen de scherpe randjes van het kapitalisme te doen laten slijten, de klassenstrijd tussen arbeider en kapitalist. Dit op gebied van loon, werktijd en materiële behoefte. Maar dit levert de arbeiders geen bezit aan de winsten van hun geschapen werk op, evenmin als inspraak en medezeggenschap op de werkvloer.

De sociaaldemocratie heeft zijn sociale masker weer verloren en hiermee zijn verraderlijke gezicht laten zien! Zij zijn, en blijven, socialisten in woord en fascisten in daad! De systeempartijen willen laten doen geloven dat stemmen de oplossing bied voor alle problemen van de arbeiders, dit door de macht te leggen in de handen van leiders die zelf géén enkele binding hebben met de massa óf niet meer tot deze behoren.

Mobiliseer de massa's via straat- en wijkcomités!

Organiseer de massa's via bedrijfscomités !

Voor arbeiders- en bedrijfsraden! Voor arbeidersmacht!

Leg het kapitalisme plat via de algemene staking en bedrijfsbezetting!



De kracht tot sociale verandering ligt bij de arbeiders zelf!

Niet de bovenlaag, maar alleen de basis, kan deze crisis de doodssteek geven!

Grijp de fabrieken, banken en werkvloer in eigen handen!

Voor arbeidersdemocratie en zelfbestuur in het productieproces!

donderdag 19 september 2013

Volksanarchisme en het Vrije Communisme

Voor de 20ste eeuw stond het woord “communisme” nog niet gelijk aan het Marxisme en het Russische bolsjewisme met haar rigide en autoritaire staats-socialisme. De term is terug te voeren tot de Franse revolutie en vroege revolutionaire theoretici zoals Babeuf Gracchus (1760-1797). “Communisme” stond toen nog voor een terugkeer naar de organische gemeenschap van vrijwillige menselijke relaties. Het idee dat de primitieve mens een lange periode van “oer-communisme” kende, is dan ook niet beperkt tot de geschriften van Karl Marx en Friedrich Engels. Dit idee werd gedeeld door praktisch alle grote klassieke historici van Griekenland tot China en vormt een essentieel onderdeel van de mythologische geschiedenis van bijna alle culturen ter wereld.

Onze verre voorouders die in een samenleving van jager-verzamelaars leefden, konden niets anders dan “communistisch” zijn. Het land kon slechts kleine groepen mensen ondersteunen, die leefden door te nemen wat de natuur hen bood. De verdeling van arbeid was zeer beperkt, de man jaagde en de vrouw verzamelde. Hoewel de een wellicht meer gespecialiseerd was in zijn of haar taak dan de ander, kon geen enkel individu binnen de gemeenschap gespecialiseerd genoeg zijn om op zichzelf te overleven. Men was op elkaar aangewezen en er was sprake van een sterke natuurlijke en organische gemeenschap. Overschot kon slechts beperkt gecumuleerd worden, het overschot aan vlees rotte immers weg voordat het gegeten kon worden. In een dergelijke samenleving kon zich simpelweg geen klassenstructuur ontwikkelen.

Sociale laagvorming binnen de vroege agrarische Germaanse stammen die na het neolithicum ontstonden, was altijd binnen handbereik. De stamleiders of sjamanen waren onderdeel van- en onderworpen aan de gemeenschap. Pas met de opkomst van de grootschalige systematische landbouw, irrigatie en de stedelijke revoluties kwamen de kasten en klassen steeds verder van elkaar af te staan. Binnen het Germaanse stamleven nam de Ásatrú religie de vorm aan van een groepsactiviteit, waar de gehele gemeenschap aan deelnam. Ook hier maakte de groei van grotere steden, religie uiteindelijk tot een ceremoniële cultus waarbij volksgenoten slechts nog toeschouwers waren.

Ondanks dat sinds de eerste neolitische revolutie het dagelijks leven door technologische vooruitgang gigantisch veranderd was, bleef in de agrarische Germaanse gemeenschap “het oer-communisme” nog net zo sterk bestaan als in de jager-verzamelaars samenleving die hen voorging. De klasse structuur en verdeling van de arbeid bleef zeer beperkt en de gemeenschap was nog steeds klein, ondanks dat overschot een verdere specialisering van individuen toe stond. De exploitatie van mens door de staat kreeg pas vorm tijdens de stedelijke revolutie die de agrarische samenleving langzaam maar zeker verdreef; toen steden en landbouw zich over grote gebieden gingen uitstrekken. Samen met de eerste kleine steden verschenen tijdens de vroege Middeleeuwen koningen, priesters en een kaste van handelaren evenals oorlog met georganiseerde legers en grootschalige irrigatie.

Door de opkomst van grootschalige landbouw werden er overschotten gecreëerd, hierdoor ontstond een nieuwe klasse van gespecialiseerde ambachtslieden. In de vroege Middeleeuwen ontstond dan ook al snel een primitieve vorm van syndicalisme, waar ambachtelijke groepen in de volksgemeenschap zichzelf binnen religieuze gilden organiseerden. Uiteindelijk wist een nieuwe klasse van krijgers en priesters deze toenemende specialisatie te benutten, door een rigide klassestructuur te ontwikkelen en de landsman meer te laten werken voor het in stand houden van deze nieuwe dominantiestructuur. Hier ligt dan ook de oosprong van onze hedendaagse vervreemding: men werd gedwongen om onbetaald werk te doen voor een autoriteit die ver weg van het gewone volk stond.

Echter voor de 18de eeuw moest de mens nog samenwerken met zijn omgeving om te kunnen overleven. Met de opkomende industrialisering en wetenschappelijke vooruitgang gingen ondernemers de aarde en mensen, in plaats van als een boerderij, steeds meer als een mijn behandelen, die onbeperkt uitgeput kon worden. Toen de kapitalistische vormen van exploitatie door de vroegere feodale en mercantiele vormen heen braken, namen de tegenstellingen tussen sociale- en economische inhoud nog verder toe. De staat en het kapitalistische systeem gebruikten de voortschrijdende technologische revolutie voor een steeds groter wordende industriele, bestuurlijke en politieke centralisatie ten koste van de traditionele volksgemeenschap met als gevolg een ongekende vervreemding en vereenzaming van de moderne mens.

De moderne wereld wordt doormidden gescheurd door twee tegenstrijdige tendensen; de een richting sociale dood en de ander richting de geboorte van een nieuwe samenleving. Terwijl centralisatie en depersonalisatie toenemen binnen de dominante geglobaliseerde samenleving, de concentratie van kapitaal toeneemt door de opkomst van multinationals en lokaal initiatief wordt vervangen door de centrale (supranationale) staat, wordt het leven steeds onwerkelijker, doellozer en leger. Toch zijn er ook mensen die genoeg hebben van een leven zonder inhoud en over heel de wereld zien we van tijd tot tijd dan ook opstanden tegen de ontmenselijking. Waar de dominante machtsstructuur van het kapitalisme faalt, is de algemene neiging deze met het vrije communisme te vervangen en grijpen mensen terug naar basis initiatief vanuit de gemeenschap.

De crisis van de moderne beschaving is een fenomeen dat voortschrijdt zonder het voordeel van een ideologie. De roep om vrijheid, de neiging naar eigen familie, gemeenschap en volk, evenals het offensief tegen vervreemding, zijn grotendeels rudimentair en sociaal instinctief. Men stelt dat de volksanarchistische revolutie een revolutie zonder theorie en anti-ideologisch is. Feitelijk bestaan de theorie en ideologie echter in een traditie die ouder is dan het kapitalisme zelf, zo oud als de mensheid zelf. Het volksanarchisme bestrijdt de dominante staatsorde niet omdat zij vijandig zou staan ten opzichte van orde, maar omdat zij tegen dominantiestructuren is. Het ziet de organische lokale gemeenschap als een soevereine eenheid die vanaf de basis georganiseerd en bestuurd wordt. Het biedt een antwoord op de vervreemding en ontmenselijking. Het streeft ernaar terug te keren naar de natuurlijke organische gemeenschap van vrijwillige menselijke relaties; terug naar het vrije communisme.