donderdag 7 juni 2012

Franco Giorgio Freda; De ondefinieerbare Revolutionair

"Ik haat dit boek. Ik haat het met heel mijn hart. Het gaf mij glorie, dat armzalige ding dat beroemdheid heet, maar vormt eveneens de bron van al mij ellende. Voor dit boek heb ik vele maanden in de gevangenis gezeten, (...) justitiële vervolging zowel nietszeggend als wreed. Voor dit boek heb ik verraad van vrienden, kwader trouw, zelfzucht en de slechtheid van de mens ervaren. Vanuit dit boek is de domme legende ontstaan die mij voor cynisch en wreed uitmaakt, een soort Machiavelli vermomd als de kardinaal van Retz die zij in mij zien."

Hoewel dit geschreven is door Curzio Malaparte als introductie van zijn beroemde essay "Techniek van de coup", kon Giorgio Freda, auteur van "De desintegratie van het systeem", zich vereenzelvigen met deze woorden. Deze auteur, die een klein boekwerk schreef van ongeveer 60 goed gevulde pagina's, die de basis van het bourgeois systeem ondermijnde heeft jarenlange juridische vervolging en media hetzes moeten doorstaan. De jonge Platonist en Evolaanse advocaat Franco "Giorgio" Freda was een van de oprichters van de "Gruppo di Ar". De term die de groep als naam gekozen had - Ar - is symbolisch binnen vele Indo-Europese talen en vormt de semantische wortel die het idee van adel en aristocratie connoteert. In 1964 moest Freda voorkomen voor een pamflet dat het Zionistische beleid in Palestina afwees. Dit was slechts de eerste veroordeling van velen. Hetzelfde jaar nog publiceerde "Edizioni di Ar", een uitgeverij die hij had opgericht, zijn eerste boek; "Een essay over de ongelijkheid van rassen" door Arthur de Gobineau. Hierop volgde de kleine geschriften van Julius Evola en de werken van Corneliu Codreanu. Iedere titel had een circulatie van ongeveer 2000 stuks. 

Er waren twee constanten binnen de militante overtuiging van Freda; de strijd tegen het internationale Zionisme, waaronder Israel, dat hij zag als het front voor de strijd tegen het bourgeois liberalistisch systeem, wat zijn uitdrukking kreeg in het Amerikaans imperialisme dat Europa sinds 1945 teisterde. Met zijn anti-Zionisme was Fredo de eerste uitgever in Italië die de Palestijnse vrijheidsstrijders openlijk steunde, zelfs toen extreem-rechts belichaamd door de MSI (Movimento Sociale Italiano) Israel nog prees als "het bolwerk van het Westen tegen de door Moskou geknechte Arabieren." Hij was het die in Padua in maart 1969, in samenwerking met de Maoïstische groep "Potere Operairo" de allereerste grote bijeenkomst organiseerde die, in de aanwezigheid van afgevaardigden van Yasser Arafat zijn Fatah, het Palestijns verzet steunde. Dit werd hem nooit meer vergeven door de Zionistische lobby. Bovendien was hij, net zoals zoveel voorstaande intellectuelen, niet tevreden met enkel verbale steun aan Palestina en verstrekte hij in het geheim timers aan een veronderstelde vertegenwoordiger van Fatah. 

De desintegratie van het Systeem

Boven alles was Giorgio Freda een man van tekst. En wat een teksten. "De desintegratie van het systeem" werd in 1969 geschreven toen de studenten protesten nog in volle hevigheid bezig waren. Italië onderging geen plotselinge explosie en uitval zoals in Frankrijk, maar een "serviele Mei". Overtuigd van de noodzaak voor de radicale subversie van de burgerlijke wereld, geloofde Freda dat alles geprobeerd moest worden. Hij geloofde dat in een tijd waar zoveel mensen zochten naar een ware revolutionaire inhoud voor de studentenopstand, dat deze inhoud werd gegeven door de voorstanders van het orthodox Marxisme of sociaaldemocratisch reformisme. Het waren deze jongeren waar "De desintegratie van het systeem" voor bedoeld was. Verre van Freda zijn persoonlijke programma, synthetiseerde hij de gedeelde eisen van het gehele Nationaal-Revolutionaire milieu, van Giovane Europe (Jong Europa) tot en met Lotta di Popolo (Volksstrijd). 

De toon van zijn tekst was beslist aanvallend. Als een discipel van Evola, was Freda niet de eerste die niet enkel beleerd commentaar op zijn geschriften had, maar deze van theorie naar praktijk wilde bewegen. Men kan in "De desintegratie van het systeem" dan ook de politieke praktijk vinden van de theorie van Evola uit zijn boek "Riding the Tiger". Met dit boek gaf de baron het intellectuele kader, dat het geloof van Freda bevestigt dat er geen enkele compromis met het burgerlijke systeem gemaakt kan worden. Evola schrijft; "Er is een oplossing die sterk uitgesloten moet worden: dat is bouwen op datgene dat overleeft van de burgerlijke wereld." Hij voegt hieraan toe; "Het is misschien goed om datgene dat toch al wankelt en tot de wereld van gisteren behoort, ineen te doen storten, in plaats van te ondersteunen en daarmee op kunstmatige wijze het leven te verlengen.” 

In zijn boek is Freda zeker niet mild tegenover de idolen en waarden van de burgerlijke samenleving. Orde in het belang van orde, heilig privé eigendom, kapitalisme, moreel conformisme, eindeloos pro-Zionisme, philo-Amerikanisme, maar ook God, priesters, rechters en bankiers - niets en niemand ontsnapte aan zijn harde kritieken. Tegenover het dominante marktmodel bood hij een waar alternatief, namelijk de herleving van de traditionele doctrine van de Staat. Volledig in tegenstelling tot de pseudo-burgerlijke waarden, ontwikkelde hij een coherent Staats idee en beschreef hij de organisatie van een Communistische economie - een Spartaans elitaire Communisme dat meer gebaseerd op Plato is, dan op Marx. 

Als een man van actie was Freda ziek van de pseudo-intellectuelen aanhangers van Evola en Guenon, die zichzelf in hun Ivoren torens hadden opgesloten. Hij had harde woorden voor sommige Evolanen; "Het zijn steriele apologisten van het Staatsdiscours, aanbidders van abstracties, kampioenen van de conceptuele gebaren", in zijn ogen waren zij de berijders van papieren tijgers. "Voor ons betekent oprecht zijn in onze wereldvisie - en daarom de Staat - dat we hieraan voldoen en daarbij niets ongedaan laten om het op historische wijze te bereiken." In dit perspectief laat hij duidelijk zijn intentie zien om uit te reiken naar die sectoren, die betrokken zijn bij de doelstelling van het ontkennen van de burgerlijke wereld. Buitenparlementair extreem links behoorde hier in zijn visie eveneens toe en dus stelde hij een strategie voor die trouw was aan een gezamenlijke strijd tegen het systeem. Hij zocht dan ook actief contact met verschillende Maoïstische groepen zoals de "Potere Operaio" en de Communistische partij van de Italiaanse Marxisten-Leninisten.     

Slachtoffer van Democratie

Op 12 december 1969 explodeerde een bom bij de "Banca Nazionale dell'Agricoltura" in Piazzo Fontana in Milaan. Hierbij kwamen 16 mensen om het leven en raakten 87 mensen gewond. De Italiaanse sectie van de ultra-linkse "Situationistische Internationale" gaven als reactie op de aanslag een manifest uit genaamd "De Reichstag branden", waarin zij het regime ontmaskeren als de ware organisator van dit bloedbad. De Situationisten komen tot de conclusie dat de Piazza Fontana bomaanslag "noch anarchistisch, noch fascistisch was."    

Ondertussen vierde Franco "Giorgio" Freda nog steeds zijn intellectuele strijd tegen het systeem. In 1970 schreef hij een voorwoord bij een van de teksten van Evola waarin hij de mogelijkheid verwelkomde van stedelijke oorlogsvoering in Italië. In 1971 publiceerde "Edizioni di Ar", voor het eerst sinds 1945, wederom "De protocollen van de ouderen van Zion". Dezelfde maand nog werd Freda gearresteerd op verdenking van; het verspreiden van propaganda en van boeken die tot gewelddadige subversie oproepen. De repressieve machine begint vanaf dan te lopen. Voor het eerst sinds het einde van het fascistische regime probeerde een magistraat "Artikel 270" (wet tegen subversieve verenigingen) van de "Code Rocco" (vernoemd naar de procureur- generaal van Mussolini) toe te passen. Als antwoord hierop publiceerde "Edizioni di Ar" een collectie van Palestijnse poëzie - "De vijand van de mensheid" -, dit tot grote woede van de zionisten. In Juli 1971 paste de rechter de aanklachten nog eens aan en beschuldigde hij Freda ervan "propaganda te maken voor de gewelddadige subversie van de politieke, economische en sociale ontwikkeling van de Staat". Dit doormiddel van zijn boek "De desintegratie van het systeem" waarin hij zinspeelde op de gewelddadige subversie van de burgerlijke democratische Staat, om deze vervolgens te vervangen door een duidelijk gedefinieerde Volksstaat." Onaangetast door de repressie publiceerde "Edizioni di Ar" in 1971 de vertaling van de "Internationale Jood", geschreven door Henry Ford.  

Op 5 December 1971 werd Franco "Giorgio" Freda wederom gearresteerd. Hij werd niet langer vervolgd voor de misdaad van zijn meningen, maar werd ditmaal grof beschuldigd van het organiseren van het Piazza Fontana bloedbad. Omdat justitie er niet in geslaagd was om de "anarcho-fascisten" van die tijd te vervolgen, probeerden zij het nu bij de zogenaamde "Nazi-Maoïsten". De aanklachten jegens Freda waren enkel gebaseerd op twee bewijsstukken. Volgens justitie kocht hij dezelfde timers die waren gevonden in de bank, evenals de rugzakken waarin de bommen waren geplaatst. Maar hoewel Freda inderdaad timers had gekocht, had hij deze aan iemand van de Algerijnse geheime dienst gegeven die deze namens het Palestijnse volk vroeg. Onderzoek wees vervolgens uit dat er niets slechts 57 van deze timers in Italië verkocht waren - Freda had er 50 van gekocht - zoals de rechter beweerde, maar dat er enkele honderden timers in het land verkocht waren. Ook verschilden de modellen die Freda gekocht had van de timers die bij de aanslag gebruikt waren. Verder had de verkoper in Bologna die de rugzakken had verkocht, die bij de aanval gebruikt werden, Freda niet herkent als de koper maar twee politie officieren. Uiteraard wilde de rechter dit indirecte bewijs niet in overweging nemen. Hierop begon Freda zijn eenzame tour door de het Italiaanse gevangenisstelsel; Padua, Milaan en Trieste, gevolgd door Rome, Bari, Brindisi en Catanzaro.    

Hij werd door extreem-rechts - met name door de neofascistische MSI - gestigmatiseerd als een vermeende "Maoïst" en een agent van het Communistische China. Door legalistisch links en binnen zionistische cirkels werd hij dan weer uitgemaakt voor "nazi" en "antisemiet". Hij werd hierdoor eveneens angstvallig afgewezen door enkele buitenparlementaire linkse krachten waar hij eerder nog mee gecollaboreerd had. Uiteindelijk werd hem door de media het beruchte predicaat "Nazi-Maoïst" gegeven. Echter door de hype die deze term veroorzaakte raakte zijn voorraad van 1500 kopieën van " De desintegratie van het systeem" al snel uitverkocht. Enkele jaren later gaf Freda toe dat zijn teksten meer door links extremisten dan door rechts extremisten aangekocht waren.   

De Rechtszaak

De lange rechtszaak voor de bomaanslag bij Piazza Fontana begon in januari 1975, in de Assize rechtbank in Catanzaro. De anarchist Pietro Valpreda samen met zeven van zijn handlangers en de neofascist Giorgio Freda met 12 medeverdachten stonden terecht. Aan het einde van zijn detentie, in 1976, werd Freda vrijgelaten en mocht hij zijn straf voortzetten in huisarrest. De aanklachten tegen hem bleven echter intact. Dus toen hij in 1977 in het vooruitzicht van een levenslange gevangenisstraf stond, twijfelde hij geen moment om een interview te geven aan zijn vriend Claudio Mutti, waarin hij nogmaals de gewapende strijd voorstelde als de beste vorm van politieke oppositie in Italië.  

Overtuigd dat zijn lot en veroordeling vast stonden, vluchtte Freda in Oktober 1978 weg voor de autoriteiten. Hij werd in 1979 wederom gevangen genomen in Costa Rica, van waaruit hij met dwang werd teruggebracht door de Italiaanse politie om berecht te worden. Uiteindelijk werd hij in 1984 tijdens de vierde rechtszaak in verband met het Piazza Fontana bloedbad vrijgesproken. Hij werd echter wel schuldig verklaard aan een vermeende "subversieve vereniging" waarvoor hij tot een gevangenisstraf van 15 jaar werd veroordeeld. Na zijn vrijlating richtte hij het "Fronte Nazionale" op, waardoor hij wederom gearresteerd werd en in 1993 opnieuw aangeklaagd werd.



maandag 28 mei 2012

28 Mei - Solidariteitsactie voor Zippo

Maandag 28 Mei woonden een kleine delegatie autonome nationalisten uit Nederland een solidariteitsactie bij in Antwerpen, georganiseerd door Vlaamse kameraden. Hierbij werd aandacht gevraagd voor het proces van Alberto Palladino. Alberto, ook wel bekend onder de bijnaam "Zippo", is een van de medeoprichters van de Italiaanse Casa Pound beweging en verricht belangeloos vrijwilligerswerk bij het Karenvolk in Birma. Hij wordt zonder enige vorm van bewijs of proces door het systeem in collaboratie met de Partito Democratico al enkele maanden lang vastgehouden in een Romeinse gevangenis. In heel Europa zien we een toename van politieke repressie jegens Nationalisten en andere vermeende vijanden van het systeem. Door de nationalistische oppositie te criminaliseren probeert het systeem de aandacht af te leiden van zichzelf. Er wordt een poging gedaan om de bevolking ervan te overtuigen dat nationalistische en socialistische politiek een gevaar vormt, dat met alle middelen bestreden dient te worden. Met speciale wetgeving, repressie, hetzes en buitenproportioneel hoge straffen probeert men nationaalgezinde geluiden monddood te maken en de aandacht af te leiden van de economische crisis en de wezenlijke sociale problematiek die onze landen momenteel teisteren. Terwijl de jeugdbendes die onze straten onveilig maken evenals de witteboorden criminelen die onze volkeren uitbuiten met fluwelen handschoenen worden aangepakt door het systeem, worden nationalisten momenteel stelselmatig gecriminaliseerd, hard gestraft en onderdrukt vanwege hun politieke denkbeelden. De rechtszaak jegens Alberto, die vandaag wederom uitgesteld werd tot 8 juni, is een van de schrijnende voorbeelden hiervan. Nationale en internationale solidariteit is dan ook een absolute noodzaak. Daarom: 

Stop repressie! 
Vrijheid voor alle Nationalisten!
Zippo libero!



maandag 14 mei 2012

13 mei - C9M manifestatie tegen Mondialisering (Parijs)

In het weekend van 12-13 mei trok een delegatie autonome activisten vanuit Nederland naar Parijs (Frankrijk) om daar te protesteren tegen mondialisatie. Op 12 mei werd er getroffen met Franse, Italiaanse en Duitse kameraden van het ACN/AKN (Anti Kapitalistisch Netwerk). De unitaire manifestatie, dat een gezamenlijk initiatief was van het "Comité du 9 mai (C9M)", "Nationalistes autonomes", "Troisième Voie", "la Nouvelle Droite populaire", "Terre et peuple", "les Jeunesses nationalistes" en "GUD", startte in het centrum van Parijs, bij de "La Madeleine" waar vele honderden kameraden zich verzamelden om te betogen tegen mondialisatie. 

Het ACN/AKN sloot zich aan bij het zwart blok van de Franse autonome nationalisten. Naast de gebruikelijke antikapitalistische en anti-autoritaire slogans binnen het zwart blok, bleek dat ook in Frankrijk bepaalde segmenten van de autonome beweging zich nog steeds laten verleiden tot het rechts-populisme en anti-Islamitische leuzen. Hier nemen wij dan ook nadrukkelijk afstand van; voor ons belichaamd autonomisme niet enkel een subcultuur maar de revolutionaire praktijk. Diverse Franstalige ACN/AKN manifesten werden door ons verdeeld onder de activisten binnen het zwart blok. De manifestatie bewoog zich richting het Place de Pyramides, waar rond het standbeeld van Jeanne d'Arc werd verzameld om te luisteren naar muziek gevolgd door een minuut stilte voor Sebastien Deyzieu, een militante nationalist die door de smeris is vermoord. Hierop volgden verschillende toespraken omtrent het thema mondialisering. 

Uiteraard waren er ook enkele punten van kritiek zoals het verbod op NSA/ANS vlaggen en de gematigde politieke inhoud van het zwart blok. Toch kunnen we zeker van een zeer geslaagd protest spreken. Wij danken dan ook alle Franse, Duitse en Italiaanse kameraden voor een geslaagd en activistisch weekend.




vrijdag 11 mei 2012

"Sociaal-Fascisme": het Fascisme van links

In tegenstelling tot het socialisme (ongeacht welke stroming: het nationale socialisme of internationale socialisme) is het fascisme zonder een politieke praktijk feitelijk geen ideologie, maar representeert het enkel een extreme vorm van onbeschaafd gedrag. De essentiële kenmerken van het fascisme zijn de dictatuur van de heersende kliek, de vervolging van andersdenkenden, de meedogenloze uitbuiting van het eigen volk en andere volkeren, zelfverrijking van een kleine groep gewetenlozen, het verspreiden van leugens en propaganda, imperialisme, omverwerping van andere volkeren en landen, massamoord en meer.

In dat opzicht kan men het fascisme dan ook niet indelen binnen een bepaalde politieke richting (links-rechts-midden) en evenmin binnen een sociale groep, een bepaald volk of land zonder de feiten en achtergronden grondig te onderzoeken. Een goed voorbeeld hiervan is het historische Italiaanse fascisme:

Opportunistische omzwervingen zijn niet zeldzaam onder fascisten. De Italiaanse "duce del fascismo" (leider van het fascisme) Benito Mussolini was een sociaaldemocraat (Partito Socialista Italiano) en een uitgever van kranten (o.a. "La lotta di Classe" ofwel "De klassenstrijd"). Hij zag in Karl Marx "de grootste theoreticus van het socialisme" en in het Marxisme "de wetenschappelijke doctrine van de revolutie der klassen". In zijn tijdschrift bestreed hij niet enkel de republikeinse meerderheid in Italië, maar eveneens de gematigden binnen zijn eigen gelederen. 

De onrust na de eerste wereldoorlog wakkerden de ambities en het verlangen van Mussolini aan. Hij gebruikte zijn politieke invloed en stichtte in 1919 zijn eigen fascistische partij. Samen met de anarchisten slaagde hij er in 1922 in om aan de macht te komen. De verdere ontwikkeling van het Italiaanse Fascisme, tot haar einde in 1944, kennen we allen uit de geschiedenisboeken. 

Daar het Fascisme geen aparte ideologie is, was het eveneens geen wonder dat na 1945 de fascistische partij in Italië (MSI) gewoon heropgericht werd. 


Is er een verschil tussen het rechts fascisme en het links (sociaal-)fascisme?

Puur theoretisch gezien is er natuurlijk een duidelijk onderscheid te maken tussen beide fascistische groepen; echter in de politieke realiteit zijn de verschillen te verwaarlozen. Beiden zijn van elkaar afhankelijk en beiden kennen dezelfde reactionaire oorsprong. De enige politicus die dit gevaar erkende en hier iets aan probeerde te doen was de Chinese staatsman Mao Tse Tung, die met zijn permanente culturele revolutie het sociaal-fascisme wist te verhinderen. Helaas hebben zijn opvolgers deze volksbeweging compleet vernietigd. 

In de Weimar republiek (1919-1932) werd het begrip "sociaal-fascisme" door de KPD (Communistische Partij Duitsland) geïntroduceerd. Met sociaal-fascisten doelden zij op socialisten en communisten - in het bijzonder de vakbond bonzen en de gevestigde politici van de SPD - die tegen de belangen van het volk handelden en hun positie misbruikten om de arbeidersklasse te onderdrukken evenals uit te buiten en die zichzelf zonder schaamte verrijkten over de rug van het proletariaat. Wie zich enigszins verdiept heeft in de situatie ten tijde van de Weimar republiek zal moeten toegeven dat deze classificatie perfect opging voor de bonzen van de SPD. Het is echter verkeerd en onjuist om eenieder die de SPD aanhing op deze wijze te classificeren. Fascisme is immers geen eigenaardigheid van een bepaalde politieke geografie (links-rechts-midden). Iedereen met een gezonde en objectieve kijk op de geschiedenis zal moeten inzien dat er te allen tijde allerhande fascistische uitspattingen zijn geweest van verscheidene aard. 

Daarom representeert het sociaal-fascisme (de "bonzocratie") geen politieke ideologie of richting, maar slechts een politieke praktijk van gewetenloze uitoefening van macht, onderdrukking van de volkswil, uitzichtloze uitbuiting van de arbeidende klasse en schaamteloze zelfverrijking. Sociaal-fascisten zijn enkel gewillige marionetten die door de werkelijke machtshebbers (de lobbyisten) van achter de schermen gestuurd worden. De sociaal-fascisten kunnen allerlei soorten leiders zijn: feudalisten, kapitalisten, dictators of burgerlijke "democraten". Sociaalfascisme kan in ieder land opstaan. Het zal in de eerste instantie opstaan als een kleine zweer (corruptie, nepotisme, hebzucht, lust naar macht) die zich snel kan verspreiden als het niet op tijd wordt uitgeroeid. Door een ongebreidelde ontwikkeling kan deze de hele Staat besmetten en het gehele volk tot slaaf maken. Dergelijke sociaal-fascistische tendensen vinden we terug in praktisch alle feudalistische landen in de 20ste eeuw (keizers, koningen, vorsten), in de landen onder de Napoleontische bezetting (collaborateurs) en in toenemende mate in Noord-Amerika en Europa (kastengeest en kapitaal).

Het sociaal-fascisme manifesteert zich meestal in tijden van crisis, destabilisatie en na (burger)oorlogen, in veel gevallen onder de schaduw van buitenlandse overheersing. De sociaal-fascisten zullen altijd proberen hun voortbestaan in alle richtingen te verzekeren. In Nederland manifesteert dit zich als volgt:

-De overdracht van nationale soevereiniteit naar de Europese Unie

- Minder volksparticipatie bij politieke besluitvormingen 
      
- Privatiseringen waarmee politici hun zelfverrijking en politieke onverantwoordelijkheid verhullen door publiek bezit te verkopen aan roekeloze speculanten en uitbuiters. 

- Demoralisatie van het volk door middel van de systematische negatieve omkering van historische, culturele en etnische waarden.

- De organisatie van een brute klassenstaat waarin tegenstellingen (op bv sociaal vlak) absoluut in stand worden gehouden om de machtsposities veilig te stellen. 

Ook de netwerken van de links-fascisten (zoals de zgn. antifa en "antifascistische actie") met hun bureaus, instituties, instellingen, stichtingen en uitgeverijen, die gulzig gefinancierd worden met subsidie en fondsen van de sociaal-fascisten vallen hieronder. Deze links-fascisten hebben met de "klassieke linksen" niets meer te maken. Zij mengen hun systeemconformisme met enkele citaten van links en maken enkel nog oppervlakkig gebruik van linkse symbolen, maar hun primitieve activiteiten zijn veelzeggend en onthullend. 

Door de ineenstorting van het IJzeren gordijn heeft modern links haar politieke vaderland en ideologisch voorbeeld verloren. Omdat zij enkel werden opgeleid om na te praten, dogmatisch te volgen en niet zelf na te denken vielen de aanhangers van modern links al snel in een "ideologisch vacuüm". Omdat ze geen keuze kunnen maken tussen echte anarchie en fascistisch-links vallen zij al snel ten prooi aan de sociaal-fascisten. Beleidsdoelstellingen voor het wegwerken van acute sociale problemen zul je dan ook niet vinden binnen het links-fascisme. 

Deze links-fascisten vervullen verschillende functies voor de sociaal-fascisten: ze bespioneren politieke dissidenten terwijl ze oproepen tot geweld in een hypocriet spel voor "democratische morele voogden". Ze vervullen het internet met stemmingmakerij en onzin, produceren nietszeggende publicaties en geven aan de lopende band tijdschriften uit die enkel door hun tegenstanders gelezen worden. Om de opgebouwde volkswoede in voor het systeem controleerbare banen te leiden, organiseren de nuttige idioten van fascistisch-links rellen en protesten tegen groepen die zich niet hebben geconformeerd aan de dictatuur van de mainstream en haar politiek-correcte dogma’s. 

Hieruit kunnen we dan ook concluderen dat de fascisten van de toekomst inderdaad opereren onder de sluier van het antifascisme! 



dinsdag 1 mei 2012

Economische crisis: Meelopen of nadenken!

Terwijl de hedendaagse mens vaak niet verder komt dan zich druk te maken over het komende EK, of wat ze nu weer eens aan gaan trekken raast de nietsontziende economische crisis, veroorzaakt door het groot kapitaal, over heel Europa. Onze wereld en maatschappij gaan ten onder door toedoen van de banken, kredietbeoordelaars, speculanten en de vrije markt. De politici van neoliberale, sociaal democratische en zgn. arbeiderspartijen werken enkel voor hun eigen belang, overheidsfunctionarissen verkopen hun ziel aan het bedrijfsleven voor een toekomstige baan in datzelfde bedrijfsleven.

De Westerse samenlevingen zijn gedegenereerd onder de invloed van oligarchieën, de commercialisering van cultuur en de invloed van de massamedia. De maatschappij zal als het eenmaal ontwaakt uit zijn fascinatie voor snelle entertainment, fastfood en consumentisme zichzelf ontdaan vinden van traditie, bestuurd door een onderdrukkende machtstructuur en gebonden aan de verplichtingen van kredieten.

Het groot kapitaal is de vijand van alle mensen! In onze huidige tijd en samenleving wordt dit langzamerhand voor steeds meer mensen duidelijk. Steeds meer landen vallen ten prooi aan de grijpgrage klauwen van deze alles vernietigende macht. We hebben het afgelopen decennium al vele landen ten onder zien gaan en andere landen staan alweer in de rij om als volgende de klif af te springen recht in het ravijn dat voor het gepeupel gefabriceerd is door de financiële markten.

Banken sloten risicovolle leningen af voor Europese landen tegen hoge rentes waarvan ze wisten dat ze nooit afbetaald zouden kunnen worden. Landen moesten daardoor alsmaar nieuwe leningen afsluiten om de rentes van de oude leningen af te betalen. Ze worden hierbij ook constant verder onder druk gezet door de ratingbureaus die de landen onophoudelijk verder afwaarderen, waardoor de rentes steevast hoger worden voor de af te sluiten leningen. Dit maakt het op den duur praktisch onmogelijk om ook maar enige lening af te betalen.

Hierdoor zijn er steeds meer landen die door de EU “gered” moeten worden. De voorwaarden die het IMF de ECB en de EU echter aan deze leningen stellen, die de landen via financiële noodpaketten verkrijgen, maken het leven voor de gewone burger praktisch onmogelijk. Een klassenoorlog lijkt te ontstaan door het verhogen van de belastingen, het verkopen van toeristische locaties, het nagenoeg wegbezuinigen van iedere sociale voorziening, het verkopen van openbaar land, het verkopen van havens (zoals in Griekenland de haven van Piraeus) enz. Enkel de bourgeoisie kan nog leven in de schuldlijdende landen, het proletariaat kan nog enkel proberen te overleven.

Door het wegnemen van bijna alle mogelijkheden om zelfvoorzienend te zijn of op de wereldmarkt nog enige handel te kunnen drijven zorgt ervoor dat het voor de schuldlijdende landen enkel alleen nog maar moeilijker wordt om ooit nog uit de schulden te kunnen geraken.

De bankiers blijven echter de financiële noodplannen als reddingsplannen voorspiegelen voor het gepeupel in de andere Europese landen. Dat de strop steeds strakker wordt aangetrokken voor het gewone volk in bijvoorbeeld Griekenland krijgen wij niet mee.

De financiële noodhulp is enkel bedoeld om de banken en investeerders te helpen die staatsleningen aan de noodlijdende landen verschaft hebben. Het enige probleem waar de banken tegen aan lopen is hoe de bevolking van de noodlijdende landen dociel achter hun plannen te krijgen, er zijn immers (niet zoals het Nederlandse volk) volkeren die het gedrag van de bankiers, machthebbers, speculanten en kredietbeoordelaars laakbaar vinden en er tegen in verzet komen.

De neoliberale, sociaal democratische en arbeiderspartijen van Europa volgen allen hetzelfde discours; het privatiseren van de basis infrastructuur van een land en het bij voorbaat “verkopen” van toekomstige inkomsten.

Nationale regeringen moeten al dan niet vrijwillig zich overgeven aan de wil en eisen van het groot kapitaal. Gaat de regering niet mee in de door de EU en het IMF opgelegde plannen en weigeren ze hun ziel te verkopen wordt er op slinkse wijze wel voor gezorgd dat de regering valt en er een technocraat aan de macht komt, het liefste een met een bankiersachtergrond, bijvoorbeeld bij Goldman Sachs. De regeringen verworden tot simpele marionetten van het groot kapitaal, onder de noemer van een democratisch gekozen regering, die door de nationale schuld als hefboom te gebruiken stukje bij beetje iedere nationale zekerheid, verworvenheid en nationaal bezit van het volk afsnijden ten behoeve van de kosmopolitische financiële klasse. We vervallen steeds verder terug in een middeleeuws systeem van kasten en klasses gedreven door financiële wetten die boven iedere publieke en gemeenschappelijke wet staan, ook al druisen deze tegen het algemeen belang in.

De mogelijkheden voor de banken waren nog nooit zo groot als nu om de financiële stroppen voor landen aan te trekken. Bankiers zijn dus ook maar wat gretig om de leningen te fabriceren die nodig zijn om de noodlijdende landen “te helpen”. De EU leningen zorgen ervoor dat de landen net lang genoeg in de EU kunnen blijven zodat bankiers, speculanten en groot kapitaalbezitters precies genoeg tijd hebben om hun geld ergens anders onder te kunnen brengen. Als zij hun geld weg hebben gehaald uit het betreffende land, maakt het voor hen al niet meer uit of een dergelijk land failliet gaat, de oude munteenheid weer aan moet nemen en deze dusdanig moet devalueren dat het land bijna een derde wereld land te noemen wordt. Tot een overgang naar de oude nu gedevalueerde munteenheid realiteit is geworden moet een land de politiek voeren van loondeflatie en het bezuinigen op overheidsuitgaven (met uitzondering van het betalen aan de financiële sector). Hierdoor wordt de werkgelegenheid verlaagd en de mensen die al een baan hebben kunnen amper rond komen van hun zuurverdiende loon.

Het enige slachtoffer van de door de landen ingestelde bezuinigingen en de devaluaties is de arbeider wiens enige product; arbeid, niets meer waard wordt. Arbeid is immers de voornaamste binnenlandse kosten factor, als de lonen niet kunnen worden verlaagd door interne devaluatie (werkloosheid te beginnen met de publieke sector, wat uiteindelijk leidt tot dalende lonen) zal het door het devalueren van de gangbare valuta uiteindelijk toch wel lukken. Dit is hoe de Europese oorlog van de schuldeisers tegen de noodlijdende landen verandert in een klassenstrijd. Echter om dergelijke neoliberale hervormingen door te voeren is er buitenlandse druk nodig om de binnenlandse parlementen te omzeilen. Immers werkt niet ieder land passief mee aan het verkopen van de belangen van zijn eigen volk.

Er is echter iets dat nog erger is dan om uitgebuit te worden door de molochs van onze tijd, namelijk de afwezigheid van uitbuiting. Men is niet meer nodig om uitgebuit te worden, immers door de globalisering is het voor bedrijven veel te makkelijk geworden hun productie te verplaatsen naar landen waar de arbeid nog goedkoper is. Het winstprincipe is per slot van rekening de belangrijkste waarde en regulator geworden in onze huidige tijd.

Politici maken ons wijs dat we als land steeds maar winst moeten maken en economische groei moeten ondervinden. Dit moet tegen elke prijs, ieder jaar weer uit de cijfers naar boven komen en het mag nooit ter discussie staan. Echter enkel het groot kapitaal vaart hier wel bij. Het groot kapitaal weet ons steeds weer in de luren te leggen en ons doen geloven dat het winstprincipe het enige logische is, de zin van ons bestaan en de waarborg van de democratie. Mensen verzetten zich hier niet tegen en zijn gaan geloven dat vrijheid en de vrije markt eender is. Er is geen strijd meer, we geloven als zwakke dociele schapen dat de huidige en toekomstige stand van zaken natuurlijk, onoverkomelijk en onvermijdelijk is.

De verdorven versie van arbeid; werkgelegenheid, vormt het fundament van de westerse beschaving. We blijven ons wanhopig vastklampen aan datgene wat de meest verheven mythe is geworden van onze hedendaagse beschaving; de mythe van arbeid, vooruitgang, groei en welvaart. Mensen zien niet in dat economische groei niet oneindig is.

We leven in een verrot en volkomen mislukt systeem dat kunstmatig in leven wordt gehouden zodat er op verhulde wijze tirannie en een dictatuur over ons uitgeoefend kan worden zonder dat de “sociale cohesie” in het geding komt. Onze politici blijven ons voorliegen en ons denkbeeldige vijanden opdringen om ons blind te maken voor de echte vijand namelijk de vrije markt en het groot kapitaal. We zijn verworden tot een slavensamenleving en we hebben het zelf niet eens in de gaten.

We hebben geen enkele zeggenschap meer over onze eigen economie of over de economische maatregelen die er getroffen worden om de crisis te lijf te gaan. Die worden ons opgedrongen door de EU en het IMF, de werktuigen van de oligarchen. We zijn de zeggenschap en autonomie kwijt over onze economie, ons leger en onze politiek. We leven al lang niet meer in een democratisch land, we zijn verworden tot een slaaf van de economische oligarchen. Alle westerse landen hebben staatsschulden en zijn verplicht het afbetalen van de schulden en de rentes aan buitenlandse investeerders, boven de eigen binnenlandse economie te plaatsen.

De huidige definitie van de vrije markt houdt in dat alles onder de leiding en macht van de grote bankiers staat. De vrije markt leidt onvermijdelijk tot een markt vrij voor privatiseerders die het monopolie hebben voor alle basis diensten en zelf de prijzen hiervoor kunnen bepalen zonder ook maar enige inmenging van politici.

Alle publieke bezittingen komen in de handen van speculanten en zorgen voor een nieuwe vorm van lijfeigenschap. Het neo-feudalisme dat aan de horizon opdoemt als de nieuwe werkelijkheid.

Alle hedendaagse noodplannen en noodfondsen zijn enkel ingesteld om de banken te redden van de ondergang, of in ieder geval de bankiers. Eeuwenoude natiestaten worden vervangen door, door bankiers ingestelde en uitgebate economieën.

Economie is een vorm van oorlog. Net als militaire veroveringen, heeft het als doel de controle over alles te verkrijgen en het zijn wil op te leggen. Dit is wat er momenteel gebeurt door het groot kapitaal. Ze hebben de oorlog verklaard aan het proletariaat en deze al zo goed als gewonnen zonder een leger of enige vorm van agressie te gebruiken. De aangevallen landen worden echter net zo verwoest als zij het dat ze door een leger binnen gevallen waren.

Het groot kapitaal heeft genoeg macht vergaard om de ideologische rollen om te draaien en te doen voorkomen dat hetgeen dat slecht voor ons volk juist het streven naar nationale zelfbeschikking is en het verzetten tegen de kosmopolitische claims van het groot kapitaal om bezuinigingen op te kunnen leggen op arbeid. Schulden die ondertussen al niet meer af te lossen zijn, worden op de schouders van ons volk gelegd zonder dat zij er iets aan konden of kunnen doen.

De ECB maakt het voor de Europese landen onmogelijk om als autonoom land uit de crisis te komen. Door het invoeren van de Euro is het nagenoeg onmogelijk voor een centrale nationale bank om de overheidstekorten te financieren. Europese landen hebben in principe geen centrale nationale bank meer, alle financiële macht ligt in handen van de ECB. De publieke sector is op deze wijze afhankelijk gemaakt van commerciële buitenlandse banken en speculanten. Politici ondermijnen hiermee hun eigen vrije markt principe, aangezien de enige bedrijven die in dit financiële klimaat kunnen overleven de multinationals zijn. De politiek wordt gefinancialiseerd en economieën worden geprivatiseerd.

Bankiers vinden het niet meer dan normaal om landen aan soberheid, bezuinigingen en zelfs depressie te onderwerpen zodat zij openbare grond en bedrijven moeten verkopen, de levensstandaard van het volk moeten verlagen enzovoorts. Enkel zodat steeds meer geld en macht zich aan de top van de economische piramide kan concentreren. Steeds maar weer blijkt dat de rijksten niet lijden onder deze economische crisis. Miljonairs worden miljardairs en de miljardairs hoeven zich al helemaal nergens meer zorgen over maken. De zogezegde dictatuur van de rijken over de aarde en haar volkeren.

Het probleem is dat krediet, schuld is en schuld moet terug betaald worden, met rente. Wanneer een land rente betaalt, blijft er minder geld over om uit te geven aan goederen en diensten. De bubbel die onze economie is begint langzaam te veranderen in een nachtmerrie, waarbij de schulden gecreëerd door banken en politici verhaald worden op de burgers. Doordat onze politici ons de eurostrop omgebonden hebben zijn we gebonden aan wat de euro doet. Zoals het nu gaat moet iedereen in Europa gaan beseffen dat interne devaluatie en inflatie of zelfs hyperinflatie zo goed als onvermijdelijk zijn. 

Echter in het verleden is al gebleken dat hyperinflatie en interne devaluatie bijna onvermijdelijk leiden tot revolutie. Zie wat er gebeurd in landen als Griekenland, Spanje en Portugal waar de beurzen kelderen en de werkeloosheid hoogtij viert en het volk dientengevolge en masse de straat op gaat. Het gaat de machthebbers immers nooit om het redden van de democratie of zelfs om het redden van het land zelf. Het draait altijd om privé belangen en privé bezittingen.

Het groot kapitaal splitst de revolutionaire krachten op en verblind ons voor het echte kwaad en de echte oorzaak van alle ellende en problemen in de wereld. We moeten starten de echte oorzaak te bestrijden in plaats van elkaar! De tijd is rijp voor revolutie, we moeten de handen ineenslaan en de wapens opnemen. We moeten ons niet langer als gewillige slachtoffers naar de slachtbank laten brengen, maar de strijd aangaan. Het wordt tijd dat we onze volkeren bevrijden van het juk dat het kapitalisme en neoliberalisme heet. Niet enkel voor onszelf, de aarde en onze toekomst, maar voor alle toekomstige generaties.