woensdag 20 juli 2011

"Nationaal Verzet" Jaargang 2 - Editie 4 is uit!

Deel 4 van het tijdschrift “Nationaal Verzet” is uit. Dit educatieve tijdschrift van de Vrije Nationalisten Noord-Brabant wordt gratis verspreid op bijeenkomsten, demonstraties en evenementen. In deze 36 pagina’s dikke editie:

Het Economische Systeem van Gottfried Feder
Nationaal-Socialisme: Een Biologisch Wereldbeeld
Divide et Impera
Hitlerisme en de Proletarische Staat
Industriële Harmonie in het Vooroorlogse Duitsland en Italië
Duits Socialisme en de Europese Federatie
Geld en Economie



Het Bedrog van de Vrije Markt

De vrije markt; het ideologische hoogtepunt van neoliberalisme, het idee dat allen in welvaart zou voorzien, de armoede zou doen verdwijnen, elk soort goed of product dat voor te stellen is zou creëren, ziektes zou doen genezen, de treinen op tijd laat rijden, het milieu gaat redden en eenhoorns terug gaat brengen van uitsterving. Het wordt aangeprezen als het economische wondermiddel, de oplossing voor ieder sociaal of economisch probleem dat zich kan aanbieden. Als we haar aanhangers moeten geloven is het de enige morele manier voor mensen om welvaart te verkrijgen en de enige financiële ideologie die kan bestaan. Al het andere is simpelweg “goddeloos socialisme”. Neoliberalisme, een ideologie die de markt boven alles stelt, brengt de markt als de arbiter van moraal en als de bepalende factor voor het voortbestaan van de samenleving. Het is feitelijk liberalisme of anarchisme dat wordt toegepast op geld.

In 1776 publiceerde de Schotse auteur Adam Smith het boek “The Wealth of Nations”, dat pleitte voor de afschaffing van overheidsbemoeienis in zaken van economisch belang en pleitte voor handel zonder grenzen en zonder limitaties (net zoals hedendaagse liberalen die vrij verkeer van mensen bepleiten zonder grenzen of limitaties). Deze “vrije markt” moest gecontroleerd worden door de “onzichtbare hand”, de marktkrachten welke onbelemmerde productie en consumptie in de hand zouden houden. De “onzichtbare hand” zou de rol die de regering speelt in de regulatie van de markt vervangen. Simpel gezegd werkt het als volgt. In plaats van dat de overheid ingrijpt om de belangen van werknemers te behartigen door bijvoorbeeld lonen, minimale werkomstandigheden enzovoorts te controleren, zou de “onzichtbare hand” van de vrije markt in hetzelfde vangnet voorzien. Want als er geen regulaties zouden zijn rond werk en werknemers dan zouden deze ook vrij zijn om te kiezen waar en onder welke condities deze zouden willen werken. Dus de werkgevers die slechte werkcondities boden zouden geen mensen kunnen inhuren omdat mensen ervoor zouden kiezen om bij bedrijven met betere werkcondities te gaan werken. Dus de concurrentie voor arbeidskracht tussen werkgevers zou ertoe moeten leiden dat de werkgevers die de slechtste werk omstandigheden aanbieden niet kunnen concurreren en daarom de situatie zouden moeten verbeteren om de werknemers aan te trekken die ze wensen. Dat is de “onzichtbare hand”, een voorbeeld van een mechanisme waarmee neoliberalen denken dat hun vrije markt kan werken. Dit zou de kracht zijn waarmee de derde wereld van haar armoede verlost zou worden omdat de banen over zee trekken en deze ongelukkige boeren werk biedt dat 2 dollar per uur verdiend in plaats van 1 dollar. Kapitalisten beschouwen deze vrije markt als een middel om de levensconditie van deze mensen te verbeteren, echter vergeten ze hierbij compleet dat het hier nog steeds om exploitatie gaat.

Andere voorbeelden die zij stellen kunnen als volgt gaan. Een bedrijf dat produceert ten koste van het milieu, zou haar klanten verliezen omdat deze het product zouden boycotten vanwege de milieuschade die het aanricht. Als klanten de vrijheid hebben om te kiezen tussen concurrenten dan zouden mensen die het beste voor hebben met het milieu niet deze producten kopen. Dit kost het bedrijf geld en dat brengt hen in een positie waar deze liever extra zouden betalen voor een meer “groene” productie welke zal resulteren in grotere winsten. Onder het neoliberalisme mag een onderneming een oerbos kopen en deze in zijn geheel plat gooien voor winst. Hun oplossing voor diegene die stellen dat het milieu beschermd dient te worden, is dat burgers die het oerbos willen behouden vrij zijn om hun geld te verzamelen om het te kopen en te beschermen. Ben je niet blij met het feit dat er een olieraffinaderij naast je wordt gebouwd die giftige stoffen doet neerslaan naast de school? Zamel gewoon met alle andere ouders geld in en koop het land! Neoliberalen gebruiken exact dit soort argumenten zonder enig gevoel voor ironie, sarcasme of schaamte.

Neoliberalisme pleit eveneens voor afschaffing van de overheid en hun gesubsidieerde programma’s zoals sociale zekerheid en publieke gezondheidszorg welke door de belastingbetaler worden gefinancierd. Ook hier beweren ze dat de marktkrachten alles kunnen produceren wat noodzakelijk is. Werk alom (er is geen noodzaak om werkeloos te zijn) en mensen kunnen kapitalistische ondernemingen beginnen waarmee ze een bedrijf kunnen beginnen waarmee ze hulp kunnen verkopen aan iedereen die het nodig heeft. De opleidingen en scholen hoeven niet openbaar en met belastinggeld betaald te worden, wie zichzelf of hun kinderen in scholing willen voorzien moeten betalen en wie dit niet wensen hoeven niet te betalen. Voor veel mensen een aansprekend argument. Waarom zou iemand die geen wagen heeft voor de wegen moeten betalen? Waarom zou iemand zonder kind voor scholen moeten betalen? Ik werk hard, waarom zou ik de vruchten van mijn arbeid, het geld dat ik verdien afgenomen worden en aan diegene worden gegeven die dat niet doet. Neoliberalisme duwt eigen verantwoordelijkheid naar het hoofd van de sociale zekerheid. Enkel eigen verantwoordelijkheid bestaat, volgens het neoliberalisme gebeurt alles enkel vanwege eigen mislukkingen en belastinggeld dat besteed wordt om deze mensen te helpen is diefstal van de hardwerkende en creatieve mens. Het is een verleidelijke gedachte die veel mensen hun gevoel van recht aanspreekt, hun nagestreefde superioriteit en zelfgerechtigheid. Waar liberalisme haar obsessie met sociale rechten absoluut is, neemt het neoliberalisme diezelfde instelling mee naar economische rechten. De liberale leus “blijf met je handen van mijn lijf” (met betrekking tot abortus) zou net zo goed de liberale leus “blijf met je handen van mijn portemonnee” zijn.

De vrije markt, het idee dat een economie en samenleving kunnen werken zonder regulatie en daarbij optimale resultaten kan boeken is het fundamentele principe dat het neoliberalisme drijft, het is de dominante ideologie in de hedendaagse wereld. Het vrije markt principe is gebaseerd op een aantal aannames welke zoals we snel zullen ondervinden simpelweg niet kloppen. We krijgen zeer simpele voorbeelden van twee mensen uit de steentijd die voedsel of gereedschappen uitwisselen als de archetypische vrije handel met de insinuatie dat de vrije markten van vandaag de dag net zo simpel werken.

Dit hypothetische voorbeeld is makkelijk ontkracht. Een van de fundamentele aannames is dat mensen handelen op gelijke termen. Als twee mensen een deal aangaan, zeggen de pleitbezorgers van de vrije markten dat beide mensen een consensus bereiken welke het individuele voordeel van beide mensen maximaliseert voor zover dat mogelijk is. Voor twee kinderen die voetbal kaartjes uitwisselen is dat waar, maar klopt dit in alle gevallen? Is de werknemer net zo vrij om te onderhandelen als de werkgever? De praktijk waar we veel te bekend mee zijn laat zien dat een dergelijk scenario een dagdroom is, een niet bestaand hypothetisch voorbeeld wat we krijgen dat de norm zou moeten zijn. Voor iemand die zijn baan verliest, een hypotheek en twee kinderen heeft die moeten eten, is de onderhandeling voor een nieuwe termijn van werkgelegenheid totaal niet gelijk. Heeft de potentiële werknemer de vrijheid om te argumenteren tegen de clausules in zijn contract waarin staat dat hij moet overwerken en dat dit niet betaald is? Voor de sollicitant is het nemen of weg gaan, hij neemt de baan of de deur. Met tegenzin accepteert hij de condities of hij loopt weg zonder middelen om de familie te voeden en met een lagere levensstandaard. Het is het fundamentele principe dat de “onzichtbare hand” werknemers leidt naar een situatie waarin zij een steeds lagere levensstandaard moeten accepteren. Ongelijke handel in overvloed en het is enkel nog door druk vanuit vakbonden en de overheid dat de ene partij niet de kans heeft om de andere partij compleet te onderdrukken en te exploiteren.

Een ander voorbeeld is een jong persoon die concurreert met een grote investeerder die een huis koopt. De grote investeerder heeft het voordeel van ervaring, relatief hogere lonen en het verkoop van ander geïnvesteerd bezit welke zij met grote winst verdeeld hebben. Ze kunnen deze jonge persoon makkelijk overbieden vanwege hun andere geschiedenis, verschillende economische condities en andere periodes van tijd waarin zij deze ervaren hebben. Zij hadden minder concurrentie voor werk, minder kosten om sociaal te kunnen blijven concurreren. Zelfs het simpele feit dat iemand meer tijd had om te kunnen sparen zorgt voor een ongelijkheid. Het punt is dat twee mensen die fysiek en mentaal gelijk werk doen niet dezelfde financiële verdiensten krijgen. Kans en omgeving spelen een grote rol, maar betekend dat, dat de persoon die minder kreeg minder verdiende van hetzelfde bezit? Het is moeilijk om “ja” te antwoorden, maar dat is de realiteit in onze samenleving. Men kan beargumenteren dat de jongere persoon maar genoegen moet nemen met minder, maar iedereen met een beetje kennis van de hedendaagse huizenmarkt weet dat zelfs “beginners” huizen ver uit het bereik liggen. Maakt de beperking door de overheid op land dit slechter? Misschien enigszins wel, maar door het land op de vrije markt te gooien zullen land ontwikkelaars vanzelf net als de overheid een kunstmatig tekort creëren omdat dit winstgevend is, dat is dan ook exact wat ze zullen doen.

Economische interacties en de factoren welke de middelen beïnvloeden waarmee mensen kapitaal kunnen verkrijgen door hun verdiensten zijn zeer complex, zeer willekeurig en nooit exact hetzelfde. De vrije markt economie neemt deze feiten niet mee, het ontkent dat er complexe externe factoren zijn, verschuivingen in de omgeving, technologie of op sociaal vlak die mensen hun financiële inkomen beïnvloeden ondanks dezelfde inzet, maar geeft het individu de schuld van deze tekortkomingen. Simpele eigenschappen zoals iemand zijn achtergrond, verleden of locatie kan deze veel voordeel of nadeel geven tegenover anderen bij het verhandelen van goederen en werk op de markt. Deze feiten ontkennen is de ogen sluiten voor de chaotische gebeurtenissen die eerlijke handel in de weg staan. Gebeurtenissen die buiten de controle van mensen vallen, leiden ertoe dat mensen de kans krijgen anderen uit te buiten en neoliberalisme biedt geen enkel middel om gebruik van te maken aan diegenen die economisch uitgebuit worden omdat het aanneemt dat zij hun lot aan zichzelf te danken hebben.

Eerder haalden we het voorbeeld aan van de klant die ervoor koos om een product te boycotten vanwege de milieu schade die het bedrijf aanricht. Uiteraard kan de klant geïnteresseerd zijn in de werkcondities, kwaliteitscontrole of milieuvriendelijkheid. Een klant kan een geïnformeerde keuze maken als alle operaties die tot de creatie van het eindproduct leiden transparant zijn en alle informatie verkrijgbaar is. Met het recente olielek in de Golf van Mexico kan iemand best wensen de “marktkrachten” te gebruiken om niet langer olie te kopen dat afkomstig is van riskante offshore olieboor platformen. Maar is de klant die benzine koopt wel in staat om te bepalen van welke raffinaderij zijn product komt, waar de olie vandaan komt? Is de klant echt in staat om de productielijn van het eindproduct terug te herleiden naar de grondstoffen en rauwe olie waar het uit gemaakt is? Een klant die een broodje koopt krijgt enkel de beste deal als hij deze vergelijkt met ieder ander broodje dat op aarde te krijgen is. Dit zijn vrij extreme voorbeelden, maar laten we dan wat meer voor de hand liggende voorbeelden nemen. Hoe kun je in een compleet gedereguleerde farmaceutische markt bepalen of de paracetamol die je aan je kind geeft is geproduceerd met een dusdanige kwaliteit dat het niet potentieel schadelijk is voor je kind? Kun je als klant deze bepaling zelf maken? Want de “onzichtbare hand” leidt de bedrijven immers naar sociale verantwoordelijkheid en duurzaamheid, de “onzichtbare hand” voorkomt dat mensen elkaar letterlijk vermoorden voor winst. De populatie van consumenten moet niet enkel bewust zijn om zich te realiseren welke monetaire waarde moet worden geplaatst, maar ze moeten ook het complexe web kennen van interacties en processen die tot het eindproduct leiden. Potentieel mogelijk, maar niet haalbaar. Mensen zouden hun gehele levens moeten besteden aan onderzoek om bedrijven die potentieel slecht of dodelijk zijn of sociale en milieu schade veroorzaken te boycotten. Kijk naar de “goedkope” producten uit China. De vrije markt heeft de banen verplaatst naar dat continent, maar kunnen enkel goedkoop geproduceerd worden door menselijke exploitatie. De praktijken die daar gaande zijn worden simpelweg niet getolereerd in het Westen, echter het gebrek aan kennis en informatie betekent dat klanten geen weloverwogen keus kunnen maken.

De rijke oligarchen die neoliberalisme propageren kunnen en zullen niet opereren in een compleet vrije en gedereguleerde wereld. Bedrijven bestaan vanwege wetten en overheden. Een soort vorm van staatsapparaat is noodzakelijk om bezittelijke rechten, de hoeksteen van kapitalisme, te waarborgen. Een soort vorm van wet tegen diefstal moet bestaan, tegen fraude en tegen copyright. In een ware vrije markt kan een artiest zichzelf niet ervan garanderen dat hij de commerciële voordelen van zijn werk krijgt, het is enkel via overheidsregulatie dat een artiest zichzelf ervan kan verzekeren dat hij geld krijgt voor de verkoop van zijn kunst.

Zonder overheidsinterventie zou het een staat van anarchie achterlaten. Neoliberalisme vraagt dan ook niet om complete afschaffing van de overheid, enkel de extractie van de wetten en overheden die de winsten van de rijke elite, de kapitalisten aantasten. Complete deregulatie van de overheid zou ertoe leiden dat neoliberalisme niet meer kan bestaan. De vrije markt ideologie leidt aan dezelfde fundamentele fout als Anarchisme. Zonder een georganiseerde structuur zullen de sterken de zwakkeren overwinnen zonder controle op hun acties. Naties en mensen bestaan of sterven ten gunste van de oligarchen, de gedeelde belangen verdwijnen en meer instinctieve menselijke gevoelens zoals angst en hebzucht nemen over. Kijk naar de hedendaagse economie als voorbeeld van wat er gebeurt als angst en hebzucht de voornaamste motivatie worden.

Tegenstand tegen neoliberalisme betekent niet noodzakelijk een extreme economische egalitarisme waarin iedereen gelijk is zoals veel neoliberalen beweren. Het is enkel een erkenning dat het bestaan een constant compromis is tussen vrijheid en samenwerking. Een welvarende samenleving moet een balans hebben tussen vrij ondernemerschap, vrije handel, en staatsregulatie en overheidsprojecten. Men hoeft geen ongelimiteerde markten te hebben voor een eerlijke en welvarende samenleving. Het economische dogmatisme is wat de wereldwijde economische crisis heeft veroorzaakt en wat het weer zal veroorzaken als het dogmatisme niet doorbroken wordt.

M Kennedy

16-07-2011 Demonstratie Giessen (DE)

Zaterdag 16 januari organiseerde de Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD) een demonstratie in de universiteitsstad Giessen. Onder het motto “Das System ist am Ende! Wir sind die Wende!” verzamelden ongeveer 200 activisten van de NW (Nationaler Widerstand) achter het station in Giessen. Een tiental Nederlandse kameraden was hierbij aanwezig om het thema te ondersteunen. 


Met deze demonstratie werd een duidelijk signaal afgegeven tegen een systeem dat verantwoordelijk is voor de economische recessie en dat onze volkeren verraden en verkocht heeft. Na de snelle ineenstorting van onze economische systemen nemen onze regeringen geen enkele concrete stappen om nog eenzelfde crisis te voorkomen. Met miljoenen aan geld van de belastingbetaler worden noodlijdende banken en staten weer “opgeknapt” zodat diezelfde banken en internationale bedrijven er weer lustig op los kunnen speculeren met het geld dat de burger toebehoord.



Namens de NPD spraken Marco Borrmann, Jorg Krebs en Daniel Krebel. Namens de Vrije Krachten gaf de Nationaal-Revolutionaire publicist Jurgen Schwab een zeer sterke toespraak. Ondanks de massale aanwezigheid van antifascistische oppositie is de demonstratie zonder noemenswaardige problemen verlopen.


zondag 17 juli 2011

De Sociale Harmonie van de Volksgemeenschap

Vandaag de dag aanschouwen wij een degeneratie van de samenleving in de Westerse landen, dit ondanks de gigantische technologische vooruitgang en de verspreiding van kennis en informatie. Het familie leven, buurt leven evenals de zelfvoorziening van de gemeenschap vallen weg terwijl gevaarlijke sociale trends, zoals het steeds groter wordende gat tussen arm en rijk, het verdwijnen van productief werk en de toename van het aantal sociale en economische buitenstaanders meer en meer duidelijk worden.

Al deze ongezonde trends komen voort uit de onbegrensde overwinning van het materialisme, waarbij het nastreven van geld de belangrijkste motivatie van de samenleving wordt. Winst en economische groei, hoe waardeloos ook, worden aanbeden  en gezien als een weg naar oneindig geluk. Egoïsme en hebzucht zijn overal aanwezig. Openbare dienstverlening is slechts een nieuw pad voor de rijken geworden. Zelfs veel liefdadigheidsinstellingen worden bestuurd door hoog betaalde managers die er een “jet set” levensstijl op na houden.

Echter in het veel gehate Derde Rijk heerste een compleet andere ethiek. Dit omdat het Socialisme in het Derde Rijk – Nationaal Socialisme – een organisch Socialisme was dat bouwde op organische en natuurlijke loyaliteit naar familie, beroep en natie en haar eisen van onbaatzuchtigheid en plicht. Dit staat in schril contrast met het internationale Socialisme – en internationaal Kapitalisme – waarbij de ethiek wordt gebaseerd op een hopeloze globalistische egalitarisme voor de massa die, gedreven door materialisme, in een constante “dog eat dog” strijd is die zij niet kunnen controleren, laat staan winnen.

De ernstige problemen die in het Westen bestaan zullen erger worden als de aanvallen op natuurlijke loyaliteit door egalitaristen en internationalisten door gaan. Voor veel mensen van ons Volk is het leven ondraaglijk en zowel magistraten als politie kunnen afrekenen met de meer en meer complexe sociale problemen.

De Duitse Nationaal-Socialisten wensten een nieuw soort van samenleving te creëren, deze noemden zij de Volksgemeenschap – de levende organische gemeenschap van het Volk. Deze werd gebaseerd op het feit dat haar leden een homogeen nationaal karakter hebben met een gedeeld erfgoed en sentiment waarin zij konden bloeien en dienen. Binnen de Volksgemeenschap zijn de kleinere homogene groepen en gemeenschappen – families, dorpen, steden, districten en beroeps organisaties die in harmonie bestaan.

Het was de doelstelling van het sociaal beleid om deze natuurlijke groepen te versterken en te beschermen en om verbindingen en begrip tussen deze groepen te bevorderen. Dit bracht met zich mee dat kunstmatige grenzen zoals klassen, provincialisme, religie en exploitatie werden afgebroken en dat de problemen rond criminele en asociale elementen die niet binnen de geest van de samenleving pasten werden opgelost. Dit hield in dat eerlijkheid en echt recht werden bevorderd, niet enkel om met de oude grenzen te handelen, maar ook zodat er geen nieuwe divisies konden ontstaan in een constant ontwikkelende economische omgeving die werd gevoed door steeds verder ontwikkelende technologische en wetenschappelijke vooruitgang.

In de Volksgemeenschap werkten Duitsers samen in harmonie en steunden zij elkaar onafgebroken in de geest van het “Socialisme van de Daad” zonder bemoeienis van de staat. 

Klassenhaat en exploitatie waren de belangrijkste plagen om te elimineren. In Duitsland en veel andere landen hadden Kapitalisten, verzwakte aristocraten, Marxisten en andere linkse haatzaaiers met opzet een kunstmatig klasse onderscheid gecreëerd om hun eigen doelen te dienen. Echter ondanks de vele decennia dat dit gevoed werd, verdween dit vergif snel zodra het Volk de natuurlijke geest van de Volksgemeenschap herontdekte.

Typisch voor deze nieuwe geest was het beleid dat het Ministerie van Propaganda van Goebbels in 1937 introduceerde, een beleid waarbij al haar werknemers twee maanden als arbeiders moesten doorbrengen om hun empathie met de arbeiders te verzekeren. De eerste zeven begonnen hun werkzaamheden op 5 mei, waar zij acht weken lang als mijnwerkers, fabriekswerkers, timmermannen of boerenarbeiders aan de slag gingen.

Het onderscheid tussen witte boorden en arbeiders werd afgeschaft. Hitler begon als eerste met het afbreken van het snobisme van de oude samenleving. Toen de nieuwe kanselarij in 1939 afgebouwd was, waren de eerste gasten die Hitler uitnodigde de arbeiders zelf die aan de bouw hadden bijgedragen. Hij verontschuldigde zichzelf voor de afmetingen van zijn nieuwe kwartier, welke werd bepaald door zijn representatieve functie als staatshoofd. Hij ontving het     “Corps Diplomatique” pas vier dagen later.

Arbeidsdienst

Een belangrijk onderdeel in het afbreken van klasse, religieuze of regionale grenzen tussen Duitsers was de Arbeidsdienst, die werd ontwikkeld vanuit  een doelloze, onsuccesvolle en oninspirerende vrijwilligers organisatie die werd gepromoot door het Weimar regime in 1931.

Het werd een niet militaire vorm van nationale diensten waar alle jeugd, ongeacht klasse of geloofsbelijdenis, samen kon werken om Duitsland haar natuurlijke middelen te verbeteren en te beschermen. Manueel werk werd gecombineerd met fysieke oefening, instructie in civiele plichten, amusement en de cultivatie van industriële gewoonten, orde, punctualiteit, zelfcontrole en een devotie voor plicht.

De dienst werd verplicht in 1935 voor jonge mannen met een leeftijd tussen de 18 en 25 jaar oud. Ze werden betrokken bij het vitale werk van landdrooglegging, zeewering, en de verbetering van landbouw land en bebossing; ook hielpen zij bij het bouwen van huizen, wegen enzovoorts.

De dienst bleef vrijwillig voor jonge vrouwen maar was alsnog erg populair; in 1938 waren er zo’n 600 kampementen voor hen. Hun principiële taak was om de lasten van overwerkte moeders in arme gezinnen te verlichten. In bepaalde gebieden waar het nodig was assisteerden zij vrouwen in huis en op het land of pasten zij op kinderen of verzorgden zij ouderen. Kampementen werden in industriële zones gebouwd zodat assistentie kon worden gegeven aan vrouwen en moeders van fabrieksarbeiders.



Sociale voorzieningen

"Er is zeer veel gedaan in de recente jaren om de condities van de arme secties van de Duitse populatie te verbeteren." C.W. Guillebaud, 1938

Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam was het land in grote economische nood en was er een breed verspreide armoede in geheel Duitsland. Door het Verdrag van Versaille had Duitsland twee belangrijke kolenvelden, haar koopvaardij vloot, koloniën, bezit en commerciële activa verloren. Ze werd opgescheept met herstelbetalingen die niet afbetaald konden worden en de zaken werden verergert door Belgische en Franse soldaten die het Ruhr gebied plunderden. Niet verwonderlijk leed Duitsland dan ook het meest onder de grote depressie van de jaren ’20, waar het nationaal inkomen ver zakte en de industriële productie met 40% terug viel in de daarop volgende drie jaar. Er waren 10.000 faillissementen per jaar. Hitler moest de problemen oplossen van een land dat op zijn minst 6 miljoen werkelozen, massale armoede, wijdverspreide burgerlijke onrust had; en geen goud of buitenlandse valuta reserves had voor handel.

Een sterke en effectieve overheid bracht orde in het land en begon direct met het aanpakken van de werkloosheid, al was dit met methodes die afgekeurd werden door internationale bankiers en onderworpen democratische regeringen. Andere zaken zoals woningbouw, gezondheid, onderwijs en landbouw werden ook effectief aangepakt door de nieuwe regering; er waren echter ook problemen met de zware armoede die de Staat op zichzelf niet kon oplossen.  
   
De meeste zaken van sociaal welzijn werden gereguleerd door de Nationaal-Socialistische Welzijn Organisatie (NSV). Dit opmerkelijke lichaam had zo’n zeven miljoen leden waaronder anderhalf miljoen vrijwilligers. Hun belangrijkste activiteiten waren de “winterhulp” en “moeder en kind”. Het was geen organisatie voor egotrippende of lucratieve gelegenheid. Het basis principe was dat de hulp niet werd gegeven vanuit liefdadigheid op een neerbuigende manier. Het werd gezien als de plicht van de gemeenschap om indien nodig assistentie te bieden om in het voortbestaan van gemeenschap als geheel te voorzien. Medeburgers werden in dezelfde geest geholpen als waarop men de eigen familie helpt. Het welzijn van de gemeenschap beruste op het welzijn van haar leden. Het ging er niet over om enkel mensen hun leven iets dragelijker te maken, maar eerder om de oorzaak van de problemen te vinden en mensen te helpen om weer onafhankelijk te worden. Deze mensen werden niet gezien als behorend tot een klasse van permanent hulpbehoevenden enkel omdat zij arm of afgeschreven waren, zoals dat in veel andere landen het geval was. Uiteraard werden mensen die hulpbehoevend waren verzorgd door de staat of de kerk, die laatste gesubsidieerd door de staat.        

De Familie
         
De familie werd beschouwd als het sleutel element binnen de gemeenschap. Haar leden waren ondergedompeld in liefde voor elkaar, steun en begrip dat generaties en seksen overstijgt. Daarom konden zij buiten de familie werken en spelen met hun leeftijdsgenoten met begrip en empathie voor hun medeburgers, binnen andere groepen, ten gunste van de samenleving als geheel. Alles werd dan ook gedaan om het familieleven te beschermen en verbeteren.

Mensen werden aangemoedigd om een gezin te stichtten door de provisie van belastingvrije huwelijksleningen die opliepen tot vier of vijf maanden om meubels en andere huishoud goederen te kopen. Deze leningen waren de eerste tien jaar niet aflosbaar en werden met 25% gereduceerd met de geboorte van elk nieuw kind. Als gezinnen kinderen kregen konden deze rekenen op genereuze belastingsvoordelen evenals veel hulp van de NSV en de nationale vrouwen organisatie.       

De zorg voor familie werd ook duidelijk in de strijd van Hitler tegen tuberculose, een hardnekkig probleem dat zijn regering geërfd had. Dit kwam vooral door slechte huizen en de armoede die voortkwamen uit het slechte beleid van de Weimar republiek. Vanaf 1933 werd deze problematiek succesvol aangepakt door een groots huisvestingsprogramma, de eliminatie van werkloosheid en het werk van de NSV. Een probleem was de onwelwillendheid van zieken om te stoppen met hun werk en goede zorg te zoeken. Omdat deze mensen voor hun familie doorwerkten werd de kans op succesvol herstel minder en de kans op meer infecties groter. De NSV zorgde er dan ook voor dat er geen economische verliezen werden geleden als er in een vroeg stadium van de ziekte behandeling werd gezocht. De NSV werd in feite de vertrouweling van de gedupeerde familie en nam de verantwoordelijkheid voor het welzijn van deze familie.    


woensdag 6 juli 2011

Economisch beleid in het vooroorlogse Italië en Duitsland

Door een “plan van nationale zelfvoorziening” wisten Fascistisch Italië en Nationaal-Socialistisch Duitsland bijna de gehele werkloosheid uit te roeien en daarbij al hun productieve middelen in een actieve rol te brengen. De Fascistische landen kenden een compleet andere planeconomie dan de Sovjet Unie. Het belangrijkste principe binnen de Fascistische doctrine was dat vrij ondernemerschap en privé bezit behouden en bevorderd moesten worden. Het was de staat die controle op de industrie uit moest oefenen in plaats van de industrie te controleren. Volgens de Fascistische theorie was de werkgever gelijk aan alle arbeiders en andere burgers, een dienaar van de staat die moet handelen in het belang van de gehele natie. De functie van de werkgever was om binnen zijn eigen bedrijf te handelen als een leider en vertegenwoordiger van de nationale economie.

Als er onenigheid ontstond tussen werkgevers en arbeiders voorzag de staat in regelingen via speciale rechtbanken die voor dit doel waren op gezet; de besluiten van deze rechtbanken waren bindend voor beide partijen. Er was dus een gelijkheid tussen werkgever en arbeider onder de wet van de staat om industriële onenigheid af te handelen. Fascistisch Italië vertegenwoordigde het principe van corporatieve organisatie gericht en gecontroleerd door de onafhankelijke staat. In het Italië van Mussolini werd de nadruk gelegd op het principe van gedelegeerde corporatieve autoriteit, met corporatieve instituties die elk hun toegewezen gebied van collectieve rechtsbevoegdheid hadden. Il Duce beweerde dat de dominantie van de functionele groep ondergeschikt was aan de coördinerende discipline van de staat.




In het Nationaal-Socialistisch Duitsland werd Dr. Schacht, Gouverneur van de Rijksbank en Minister van Economische zaken, door Hitler gedwongen om zijn grote macht over buitenlandse handel en valuta te gebruiken om de politieke invloed van Duitsland in het buitenland te versterken en een beleid van nationale zelfvoorziening of autarkie af te dwingen.         

In zowel Italië als Duitsland ging staatsbemoeienis in het economische veld veel verder dan dat het voor de wereldcrisis en depressie van de jaren ’30 ging. In beide naties dwong het element van economische problemen de staat om in te grijpen en daarmee zowel de financiële als industriële structuren te redden. De banken moesten hervormd worden met hulp van de staat. In beide landen vroeg de valuta situatie om een stugge controle op alle buitenlandse valuta operaties, uitgevoerd door de Centrale Bank namens de staat. Deze noodzaak om de valuta te beschermen leidde tot een strenge controle op de import, niet enkel van tarieven maar ook van allerhande quota’s, embargo’s en restrictieve handelsbeperkingen met andere staten. In zowel Italië als Duitsland leidde de noodzaak om te vechten tegen de werkeloosheid tot uitgebreid openbaar werk beleid en het subsidiëren van private industrieën om deze over te halen om extra arbeidskrachten aan te nemen. In beide naties leidde dit beleid tot interne monetaire expansie en pogingen om de levenskosten terug te brengen door staatscontrole over prijzen. Er werden inspanningen gedaan om de productie van voedsel thuis te stimuleren zodat de noodzaak tot het importeren van producten zou verminderen en eveneens omdat, zowel het Fascisme als het Nationaal Socialisme ernaar streefden om de boeren te beschermen tegen de catastrofale effecten van de val van de landbouwprijzen wereldwijd.

In Duitsland organiseerden de Nationaal Socialisten de arbeiders in een Arbeidsfront, waarmee de regulatie van arbeidsomstandigheden compleet onder controle van de staat viel. Echter door de Mark te behouden met de onveranderlijke waarde van goud kon geen enkele kostenbesparing een afname in export voorkomen. Onder deze omstandigheden werd het onmogelijk om nominaal op de goudstandaard te blijven zonder dat de export drastisch werd ingeperkt. Dit leidde tot een autarkisch systeem van bijna absolute bescherming voor de meeste producten van de Duitse industrie; en tegelijkertijd werd bijna complete bescherming over de Duitse landbouw uitgeroepen. Het werd onmogelijk om zonder toestemming van de Rijksbank goederen te importeren in Duitsland. Deze toestemming was moeilijk te verkrijgen met uitzondering voor onmisbare grondstoffen of met duidelijke afspraken over wederzijdse uitwisseling van producten. Onder Hitler bouwde de Duitse regering een structuur van economische controle die invloed had op elk vlak van zakelijk ondernemerschap.

Minister van Papen introduceerde een methode om kapitale investeringen te stimuleren door belastingverlaging en uitstel, dit speelde een grote rol in de heropleving van zware industrie en het terug brengen van de werkeloosheid. Het Derde rijk en de Rijksbank begonnen via subsidies ook te investeren in zakelijke ondernemingen om nieuw constructief werk te financieren. Dit economisch nationalistisch en expansionistisch beleid zorgde voor een grote afname van de werkeloosheid en een grote toename van de productie die verder ging in de constructieve industrieën dan enkel diegenen die consumentengoederen leverden. Er was een substantieel herstel binnen deze grenzen en dit herstel omvatte een voortzetting van de meest brede vormen van publieke controle. De productie kon enkel uitbreiden in die takken die zonder geïmporteerde middelen konden produceren; om het zakenleven te compenseren voor de sterke staatscontrole kregen kartels een verzekering van een beschikbare markt door restricties en verboden op nieuwe concurrerende ondernemingen. Kartels, gebaseerd op verplicht lidmaatschap, werden meer dan staatsgereguleerde monopolies op het gebied van productie omdat deze werkten op door de staat gecontroleerde kosten en verkoop via door de staat gereguleerde prijzen. De staat moest de balans vinden tussen het toestaan van winst voor de monopolies om hen aan te moedigen nieuwe investeringen te doen en het beschermen van de consumenten wiens inkomen door de staat beschermd werd tegen exploitatie van de monopolies.


De staat werd eigenaar van een groot deel van het economisch apparaat en de activiteit van dit apparaat was deels afhankelijk van regeringsbestellingen voor publieke werken, regeringssubsidies aan de industrie voor kapitaal constructie, kwijtschelding en uitstel van belasting, regeringsbewijzen, restricties en bevelen, regeringsregulatie van loon en prijzen om te voorkomen dat de koopkracht verdween, regeringsmanipulatie van buitenlandse handel en valuta, regeringsaanmoediging voor de landbouw en het drukken van nieuw geld door de regering.

In 1933 kwamen de Nationaal-Socialisten aan de macht als de uitgesproken vijanden van het groot kapitaal en de vrienden van de kleine man en de Duitse arbeider die werd onderdrukt door de grote kapitalistische trusts. De NSDAP was de verstokte vijand van het Marxisme maar was de vertegenwoordiger van een Nationaal-Socialisme dat het belang van het gehele volk ver wist verheffen boven sectionele belangen. De boeren en arbeiders profiteerden van het Duitse economisch beleid; omdat de Nationaal-Socialisten een zelfvoorzienende voedsel productie in Duitsland wilden realiseren, dit was niet mogelijk zonder de boer profijt te geven van hoge prijzen voor zijn productie. De industriële productie nam sterk toe nadat de Nationaal-Socialisten aan de macht kwamen en meer en meer arbeiders van werk werden voorzien. De vraag naar werk werd omhoog gehouden door publieke werken. Wegen werden in grote mate aangelegd evenals vliegvelden; veel energie werd gestopt in het ontwikkelen van de luchtvaart.

Om immuniteit te verkrijgen voor een internationaal boycot van Duitse goederen die konden dienen als middel om de bevolking te laten verhongeren, werd de thuisproductie van Duitse etenswaren sterk verhoogd. Walter Darre, minister van landbouw voerde dit programma uit. Het was ook noodzakelijk om het land meer zelfvoorzienend te maken voor essentiële grondstoffen en de voorraad van vreemde valuta in Duitsland te gebruiken om materialen op te slaan die Duitsland niet binnen haar grenzen kon verkrijgen. Om deze noodzaak zo klein mogelijk te houden werd er veel geld besteed aan intensief onderzoek naar in eigen land geproduceerde substituten. Import werd beperkt tot een minimum en bepaalde goederen en substituten zoals rubber en brandstof werden in Duitsland vervaardigt in plaats van te importeren zoals men eerder deed. Dit proces van vervanging leidde tot een nieuwe constructie van kapitaal en zorgde voor handel voor enkele van de investeringen die plaats vonden om de expansie van economische activiteit te waarborgen. De interne expansie van de Duitse economie werd behouden door de stimulans in investeringen door de actieve vervanging van export goederen voor eigen geproduceerde substituten. De werkgever verspilde zijn winsten niet aan import of hamsterde deze niet, maar de staat leende deze winsten en investeerde in publieke doeleinden.

Terwijl de efficiëntie van de productie steeg nam de koopkracht verder toe. De Nationaal-Socialisten wensten een hoge levensstandaard en voorzagen hierin door de lonen te verhogen, de prijzen te verlagen en een verzoenende autarkie te realiseren met hoge winsten en een hogere efficiëntie in de productie. De Duitse regering deelde met vroege Nationaal-Socialistische theoretici zoals Gottfried Feder het Nationalistische vooruitzicht en de vastberadenheid om de werkeloosheid sterk terug te dringen.