woensdag 8 juni 2011

De Gelijkheidsmythe

Elk tijdperk heeft zo haar eigen funderende legende, een onderliggende mythe die de tijdsgeest van die periode reflecteert. Diegenen die momenteel in het huidige Westen leven, leven in de schaduw van de Gelijkheidsmythe. Onze politieke en sociale instellingen werken vanuit de veronderstelling dat mensen fundamenteel gelijk zijn en dat alle ongelijkheden in de realiteit aberrant zijn en daarom dwingend moeten bijgestuurd of hersteld worden. Aanwerven, ontslaan, huren, toegang tot instellingen,… zelfs onze spraakpatronen, allen zijn ze bepaalt door egalitaire principes. We verafgoden de kampioenen van de gelijkheid als heiligen van de rationaliteit en demoniseren de tegenstanders ervan als zijnde achterlijk of als schurken met autoritaire sympathieën. Wat zijn de wortels en de resultaten van die Gelijkheidsmythe? 




Gelijkheid: oorsprong van een mythe

Gelet op de manier waarop de Gelijkheidsmythe wordt verpakt en aan de man gebracht, zijn haar wortels toch enigszins verrassend. Ondanks te worden voorgesteld als het product van het Verlichtingsrationalisme, en de “logische” keuze te zijn van de rationeel denkende mens, is egalitarisme niet geworteld in wetenschappelijk bewijs of rationeel onderzoek, maar wel in de christelijke theologie en metafysica. Inderdaad, empirische realiteit en wetenschappen blijven de voornaamste struikelblokken voor egalitaire denkers, want zij onthullen dat mensen NIET gelijk zijn, maar daarentegen sterk variëren in aanleg, geschiktheid, vaardigheden, enz…

De simpele realiteit is dat sommige mensen meer geschikt zijn dan anderen en dus, praktisch gezien, superieur zijn in vergelijking met hen die minder begiftigd zijn. Met als resultaat dat egalitaristen genoodzaakt zijn hun toevlucht te zoeken tot essentieel metafysische argumenten, namelijk dat alle mensen een gelijke “morele” en “spirituele” waarde en essentie hebben, en bijgevolg een gelijke behandeling verdienen. Deze veronderstelling is uiteraard niet gebaseerd op rationele argumentatie en observatie, maar wel in de christelijke Heilige schriften en wordt afgeleid van de notie dat alle mensen gelijk zijn voor God (zie Galaten 3:26-29, Akten 10:34-35-17:26).

Uiteraard botst dit met de sluier van het rationalisme waarin de egalitaristen zich graag verhullen, en het verklaart waarom egalitaristen zo afkerig staan tegenover het introduceren van empirische bewijzen voor hun stellingen, terwijl etnische nationalisten, racialisten, anti-feministen,… en andere differentialisten hun beweringen kunnen staven met statistische en empirische gegevens.

Sociale gevolgen van de Gelijkheidsmythe

Er zijn uiteraard gevaren inherent aan het niet kritisch aanvaarden van mythen, en de Gelijkheidsmythe is daar geen uitzondering op. De vertakkingen van het egalitarisme zijn manifest en veelvuldig. De Gelijkheidsmythe bestraft de getalenteerden en schept een maatschappij van middelmatigheid. Superieure mensen, de meest capabele en meest getalenteerde mensen worden voortdurend tekort gedaan door pogingen om inferieuren te bevoordelen (bijvoorbeeld via positieve discriminatie). Iemand die uitblinkt wordt verdacht, en wordt zeker niet beloond. Het eindresultaat is een “gelijkheid” in de vorm van uniforme middelmatigheid, een situatie die zowel contraproductief als onnatuurlijk is (evolutie kan pas echt bij differentiatie, hiërarchie en vooruitgang van superieur leven).


De gelijkheidsmythe leidt tot degeneratie van waarden en idealen. Eer, trouw en transcendentie zijn aristocratische eigenschappen, ze behoren tot superieure mensen, en hebben bijgevolg geen plaats in een maatschappij van “gelijken”. Het resultaat is, niet verrassend, sociaal verval. Gebroken gezinnen, gebroken families, misdaad, zedenverwildering, kortzichtigheid, hebberigheid, dat zijn de vruchten van het egalitarisme. Ook kunst is aangetast door de kwaadaardige hand van het egalitarisme, want een egalitaire maatschappij richt al haar energieën naar pacificatie en aanbidding van de Gemiddelde Mens (in wiskundige termen de laagste gemeenschappelijke deler). Het resultaat is betekenisloze “kunst” die tendeert tot shockeren of vulgariteit.

De waarheid is uiteraard dat zoiets als “gelijkheid” niet bestaat. Mensen zijn verschillend, niet gelijk. Bijgevolg verdienen mensen geen gelijke behandeling maar wel volgens hun mogelijkheden, vaardigheden en hun waarde voor de gemeenschap. De gevaarlijke, irrationele Gelijkheidsmythe moet verworpen worden, want het is uiteindelijk niks meer dan een sociale kanker die het weefsel in een beschaafde maatschappij wegvreet.



dinsdag 7 juni 2011

Actie verslag 04-06-2011: “Tag der Deutsche Zukunft” Braunschweig/Peine

Zoals bovenstaand al gemeld, reisde enkele activisten deze dag af naar de BRD om mee te demonstreren onder het thema “Dag van de Duitse toekomst – Ons signaal tegen vervreemding”. Dit ten eerste omdat het thema op meerdere manieren opgevat kan worden en dus aantrekkelijk was voor genoemde activisten om, welk motief dan ook, te komen. En ten tweede om onze verdere solidariteit te tonen en de kameraadschap uit te breiden. Ondertekende reisde met “onze” kleine groep, vanaf Dortmund, mee met de AN Dortmund (Autonomen Nationalisten). Aangekomen op het verzamelpunt treffen we de circa. 30 kameraden waarbij snel de reis naar de grenzen van oost-Duitsland begon. In de totale heenreis van circa. 4 uur, bleef alles rustig op een verjaag actie van de AFA na. Deze stonden met 15 man te wachten op een tussenstation, waarbij voor beide de verrassing van elkaar groot was. Maar gelijk na het inzien, besloten zei het hazenpad te kiezen door zonder na te denken over de spoorweg te rennen, recht de bossen en industrieterrein in. Na dit kleine “opstootje” vervolgde de reis verder langs steden als Hannover, waarbij vele haltes de trein met meer reizende kameraden werd gevuld, zo richting ons eindstation Braunschweig.

Rond 12en aangekomen, begonnen alle welbekende kenmerken van het (huidige) NW (Nationaler Widerstand) weer. Een treinstation vol “Bullen” (Politie/Me etc.), die de beweeg ruimte, zoals altijd, weer streng in perken hield (denk hierbij aan de gebruikelijk agressieve uitstraling, opname apparatuur, expres langzaam handelen qua vooruitgang etc.). Om dit alles nog beter te maken, speelde de absurde hitte ook een nadelig factor. Voor de politie als grootte irritatie en voor de kameraden een vermoeidheid, waarbij we nog terug komen. Na door de tent gekomen te zijn, waarbij weer de warrige regels gelde, kwamen we een afgezette parkeerplaats naast het station, met maar een minimaal aantal nieuwsgierige burgers. Omdat het hier ging om een kleine manifestatie, vanuit het NPD geregeld, met een muziekband en enkele speeches bleef de opkomst beperkt tot rond de 150-200 man waarvan de meeste kwamen uit de AN scene en de “Freie kameradschaften”.



Om te beginnen stond er op het plein een “vrachtauto” met daarin een open zij-ruimte voor de band. Gelijk werd daarom heen een grootte cirkel gevormd, waarbij de ruggen goed gericht stonden naar de media toe. Ondertussen kon men bij enkele wagens nog water en merchandise aanschaffen. Na dit alles volgde al snel het voorwoord waarin alle regels en verboden tekens en parolen werden gemeld. Hierna volgde de toespraken van de twee bekende Duitse kameraden. Eerst Dieter Rieflin, waarbij daarna Axel Reitz volgde. Alle legde ze de reden van dit thema uit. Ook kwam er nog een begroeting van een andere kleine groep activisten uit de Nederland vandaan. Daarna volgde de (voor ondertekende een onbekende) RAC/NSHC band Selection waarover de mening heel verdeeld kan zijn over het “geluid” ervan (muziek en politiek moeten twee totale aparte dingen zijn, en dus in ondertekende ogen totaal onbelangrijk voor deze dag, waarbij daarover alles nu gezegd is). Tot, voor vele deelnemers, vervelends toe duurde het wachten op de werkelijke demonstratie die zou plaats vinden in Peine veels te lang. Uren gingen voorbij in de brandende zon waarbij elke vorm van verplaatsing onmogelijk was gemaakt. Uiteindelijk kwam dan de verzameling en rijen vorming ten pas waarbij even de nodige tijd was voor de deelnemers om nieuwe kracht te vinden. Dit uiteraard strategisch gedaan door de Politie. Onder zwaar toezicht werden we via het station weer de trein in begeleid waar de reis naar Peine toe volgde. Ook maar een moment is noemenswaardig in de reis van 20 minuten. Omdat de actiegroepen van het NW door de strenge Politie in de trein werd gehouden op een tussenstation, was dit een kans voor een jonge, op komst komende “Rotfrontkämpfer”, knul van de Antifa om eens, onder begeleiding van zijn ouders, even flink ze middelvinger op te stekken. Iets waar hij misschien later spijt van had...

Toen kwamen we aan op het station Peine waar dan eindelijk de demonstratie zou plaatsvinden. Ondertussen was het al rond 4en, maar de overige kameraden hadden zich daar ook al “verzameld” waarbij het totale aantal deelnemers tot 700 manskracht zou bedragen. Het beloofde wel gelijk na het uitstappen op wat interessants, omdat er op bruggen en zijstraten vele omstanders en tegendemonstranten stonden verzameld, waarvan een grootte “Gewerkschaften” (vakbonden) groep pal voor “onze” neus, wachtend op onze komst. Maar zoals eerder gemeld dit alles onder zware toezicht van de Politie, waardoor geen enkele confrontatie plaats kon vinden. Weer in de brandende zon gezet moest het NW weer een uur wachten voor het station. Wederom vraagde dit veel kracht en pit. Uiteindelijk werden weer de rijen, spandoeken en vlagen gevormd en begon zo de demonstratie door de straten van Peine. De bekende parolen klonken heen en weer en het was duidelijk dat het NW er was. Helaas na een half uur kwam de “rust”en de volgende speeches weer. Wat ook gelijk al de helft van de route was. Dit alles gebeurde op een klein midden in de stad, omringd door kroegen en uitgaanscentra, en enkele toeschouwers. Gemeld moet worden dat de “Bullen” goed gezind waren en de kameraden wel de horeca in lieten gaan voor de nodige verfrissende drankjes. En waarbij de discipline werd gehouden van de kameraden, door geen enkel alcoholisch drankje te nemen.



Ook hier stond weer de bekende “vrachtauto” met een, jaja, nieuwe muziek band genaamd Fylgien. Wederom geen commentaar erover. Kort spraken de twee eerder genoemde kameraden weer, met als laatste de “radicale” Sven Skoda. Tevens probeerde een groep tegendemonstranten via een, “slecht” gecontroleerde straat de confrontatie op te zoeken, waarbij de kameraden snel reageerde en hun wisten te verjagen. Uiteraard drong de Politie des betreffende alle weer agressief terug het plein op. Na weer circa. een uur gewacht te hebben, volgde het tweede gedeelte van de demonstratie. Deze keer ook een schatting van een half uur. Door het vele stilzitten en de warme zon, zat erop de terug weg naar het station helemaal geen pit en energie meer in voor de activisten. Een “piece of cake” voor de Politie zo op deze manier.

En zo aangekomen op het station werden de wegen en richtingen van vele kameraden gescheiden door de treinen, en zo reisde ondertekende groep weer richting Dortmund (Nordrhein-Westfalen). De terugreis was met een gezellige sfeer te omschrijven, mede omdat de Politie aanwezigheid na enkele stations al afwezig was. Ook kwamen we de heldhaftige jonge Antifa van eerder tegen in zijn eentje in een van de trein wagons. Alleen medelijden kon ontstaan voor dit doodsbange en laffe figuur. Tevens was er nog een “Sport Frei” moment met de Antifa aanwezig op een overstap station, waarbij we niet verder ingaan i.v.m. dat de Staat mee kijkt op het internet, en dit los staat van het activisme die dag. Eenmaal met een zware reis waren “wij” rond 1en in de ochtend van zondag pas terug in Dortmund, waarbij de reis naar huis begon.


Ook is er uiteraard genoeg kritiek op deze dag te drukken, aangezien het positievere gedeelte al bovenaan staat. Veel gaat wederom om de zelfde terugkerende ergernissen binnen het activisme in het NW. Grotendeels is besteed aan de schaap-houding van de demonstranten. Aangekomen op het station word netjes naast de Politie gelopen, waarbij geen enkel verzet zichtbaar is tegen de staat, die als de ware vijand word gezien. Alsof het een leuke dagje uit moet voorstellen, waarbij alles goed moet verlopen. Uiteraard is dit in vele interne kringen al ter discussie gesteld in de beweging. Ook de toespraken werken vaak tot vervelends toe. Dit mede om de zware vrijheid van meningsuiting binnenin de BRD, en de kans op vervolging voor “Volksverhetzung”. Maar dit gaat dan wel ook vaak gecombineerd met kritiek punt één. Grootse woorden en “peptalk” als de val van het BRD systeem, de groeiende Nationalistische jeugd, de revolutie en de overwinning zijn orde van de dag. Maar de activisten moeten uiteraard zelf ook weten dat jaar voor jaar het deelnamen inkrimpt (Zie bijvoorbeeld de jaarlijkse Antikriegstag met in 2008 1200 deelnemers tot vergelijking met de 800 in 2010). Dit omdat het systeem, de BRD, nog steeds de hand heeft. Omdat de jeugd of niet groeit, of nog zwijgt en omdat er totaal nog geen echt “nationaal verzet” te bespeuren is dat een revolutie kan worden (alsof het Midden-Oosten op dit “kleine niveau” zit?) of zelf een overwinning! Uiteraard zal het wel gaan om de nodige aanmoedigen en de vasthouding van de hoop voor de kameraden.

Met dit alles bovenstaande is alles voor deze dag gezegd. Ondanks de nodige kritiek moet dit geen argument zijn om niet of minder vaak te komen in zowel binnenlandse als buitenlandse demonstraties. Zoals mooi gezegd die dag “Wahrheit macht Frei!” en eens zal de dag voor de vrije baan der bekwame komen.

Een demonstrant

maandag 6 juni 2011

De macht van lobbygroepen in de Europese Unie

Menig Europeaan kent de Europese Unie alleen als maker van “absurde” regels over bijvoorbeeld de breedte van tractorbanden, hoe het uniform van brandweermannen eruit moet zien of de grootte van de ingevoerde bananen. Slechts weinig mensen zijn er zich van bewust dat de Europese Unie regels en wetten maakt omtrent zakelijke en economische hervormingen die ons allen aangaan. Sinds de invoering van het verdrag van Lissabon zijn wij als land ons laatste beetje soevereiniteit kwijt. We hebben te luisteren en ons te onderwerpen aan de wil van de Europese Unie. Deze wordt door de Nederlandse politici altijd iets strenger doorgevoerd dan noodzakelijk is. Hoe meer politieke invloed de Europese Unie krijgt omtrent de besluitvorming op globaal niveau en hoe meer beleidsgebieden het beslaat des te interessanter het wordt voor lobbygroepen. 

Er is over het algemeen nooit veel interesse vanuit het Nederlandse Volk geweest voor de Europese Unie en haar beleidsmakers, wat ook wel te zien is aan de opkomst voor de Europese verkiezingen. Te veel mensen gaan er immers ten onrechte nog vanuit dat de tweede kamer de wetten en regels voor ons land maakt.

Jaar
Opkomstpercentage
1979
58,1
1984
50,1
1989
47,5
1994
35,7
1999
29,9
2004
39,3
2009
36,7


Europarlementariërs

Ook sommige leden van het Europese Parlement lijken zelf totaal ongeïnteresseerd in hun werk als Europees beleidsmaker, zolang ze hun loon maar ontvangen. Terwijl velen actief aanwezig zijn, zijn anderen vrijwel nooit present. Het is natuurlijk wel af te vragen tot in hoeverre de leden beseffen waar ze daadwerkelijk mee bezig zijn. Stemmingen (voor nieuwe wetten en regels) bestaan over het algemeen uit dusdanig veel onderwerpen dat de leden van hun assistenten een lijst meekrijgen. Al is het alleen maar om van wat werk af te komen. Het grote probleem hierin is wel dat juist door het je gemakkelijk ervan af te maken en niet zelf onderzoek te doen, ze vaak geen idee hebben van de negatieve gevolgen van de beslissingen die ze nemen of de beleidsvoorstellen die ze doen. Lobbygroepen weten hun punt natuurlijk altijd zo goed mogelijk voor te stellen en de nadelige gevolgen te bagatelliseren. Je kunt er gewoonweg niet vanuit gaan dat een lobbygroep objectief is, daarvoor staan er te veel (eigen)belangen en te veel geld op het spel.

Maar terwijl vanuit de “gewone” mens er steeds minder interesse lijkt te zijn voor de Europese Unie, ondanks zijn immer groeiende invloed op ons dagelijkse leven, des te meer aandacht hebben lobby groepen en het groot kapitaal interesse voor de besluitvorming in de Europese Unie. Zij worden dan ook steeds actiever in de Europese hoofdstad zich richtend op de kerngroep van parlementariërs die wel aanwezig zijn om de Europese wetten en regels te dicteren.

Bedrijven weten welke parlementariërs “beïnvloedbaar” zijn voor hun zaak en zullen daar dan ook gretig gebruik van maken. Lobbyisten bouwen met de betreffende persoon een band op wetende dat ze hun amendementen ter stemming zullen brengen. Vele Europese parlementariërs zijn “lui” of gewoonweg niet geïnteresseerd, ze maken wetten betreffende zaken waar ze niks van af weten en zich ook niet in zullen, willen of kunnen verdiepen.

Lobbyisten

Van de groot industriëlen, tot Big Pharma, tot de kaarsenmakers associatie, tot de unie van aardappelmeel fabrieken, tot de associatie van karton industrieën er is geen enkele lobby groep niet vertegenwoordigd in de “hoofdstad” van de Europese Unie.

Als je iets wilt bereiken in Brussel heb je een kantoor in de stad nodig. Momenteel zijn er tussen de 15 en 20.000 lobbyisten actief in Brussel en zij nemen met hun kantoren 3.5 miljoen vierkante meter aan ruimte in. Na Washington is Brussel de lobbyisten hoofdstad van de wereld.

De relatie tussen parlementariërs en het groot kapitaal raakt steeds meer verweven. Lobbyisten in Brussel genieten veel meer vrijheden dan de lobbyisten in bijvoorbeeld Washington. Daar zijn de leden van het congres gebonden aan strikte regels die hen verbieden om gratis reisjes of diners aan te nemen. Lobbyisten zijn daar verplicht iedere drie maanden openbaar te maken hoeveel ze uitgegeven hebben, wie ze hebben gesproken en wat daar besproken is. Deze informatie wordt op internet geplaatst met alle details en namen erin vernoemd.

Lobbyisten in Brussel spenderen jaarlijks naar schatting ongeveer 1 miljard euro om de parlementariërs te beïnvloeden. In tegenstelling tot Washington is er binnen de Europese Unie geen transparantie over hoe dat bedrag precies wordt besteedt of hoe het wordt gebruikt. De Eu commissie wil hier wel een register over aanleggen maar hieraan meewerken is op vrijwillige basis. Geen controle betekent geen restricties.

Het is officieel dan wel verboden om de Europese Parlementariërs “om te kopen”.De lobbyisten mogen wel “onder bepaalde omstandigheden” de assistenten van parlementariërs geld “geven” zolang de parlementariërs de bedragen maar vrijgeven in hun jaarlijkse financiële rapporten. Omkoping is echter op meerdere manieren mogelijk dan alleen de parlementariërs cash geld te geven. Een verbod op het geven van geld houdt corruptie dus ook niet buiten de deur.

Sommige van de verkozen leden en vertegenwoordigers van de Europese commissie zeggen dat een nauwe werkrelatie met lobbyisten hun snel toegang geeft tot “geïnformeerde meningen” vanuit verscheidene oogpunten omtrent de onderwerpen waar dra over gestemd wordt. Het is dan ook niet ongebruikelijk dat Europese parlementariërs nauwe banden onderhouden met lobby groepen of individuele lobbyisten.

Advocaten van bedrijven en industrieën schrijven ook steeds vaker de amendementen die Europese parlementariërs tot wetten maken omtrent allerlei onderwerpen zoals giftige chemicaliën tot hedge fund speculaties. Dit wordt steeds meer de standaard gang van zaken in Brussel. De meeste parlementariërs hebben hier geen enkel probleem mee zolang ze het idee maar hebben dat ze hun naam zonder “problemen” eraan kunnen verbinden. Al dan niet na enige “persoonlijke” revisie.

Grote spelers op de lobbymarkt

De grote spelers op de lobbymarkt zijn in principe onder te verdelen in drie groepen. Te weten;
De banken lobby
De farmaceutische lobby
En de grote industriëlen.
De leden van de individuele lobbygroepen hebben een dusdanige invloed binnen de Europese Unie en de individuele landen dat ze zelfs op goede voet staan met de gezaghebbers van de landen en de unie. De omgang vindt op amicale basis plaats, zo goed kent men elkander en zo vertrouwd zijn de leiders ook met de lobbygroepen.

De financiële wereld heeft veel invloed binnen de Europese Unie immers geld betekend macht. De banken lobby in Brussel heeft er voor kunnen zorgen dat nu bijna 4 jaar na de financiële crisis er maar 3 Europese wetten doorgevoerd zijn om het bankwezen en de financiën te reguleren. En dit is volgens sommige experts en zelfs sommige ambtenaren een bescheiden succes, op bepaalde gebieden zijn de successen van deze lobby nog groter. Zelfverrijking, consumentenbedrog, oplichting en onverdiende bonussen zijn nu nog steeds aan de orde van de dag.

De European Federation of Pharmaceutical Industry Associations oftewel Big Pharma is enorm effectief op Europees niveau. Op allerlei manieren probeert Big Pharma haar producten en diensten onder de aandacht te brengen van de Europese beleidsmakers en de opinieleiders. Immers wat een regering of overheid roept, wordt over het algemeen als ‘waarheid’ beschouwd. Kijk maar naar de algemene paniek rond ziektes als H1N1, SARS en de vogelgriep. Ziektes die naar gelang de ophef en paniek erover helemaal niet zo veel impact hebben gehad op de samenleving als voorspeld. Ondertussen heeft Big Pharma wel weer veel geld verdiend aan de verkochte medicijnen en vaccinaties.

Een van de bekendste industriële lobbygroepen is de Europese Ronde Tafel van Industriëlen oftewel het ERT. Deze bijzondere lobbygroep herbergt de elite van de Europese grootindustrieën. Men kan niet zomaar lid worden van deze groep, men kan hier enkel voor geselecteerd worden. Maar ook industriële groepen zoals UNICE hebben veel macht binnen de Europese Unie. De ERT oefent zijn gezag uit door aan de EU de oprichting van een “officiële” commissie te vragen waar naast de industrie ook Europese topambtenaren, zogenaamde “onafhankelijke” academici en mensen van de vakbondstop in zetelen. De ERT is de initiatiefnemer achter verscheidene van zulke comités geweest, zoals die omtrent de Euro (AMUE), het hoger onderwijs (CRE) of transport (ECIS).  Deze comités komen altijd tot de door de ERT gewenste conclusies.

Waarom deze lobbygroepen zo invloedrijk zijn is vrij simpel. In de neoliberale tijden waar we vandaag de dag in leven draait alles om geld en macht. Het is voor de Europese markt belangrijk om binnen de geglobaliseerde wereld investeringen van toonaangevende bedrijven aan te trekken. Gezien deze lobbygroepen de grootste en machtigste bedrijven behelzen, hebben ze dus automatisch veel macht en anders gebruiken ze wel listige methodes om hun doel te bereiken; miljoenen/miljarden contracten in de wacht slepen zonder beperkingen of regels.


Denktanks

Beïnvloeding vindt ook plaats via de zogenaamde denktanks zoals het CEPS of Bruegel. Leden van het centrum voor Europese politieke studies (CEPS) en Bruegel krijgen geld van bedrijven “om hun gemaakte kosten te dekken” inclusief individuele salarissen volgens ingewijden tot wel 200.000 euro. Een kwart van de stemgerechtigde leden van het CEPS komen uit het bankwezen. Bruegel kreeg meer dan 800.000 euro, bijna een kwart van het totale budget, van bedrijven zoals de Duitse bank en Goldman Sachs. Beide denktanks beweren dat het verkregen geld geen invloed heeft op hun meningen en opinies. Hun meningen en opinies die vaak vorm geven aan het Europese beleid.

Bedrijven sponsoren zelfs specifieke rapporten die hun soms wel tot 150.000 euro per stuk kosten. Gerespecteerde academici worden zelfs ingehuurd, voor ongeveer 5000 euro per dag, voor zulke onderzoeken om het extra “geloofwaardigheid” te geven. Bedrijven laten onderzoeken doen en als de uitkomst hun niet bevalt, passen ze gewoon bepaalde gedeeltes aan of ze publiceren ze simpelweg niet. Alles om de parlementariërs te beïnvloeden. Want als “omkopen” op de conventionele manier niet werkt moet je toch wat anders verzinnen. De betreffende rapporten worden geregeld gebruikt door de denktanks zoals het CEPS.


Conclusie

Niet iedere lobbygroep is slecht, er zijn ook lobbygroepen voor bijvoorbeeld arbeidersbelangen, dierenwelzijn en natuur. Deze hebben alleen bij lange na niet dezelfde invloed als de lobby big shots. De Europese Unie in de huidige vorm met zijn niet transparante, open en corruptiegevoelige natuur komt de Europese landen haar bevolking niet ten goede, enkel het groot kapitaal.

Regels omtrent het lobbyen zou de zogenaamde democratische besluitvorming binnen de Europese Unie zeker ten goede kunnen komen. Daarbij wel uitkijkend dat men niet vervalt in bureaucratisch geneuzel waar niemand wijzer van wordt en niemand wat mee opschiet. Alleen Duitsland en het Verenigd Koninkrijk kennen momenteel regels om het lobbyen in “goede” banen te leiden.

Het ligt nu eenmaal in de menselijke aard dat zodra er geld en macht ergens bij komt kijken dat men hebzuchtig wordt en steeds meer en meer en meer wil. Corruptie is dan ook een groot probleem binnen een niet transparante supranationale institutie als de Europese Unie. Ze hoeven immers aan niemand verantwoording af te leggen. Het volk die de parlementariërs hoegenaamd democratisch gekozen heeft, gaat ook niet op zijn strepen staan en roept het Europese parlement ook niet ter verantwoording.

Zolang wij blijven geloven dat de Nederlandse regering daadwerkelijk de “macht” in Nederland heeft en wij niet opkomen voor onze rechten en onze soevereiniteit geven wij zelf de lobbygroepen die over het algemeen alleen de belangen van het groot kapitaal,de echte Europese machthebbers, dienen de macht over ons leven, onze toekomst en de toekomst van onze kinderen!


Auteur: Lidewij

zondag 5 juni 2011

Sociaal Revolutionair Nationalisme

Veel mensen associëren de term Socialisme met linkse intellectuelen, Communisten en/of vakbondsleden. De trieste waarheid is echter dat links zich het woord “Socialisme” volledig heeft toegeëigend en het misbruikt voor hun meer onheilspellende motieven. “Socialisme” betekent voor de gemiddelde Marxist de promotie van minderheden boven de meerderheid en de samenleving als geheel. Linkse organisaties proberen de arbeidersklasse aan te spreken, het voornaamste objectief achter een dergelijke ideologie is echter het verlangen om te verdelen en te heersen.


In andere woorden proberen zij door zogenaamde “onderdrukte minderheden” te steunen verdeeldheid te zaaien tussen de algemene leden van de samenleving. Zij zien erop toe dat zij de enige zijn die de banier dragen waar degeneratie en abnormaliteit een veilige haven kunnen vinden ver weg van de oprukkende ontberingen van normaliteit. Dat de samenleving nog verder degenereert kan men simpelweg zien aan het feit dat Communisten regelmatig met gemak ongeveer twee tot drieduizend protestanten op de been krijgen, dit zien we met regelmaat in Duitsland bij antifa demonstraties. Door alle minderheden, sociaal onaangepasten en ieder ander met een afwijking te verzamelen kunnen deze activisten de meerderheid tot compromissen dwingen. Maar feitelijk is dit de heerschappij van de minderheid in zijn meest pure en vervormde verschijning.




Het valt niet tegen te spreken dat Socialisme een integraal onderdeel is van het Nationalistische credo. Wie de essentie van de sociale sfeer scheidt van het concept der natie, ontkent dat het juist het volk is die het toestaat dat de natie kan bestaan. Zonder volk kan er geen natie zijn en zonder natie kan er geen volk zijn. Het is absoluut zeker dat wij niks gemeen hebben met de bankroete legioenen van modern links, maar wij hebben evenmin iets gemeen met modern rechts. Nationalisme heeft feitelijk niks van doen met rechtse politiek; rechts is net zo min Nationalistisch als haar tegenhanger links. Zowel Communisme als Kapitalisme zijn twee koppen van hetzelfde beest. Als Revolutionair Nationalisten hebben wij niks met het lege filosofische materialisme en verwerpen wij beide zijden van het systeem. Wij voeren oppositie tegen zowel de Reactionairen als de Roden omdat wij oprechte Sociaal Nationalisten zijn.


De doctrine van het Sociaal Nationalisme werd onder andere gepropageerd door de gebroeders Strasser die in 1920 lid werden van de NSDAP. Uiteindelijk werd deze partij geleid door Adolf Hitler die in zijn streven naar absolute macht de idealen van het Sociaal Nationalisme verraadde. Door veel zogenaamde Nationalisten wordt iedere kritiek op Hitler beschouwd als pure ketterij. Maar niemand kan het feit ontkennen dat het pragmatische beleid van Hitler er niet toe leidde dat de Duitse kapitalisten en het rechtse establishment werden veroordeeld en aangepakt.                           


De gebroeders Strasser binnen de NSDAP waren dan ook regelmatig verwikkeld in een ideologische oorlog met Hitler, die weigerde om decentralisatie van de staatsmacht door te voeren. In 1925 weigerde Hitler “De structuur van Duits Socialisme” van Otto Strasser door te voeren en hield hierbij vast aan het 25 punten programma van Gottfried Feder. Echter zelfs zonder de radicale ideeën van Strasser door te voeren was het 25 punten programma van Gottfried Feder nog steeds niet te verenigen met Hitler zijn reactionaire verbond met Kapitalistische financiers. Dit leidde ertoe dat veel van de grondbeginselen van het Nationaal-Socialisme niet volledig werden ingevoerd en het Kapitalisme deels nog in stand werd gehouden.


Gregor Strasser zei over het Kapitalisme; “Het Kapitalistisch systeem met haar uitbuiting van de economisch zwakkeren, met haar diefstal van de arbeidskracht, met haar onethische weg om de mensen te beoordelen op het aantal van dingen in plaats van op interne waarde en verwezenlijkingen, moet vervangen worden door een nieuw en eerlijk economisch systeem, het Duitse Socialisme.“ Otto Strasser stelde vervolgens; “Een alternatief voor de bankroete volksvreemde “oplossingen” die Communisme en Kapitalisme bieden is de politieke representatie van partijen, ambachten en beroepen gebaseerd op ons oude Gilde systeem.”


Otto Strasser stelde een drie punten programma op voor de industrie en de arbeiders:

1.      Er zal in tegenstelling tot de klasse van Kapitalisme een landschap van managers ontstaan. Welke, ongeacht welvaart of afkomst, een functionele aristocratie zullen vormen, die dankzij de methoden van haar selectie kunnen worden gezien als de “kapiteins van de industrie” of de “onderofficieren van het economisch leven.”

2.      De onteigende klasse van proletariërs zal verdwijnen en vervangen worden door volledig bevoorrechte arbeiders, die direct en indirect participeren in hun werkplaats. Zij zullen niet langer de objecten van de economie zijn maar de onderwerpen ervan.

3.      De relatie tussen staat en economisch leven zal radicaal worden aangepast. De staat zal niet de hoeder en politieman van het Kapitalisme zijn, noch zal het een dictator zijn wiens bureaucratie de zweep slaat die arbeiders tot het uiterste drijft en hen naar hun taken voert; het zal een vertrouweling van de consument worden en daarom veel invloed hebben, maar enkel binnen en naast de zelfbeschikking van de werkende producenten.


Ondanks het gezond verstand van het Strasserisme blijft de lijst van contradicties onder het beleid van Hitler doorgaan. Het resultaat, nadat Hitler weigerde om rechts te veroordelen, was uiteindelijk een imperialistische strijd met de rest van Europa die leidde tot de onderdrukking van niet-Germaanse cultuur en traditie in een zoektocht naar een Groot Duitsland.




Programma punt 16 van de NSDAP beloofde een vernietiging van grote winkelketens en zei op te komen voor de belangen van de kleine winkelhouder. Echter terwijl Strasseristische SA mannen actie voerden tegen de grote winkelketens en mensen opriepen om de kleine ondernemers te steunen, maakte Hitler een einde aan deze anti kapitalistische activiteiten. Een grote winkelketen financierde immers de zuidelijke tak van de NSDAP en Hitler wilde zichzelf niet vervreemden van zijn geldschieters.



In programma punt 17 werd uitgelegd dat er een eind zou komen aan de heerschappij van grote landeigenaren en dat er het gebied verdeeld zou worden onder de uitgebreide boeren gemeenschap. In de jaren ‘20 van vorige eeuw was meer dan 20% van Duitsland bezit van minder dan 19.000 mensen. De boeren zochten bij de NSDAP dan ook een meer kleurrijkere toekomst, helaas kregen ze daarbij maar weinig medewerking van Hitler. Hoewel de minister van agricultuur Walter Darre veel deed om de rol van de boeren veilig te stellen, werd er geen enkele poging gedaan om het land te herverdelen.


De voornaamste reden waarom Hitler niet naar de ideeën van Otto en Gregor Strasser luisterde was macht. Waar Hitler macht als het belangrijkste objectief zag, zag de groep mensen rond de gebroeders Strasser – de Strasser cirkel - macht slechts als een middel om hun Sociaal Nationalistisch programma te implementeren. Uiteindelijk betaalde het gewone volk de prijs voor het egoïsme van een reactionair.


In 1930 raakte Otto Strasser met regelmaat verzeild in een ideologische strijd met Hitler. Zijn nieuwsblad, het Arbeitsblatt, dat diende als de officiële noordelijke publicatie van de partij, uitte voordurend kritiek op het beleid van Hitler. Uiteindelijk in April van hetzelfde jaar riepen vakbonden in Saksen op tot een algemene staking die door Otto Strasser volledig gesteund werd. Ondertussen zetten machtige industriëlen druk op Hitler om de ideeën van Strasser te veroordelen en de staking te beëindigen. Hitler riep Strasser bij zich in een privé bijeenkomst waar hij probeerde om hem op dezelfde lijn te krijgen. Hitler beschuldigde hem van “bombastische onzin” omdat hij idealen voor leiderschap stelde. Strasser beschuldigde Hitler op zijn beurt ervan de sociale revolutie te wurgen in ruil voor legitimiteit en een collaboratie met de rechtse bourgeois partijen. Hitler ontkende dit kwaad en probeerde goed te praten wat moderne Kapitalisten “vrij ondernemerschap” noemen.


Nadat Hitler weinig echte argumenten in kon brengen tegen de oprechte Socialistische principes van Otto Strasser, schreef hij een brief aan Goebbels waarin hij hem vroeg om de gebroeders Strasser en hun aanhang de partij uit te werken. Otto Strasser hield vast aan zijn idealen en werd daarom uit de NSDAP verbannen waarna hij de “Unie van Revolutionaire Nationaal Socialisten” in het leven riep, de voorganger van het Zwart Front. Uiteindelijk werd Otto Strasser geïnterneerd tot na de oorlog. Zijn broer Gregor Strasser die de autoriteit van Hitler altijd erkende en die in de partij bleef in de hoop dat Hitler zijn koers bij zou stellen werd bruut vermoord in de Prinz Albrechtstrasse gevangenis tijdens de Hitleristische putch van Juni 1934, “de nacht van de lange messen”. Zelfs Hitler moest enkele jaren hierna toegeven dat de moord op Gregor Strasser een fout was.



Onder het Hitler regime heeft oprecht Socialisme helaas nog geen echte vooruitgang en doorbraak gekend buiten de theorie. Nationalisten moeten dan ook kritisch terug kijken als zij Nazi-Duitsland als een waardig voorbeeld willen nemen om de eigen natie op te baseren. Zonder de rechtse Kapitalisten volledig te veroordelen en te verwerpen, zullen revolutionairen keer op keer verraden worden. Wij moeten nooit maar dan ook nooit onze revolutionaire principes verraden!



vrijdag 3 juni 2011

De betekenis van Nationaal Socialisme

Wij houden ons bezig met Nationaal Socialisme voor Nederland, omdat wij Nederlanders zijn. Nationaal Socialisme moet ongeacht wie de term gebruikt in de eerste plaats ontstaan uit de bloed en bodem van het eigen volk. Het ontstaat niet uit tijdelijke grieven, maar uit het revolutionair verlangen van een volk dat de ketenen van het armzalige Democratische materialisme van zich wil afwerpen, zonder deze te vervangen door de ketenen van een Marxistisch materialisme.

Deze zaak raakt ons eigen volk die niet uitgesloten kan worden uit de geest van opstand die zich niet tot een enkele natie beperkt. Wij respecteren dan ook de geleverde prestaties van de Duitse Nationaal Socialisten in de strijd tegen het Internationaal Kapitaal en haar broer het internationaal Communisme. Echter moeten wij erkennen dat hun weg voor Duitsland is en onze een weg voor Nederland moet zijn: wederzijds respect komt zelden voort uit kopiëren.

“Nationalisme” en “Socialisme” worden als twee verschillende termen gezien in ons land. Echter kunnen deze niet gescheiden of los van elkaar worden gezien: enkel in combinatie kunnen deze termen betekenis hebben voor de mens die niet enkel van zijn natie houdt, maar ook van de mensen die in de natie wonen. Nationalisme betekent devotie voor het vaderland, voor de vlag, voor het abstracte Nederland en haar eigen waarden. Socialisme is honderden betekenissen gegeven, maar betekent voor ons een devotie aan de massa van werknemers om hen in betere en eerlijkere levenscondities te voorzien. Nationalisme en Socialisme zijn samen een zegen en los van elkaar een vloek.

Nationalisme staat voor de natie en Socialisme staat voor het volk, beide zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Als volk en natie niet een zijn dan is alle politiek een verspilling van tijd. Mensen zonder natie zijn een hulpeloze kudde en een natie zonder volk is een abstract niets of historische geest. De natie en het volk moeten een zijn; er moet geen verdeeldheid zijn onder het volk zelf. Klassenstrijd en strijd tussen verschillende partijen creëren deze verdeeldheid en zijn dus kwaadaardig van aard.

Hegel dacht dat een natie een ziel van zichzelf moest hebben. Veel denkers weigeren te geloven dat mensen die individueel vitaal zijn, collectief dood zijn. Tot op bepaalde hoogte probeert de menselijke samenleving, tenzij deze slachtoffer is van anarchie, zichzelf te organiseren. Een natie of volk moet als een levend organisme zijn en niet anders. Een natie of volk als een menselijk organisme waarbij verdeeldheid ziekte of dood betekent. Sommigen zullen dit principe als totalitair omschrijven en anderen zullen het als organisch omschrijven. Binnen een organisme kan geen enkel onderdeel los gezien worden van het geheel. Ook kan het geheel niet los gezien worden van zijn onderdelen omdat het geheel niets meer is dan de som van al deze onderdelen. Het levensprincipe is alles omvattend.

Nationaal Socialisme bevrijdt mensen van de klassen- en partij strijd evenals van bittere gevoelens van haat en minachting door een vereniging van het volk. Pas als het individu kan zeggen: “Mijn vaderland komt voor mij op” kan het individu zeggen: “Ik kom op voor mijn vaderland!”. De Communisten vervloeken is gemakkelijk maar het zou effectiever zijn hen te bestrijden door elke burger een reden te geven om hun vaderland dankbaar te zijn. Laten we de echte wonden van ons volk genezen en het Communisme zal monddood gemaakt zijn.

Zoals een organisme een doel en richtlijnen nodig heeft, heeft een volk leiderschap en een regering nodig. Het doel van leiderschap is om de weg te wijzen en het doel van de regering is erop toe te zien dat de vrijheid van sommigen geen slavernij voor anderen betekent.

Een volk zonder goede leiders is een arm volk zonder doel of wenselijke richtlijn. Autoriteit is in alle menselijke affaires noodzakelijk. Echter eenieder die de ambitie heeft om leider te worden moet altijd de essentiële waarheid onthouden dat een leider nooit meer loyaliteit ontvangt dan dat hij geeft. Het gehele doel van loyaliteit is het geloof in een algemeen goed doel: zowel de leiders als de volgers hebben een gezamenlijk doel. De volgers moeten altijd aan de natie denken en de leiders moeten altijd aan het volk denken. Zolang dat verbond stand houdt zal er een duidelijke doelstelling zijn.

Dit concept van nationale eenheid verwerpt snobistische praktijken en het genieten van welvaart zonder dienstverlening. Het probleem is dat rijke verwende kinderen altijd als superieure mensen zijn behandeld terwijl ieder mens met enig zelfrespect weet dat zij dit totaal niet zijn. Dus een zeer vervormd begrip over verdienste verspreidt zich door het gehele lichaam van het volk. Het is mogelijk de klassenstrijd te laten stoppen als ieder aspect van sociale ongelijkheid wordt gehuld in de mantel van adel en sociale superioriteit kan worden onttrokken uit eer en intelligentie. Er is geen andere basis voor de organische eenheidsstaat dan de regel dat iedere beloning wordt verkregen door verdienste.

Zodra ieder mens weet dat verdienste niet onbeloond blijft en dat verantwoordelijkheid enkel wordt toegekend aan vermogen wordt de grootste factor van de klassenhaat geneutraliseerd zonder enig geweld tegen de moraal. Als Nationaal Socialisten hebben we dus maar een vraag als het gaat over de klasse van iemand: “Dient hij zijn land en volk?” Als het antwoord positief is behoort hij tot de ene klasse, als het antwoord negatief is behoort hij tot de andere klasse. Er zijn dus maar twee klassen die het Nationaal Socialisme erkend. Er is hier geen vraag over gelijkheid: de mens is niet gelijk geboren, de mens moet niet gelijk blijven; maar ieder mens dat van zijn land houdt en zich verdienstelijk maakt voor zijn volk mag er trots op zijn dat hij samen met de rest die dat doen tot een klasse behoort. Als men dit principe aanhoudt kunnen zelfs de minst gelukkige mensen hun ongeluk niet als permanent beschouwen.     

Een regering met volledige autoriteit over het volk heeft de middelen om te discrimineren tegen diegenen die denken dat de samenleving er voor hun persoonlijke gemak is en die ook zo handelen. Er moet dan uiteraard een eerlijk tribunaal zijn. Wij vallen niet de stabiliteit van de familie aan of het vrije ondernemerschap maar het verval dat het toelaat dat sommigen enkel overleven op de verdiensten van hun voorouders. De Nationaal Socialistische staat geeft genoeg kansen om dienstbaar te zijn, deze moeten aangenomen worden. Hiermee worden de grootste problemen binnen de klassenstrijd overkomen. Het verwijderen van de grootste oorzaak ligt bij de eerlijke verdeling van de overvloed die kan worden geproduceerd. Het is altijd fout om te onderwijzen dat het algemeen belang kan worden gediend door interne strijd: echter als de oorzaak weg is moet het een misdaad zijn om verdeeldheid als politiek credo te gebruiken.

Een volk dat een stevige eenheid vormt als een organisch wezen kent een andere definitie van vrijheid dan de Marxistische venter van klassenstrijd of de immorele enkeling die uit egoïstisch motieven velen exploiteert. Een dergelijk handvest voor vrijheid is er een die goed is om te hebben.